Liever uitblinker in het Nederlands

In hoog tempo is een 19-jarige vluchteling uit Bosnië op weg naar de Nederlandse tafeltennistop. Nermin Smajic uit het door oorlogsgeweld verscheurde Tuzla speelt komend seizoen met de Korenbeurs, de Schiedamse club die zich over hem heeft ontfermd, in de eredivisie....

ZIJN MOOISTE triomf? Nog maar twee jaar en zes maanden in Nederland en dan al dikke voldoendes scoren voor proefwerken Nederlands. Zijn prestaties op school, tweede klas mts, stemmen Nermin Smajic trotser dan zijn prestaties als tafeltennisser. Terwijl die toch ook niet gering zijn. De Bosniër won voor de Korenbeurs 27 van de dertig partijen, promoveerde met zijn Schiedamse vereniging naar de eredivisie en mocht al eens het shirt met het opschrift Nederland dragen.

Liever uitblinker in het Nederlands dan uitblinker in de tafeltenniszaal. Al is het alleen omdat hij elke keer weer geniet van de reacties van zijn klasgenoten. 'Die gasten raken van mijn cijfers voor Nederlands compleet gestoord.'

Nederland kende de 19-jarige vluchteling uit Tuzla alleen van de lessen aardrijkskunde op school toen hij tweeënhalf jaar geleden huis en haard verliet en in Zuid-Holland belandde. Hij vond onderdak bij een verre tante in Rotterdam en woont sinds hij de A-status verwierf met twee leeftijdgenoten, onder wie 'een niet zo beste pingponger uit Sarajevo', in een huurhuis in Schiedam.

Schiedammer tussen de Schiedammers, dat zeker, maar ook Nederlander tussen de Nederlanders? Nerwin Smajic doet zijn best te integreren en hoopt nog eens te mogen pronken met een Nederlands paspoort, maar zijn wortels liggen in Tuzla en daar kan hij met de beste wil van de wereld niet omheen. Het is daarom dat hij zegt: 'Ik zal me altijd Bosniër blijven voelen.'

Maar dan wel een Bosniër zonder meer . Wat voor soort Bosniër hij is, moslim, Kroaat of Serviër, dat zou niemand mogen interesseren. 'Welk geloof ik aanhang en wat mijn etnische afkomst is, dat is niet van belang, daar praat ik ook liever niet over. Dat is in Bosnië, tot de oorlog uitbrak, ook nooit een punt geweest. Moslims, Kroaten en Serviërs leefden vreedzaam naast elkaar en met elkaar. Na de val van het communisme kwamen er ineens allerlei etnische politieke partijen en was het gedaan met de lieve vrede.'

Door de oorlog is Nermin Smajic anders gaan denken over religie. Het geloof is, zegt hij, niet langer iets om bijzonder trots op te zijn. 'Mijn voornaam verraadt dat ik moslim ben. Nerwin is in Turkije een meisjesnaam, bij ons in Bosnië worden jongens zo genoemd. In principe ben ik moslim, ook al ging ik in Tuzla nooit naar de kerk en ga ik nog steeds niet naar de kerk. Ik heb er geen zin in en ik heb er geen tijd voor. Ik heb andere verplichtingen. De lessen op school, mijn huiswerk, het tafeltennis.'

Zijn jeugd was een gelukkige in Tuzla. Hij groeide op in een harmonieus gezin, met vader, moeder en een broer, had een goed stel hersens, leerde vlot en was als tafeltennisser een uitblinker. De oorlog veranderde zijn leven radicaal . 'De Serviërs lagen dicht bij Tuzla, op nog geen twintig kilometer. De granaten vlogen je om de oren, zo'n zestig keer per dag. Elke keer weer raakte je in paniek, ook al konden die gasten niet goed mikken. Daar waren ze te dronken voor en als ze niet dronken waren dan stonden ze wel stijf van de drugs.'

Wat hem plaagt en zijn geweten kwelt is dat hij het 'veel en veel' beter heeft dan zijn dierbaren die in Tuzla zijn achtergebleven. 'De oorlog is voorbij, het is nu betrekkelijk rustig in Tuzla, maar het leven is er nog steeds beroerd. Mijn moeder heeft een baantje waarmee ze tachtig gulden in de maand verdient, mijn vader heeft een maandloon van 120 gulden. Die mensen moeten met zijn tweetjes van dat kleine beetje geld rond zien te komen en dat is een onmogelijkheid. Ik schaam me als ik me realiseer dat ik hier met mijn studiefinanciering meer te verteren heb dan mijn vader en moeder samen.'

Nermin Smajic had de zegen van zijn ouders toen hij vier jaar geleden uit Tuzla vluchtte om zich met de overige leden van de Bosnische selectie voor te bereiden op de Europese jeugdkampioenschappen . Het reisdoel was Pula, een stad in het Istrische deel van Kroatië, waar een trainingskamp was gepland. De reis was er een vol verschrikkingen. Hinderlagen, wegblokkades, beschietingen. 'In vredestijd duurde zo'n tochtje een uur of acht. Nu deden we er acht dagen over.'

Tijdens de EK in Ljubljana kwam Smajic in contact met Peter Boon, de toenmalige bondscoach van de Nederlandse jeugd. 'Boon was een vriendelijke, grappige man. Hij kocht drinken voor ons en hij had een luisterend oor als we vertelden over de oorlog.'

De verhalen over de oorlogsgruwelen sneden Boon door de ziel. 'Ik was er diep door geroerd en dacht meteen: die jongens moet ik helpen, die jongens moet ik in een veilig land zien te krijgen, het liefst Nederland. De Bosnische coach wilde wel helpen, maar alleen tegen betaling. Daarna kwamen we in contact met een tussenpersoon in Luxemburg, een Joegoslaaf, en die wilde er ook al een slaatje uit slaan. Ik heb contact gezocht met de Nederlandse tafeltennisbond en de Europese bond, maar die konden niet veel doen. Gelukkig is het allemaal toch nog goed gekomen. Ik ben zo vreselijk blij dat Nermin na allerlei omzwervingen in Schiedam is beland, daar tafeltennis speelt en daar gelukkig is.'

Sinds die barre tocht van Tuzla naar Pula heeft Nermin Smajic zijn geboorteland nog maar één keer teruggezien. Hij reisde als Bosnisch tafeltennisser van toernooi naar toernooi, nam deel aan de jeugd-WK in Nederland, aan de senioren-WK in China en uiteindelijk deed zijn Schengen-visum hem belanden in Luxemburg. Daar pakte hij de trein naar zijn oud-tante in Rotterdam, naar de door Peter Boon aanbevolen tafeltennisclub in Schiedam.

In Rotterdam verliep zijn visum en toen diende zich de netelige vraag aan wat te doen. Terug naar Bosnië, terug naar zijn ouders en broer in Tuzla of in Nederland asiel aanvragen? Hij koos voor het laatste. 'Ik wilde in geen geval terug naar Bosnië. De sfeer was er slecht en er werd nog steeds gevochten. Ik was nog zo jong, nog net geen zeventien, een jaar later zou ik het leger inmoeten en dat wilde ik per se niet. Mijn ouders hebben me gesmeekt toch vooral in Nederland te blijven.'

Over Nederland had hij in Bosnië al zo vaak goede verhalen gehoord. Dat het leven er goed was, dat iedereen een auto bezat, dat de de mensen er vriendelijk waren voor buitenlanders. 'Die verhalen kloppen, ik kan niet anders zeggen. Vreselijk veel mensen hebben vreselijk veel Bosniërs geholpen. Het is een mooi land, ook vanwege de verschillende culturen. Je weet bijna niet meer wie Nederlander is en wie buitenlander. Dat vind ik eigenlijk nog wel het mooiste aan Nederland.'

Een van die menslievende Nederlanders was de trainer van de Korenbeurs, Luuk Jansen. Eind mei 1995, het Schengen-visum van Smajic was al een week verstreken, reed Jansen op een zaterdagmorgen om 5.00 uur met de auto voor om de jonge vluchteling naar het asielzoekerscentrum in Rijsbergen te brengen. Daar werd Smajic gehoord en verhoord. Wie ben je, ben je wel wie je zegt dat je bent, wat kom je hier doen, hoe heb je je gedragen in de oorlog?

Na zes weken kwam aan het isolement, aan de verhoren een eind. Nermin Smajic verhuisde naar een opvangcentrum in Eindhoven, waar hij door Luuk Jansen één, soms twee keer in de week werd bezocht. In de weekeinden mocht hij, in strijd met de huisregels, naar Schiedam om te trainen met de nationale jeugdselectie.

Jansen, de hele club eigenlijk, regelde meer voor Smajic. Een plaats op de mts, een fatsoenlijke woning, studiefinanciering, documenten werden voor hem ingevuld, ze duidden hem de ingewikkelde structuren van de Nederlandse samenleving en ze leerden hem Nederlands spreken. En tussen de bedrijven door maakte de Korenbeurs hem ook nog eens tot een betere tafeltennisser .

Smajic wil de top bereiken, laat dat duidelijk zijn, maar niet in tafeltennis alleen. Na de mts wil hij de hts doorlopen, ingenieur in de elektronica worden, een mooie, stabiele maatschappelijke carrière opbouwen. 'Alleen maar tafeltennissen, dat zou me op den duur toch gaan tegenstaan. Bovendien, je zult je arm maar breken. Dan is je carrière voorbij en is alles voorbij, sta je mooi met lege handen.'

Aan het slot van het gesprek excuseert hij zich voor zijn Nederlands. 'Ik versta alles, maar het spreken kost me nog wat moeite. Vooral als ik moe ben. Dan maak ik verkeerde zinnen .' Er zijn tafeltennissers in Nederland die moeilijker uit hun woorden komen. En er zijn mts'ers die keer op keer een onvoldoende halen voor hun proefwerken Nederlands, terwijl Nermin Smajic keer op keer dikke voldoendes scoort. 'Er zijn er', zegt hij voor de tweede keer en met een nog bredere grijns dan eerst, 'die daar compleet gestoord van raken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden