Zwemkampioen Maarten van der Weijden met een lichtbril. Eerder gebruikte hij een lichtpet.
Zwemkampioen Maarten van der Weijden met een lichtbril. Eerder gebruikte hij een lichtpet. © Jiri Buller

'Lichttherapie was cruciaal voor mijn medaille'

Olympisch kampioen Maarten van der Weijden

Nederlandse atleten gaan hun bio-klok aanpassen aan Rio. Een zwemmer en ervaringsdeskundige legt uit waarom hij dat een uitstekend idee vindt.

'Het was even slikken toen ik hoorde dat de finale van mijn leven om negen uur 's ochtends plaatselijke tijd zou beginnen. Uit trainingen wist ik dat ik 's ochtends langzamer zwem dan later op de dag. Het scheelt soms wel een paar seconden per 100 meter. Dat mocht me echt niet in de weg zitten bij de 10 kilometer open water op de Olympische Spelen van 2008, in Peking.

'Gelukkig loopt Nederland voorop in de samenwerking tussen topsporters en wetenschappers, dus we konden met de zwemploeg hulp inschakelen om onze biologische klokken te optimaliseren. Onderzoekers legden ons uit dat lichttherapie vaak hielp tegen winterdepressies. Ze vermoedden dat een flinke hoeveelheid licht op je ogen je lichaam bovendien sneller alert kan maken. Ik was meteen enthousiast en wilde het uitproberen.

Binnen een maand namen mijn prestaties in de ochtend spectaculair toe

'Een jaar lang stond ik 's ochtends om kwart voor vijf op, om dan direct mijn lichttherapie-pet op te zetten. Onder aan de klep zat een soort felle fietslamp die in mijn ogen scheen. Huh, is het al ochtend, denkt je lichaam dan, en gaat snel de hormoonhuishouding aanpassen.

'Elke dag fietste ik met die lamp op mijn hoofd door Eindhoven, op weg naar het zwembad voor de ochtendtraining. Of ik weleens raar ben aangekeken? Vast, maar dat interesseerde me totaal niet. Ik was alleen bezig met mijn voorbereiding. Bovendien: ik bracht ook vijftien uur per dag door in een zuurstoftent, om meer rode bloedlichaampjes aan te maken. Dan valt een half uur per dag zo'n pet op reuze mee.

'Binnen een maand namen mijn prestaties in de ochtend spectaculair toe. Bij de finale in Peking was het verschil met mijn concurrenten klein, dus ik denk dat die lichttherapie een cruciale bijdrage leverde aan mijn gouden medaille. De winnaars van zilver en brons deden destijds niet aan lichttherapie. Waarom niet? Waarschijnlijk omdat ze al jaren de nummers één en twee van de wereld waren; ze voelden weinig noodzaak tot innoveren. Ik bungelde meestal op de zesde, zevende plek. Dus ik wist: als ik een keer wil winnen, moet ik met iets slims komen.'