AnalyseWK baanwielrennen

‘Lichtflits’ Lavreysen is meer dan ooit de referentie

Vier maanden voor de Spelen was de WK baanwielrennen voor Nederland met zes keer goud zeer succesvol. Of zijn de Britten weer in staat straks in de zomer te pieken?

Harrie Lavreysen wint de finale op de sprint tijdens de laatste dag van de WK baanwielrennen in Berlijn.Beeld Sebastian Gollnow/dpa

De Nederlandse selectie boekte andermaal een resultaat met hoogglans op de WK baanwielrennen, afgelopen weekeinde in Berlijn. Zes keer goud, twee keer zilver en één keer brons. De meeste aandacht trok de ‘Lichtflits uit Luyksgestel’. Harrie Lavreysen behaalde met winst op de teamsprint, de keirin en de individuele sprint een bijzondere hattrick. Alleen Britse iconen van de baanwielrennerij is dat gelukt: Chris Hoy en Jason Kenny, van wie de laatste nog altijd actief is.

De prestatie van Lavreysen schept meteen torenhoge verwachtingen voor de Zomerspelen, over krap vier maanden. Op twee van de drie onderdelen was er al sprake van titelprolongatie. Wordt de voormalige BMX-er soms de gouddelver van Tokio? Hij is zich goed bewust van zijn nieuwe status. Hij is de te kloppen man, de referentie. Nog voorafgaand aan de sprint zei hij: ‘Ik kan hier eigenlijk alleen maar verliezen.’

Er is tot dusver maar één renner die het hem echt moeilijk kan maken. Jeffrey Hoogland kon het zondagmiddag minutenlang niet verkroppen dat zijn vriend en trainingsmaat hem had afgetroefd op de sprint, in twee heats. In Berlijn hadden ze daarvoor elkaar weer tot niet eerder bereikte hoogten opgejut. Samen met Roy van den Berg reden ze het wereldrecord op de teamsprint aan gort en scherpten ze hun kwalificatietijden op de individuele nummers verder aan. Maar het komt ook aan op mentale kracht. Op het altijd grillige onderdeel van de keirin bleek Lavreysen zelfverzekerder dan Hoogland en op de sprint tactisch sterker.

De Nijverdaller trok na de verloren sprint de conclusie dat er ‘werk aan de winkel’ is. Hij gelooft dat hij fysiek nog sterker kan worden. De afgelopen tijd trok hij vooral profijt van de begeleiding van een mental coach. Die leerde hem meer structuur in zijn leven aan het brengen – hij berust naar eigen zeggen in een ‘wat saai’ bestaan om zich straks te kunnen weren op het allerhoogste niveau. Nu moeten er kennelijk nog wat extra uren in het krachthonk bij.

Maar Lavreysen – vier jaar jonger dan zijn rivaal – zal ook wel geloven dat er nog wat rek op zit. Hij schreef zijn overmacht toe aan een opeenstapeling van details, zoals een net wat aerodynamischer houding op de fiets en een betere balans tussen intensieve trainingen en momenten van absolute rust. Als hij uit zijn ooghoeken ziet dat Hoogland nog meer kilo’s aan het wegzetten is, zal hij dat zonder twijfel niet voor kennisgeving aannemen.

Het Nederlands overwicht tegen spijt, nog altijd zoemde in Berlijn de vraag rond hoe ver de vermaledijde Britten nou eigenlijk zijn. Ze zijn herhaaldelijk meesters gebleken in het toewerken naar de vereiste topvorm op de Spelen. Op het velodroom was er weinig wat erop wees. Eén keer goud (Elinor Barker op de niet-olympische puntenkoers), twee keer zilver en één keer brons. De geschiedenis leert dat ze op de laatste WK’s voorafgaand aan de Spelen toch wat dichter naar de top toe kropen. 

Het ging meer over andere landen. Japan bijvoorbeeld. De renners lieten zien dat ze zich straks in eigen land zeker op de daar mateloos populaire keirin willen manifesteren. Neem Duitsland, dat met Emma Hinze, net als Lavreysen nog maar 22, de sprintkoningin van het toernooi leverde. Zij haalde ook de triple. Lavreysen: ‘Er zijn zeker landen die harder zijn gaan rijden. Maar wij hebben ook stappen gemaakt. Het verschil is gelijk gebleven.’

De Britten hielden zich groot. Kenny was naar eigen ‘superhappy’ met het Britse record op de teamsprint, goed voor zilver, al gaf hij toe dat ze er nog niet zijn. Was het tegen beter weten in? Het verschil met het Nederlandse trio in de finale was zo groot – 1,2 seconde – dat daar nauwelijks moed uit te putten valt. Intussen hebben ze ook weer de psychologische oorlogsvoering geopend. Ze reden in Duitsland gewoon weer op hun oude brikkies, nadat ze eerder in een wereldbekerwedstrijd de nieuwe Lotusfiets hadden getest. Dat was vooral om aan de reglementen te voldoen. De allerlaatste fiets mag niet pas op de Spelen worden geïntroduceerd. Ook de nieuwe pakken leken nog te ontbreken.

Lavreysen had goed om zich heen gekeken. Hij had gezien dat de vrouwensprinters ze wel droegen – ze hadden punten nodig om te kwalificeren. Hij had naar de tijden gekeken en was niet onder de indruk. Veel harder reden ze niet. Bovendien heeft Nederland zelf ook nog een ijzer in het vuur: een ander stuur.

Bij de Zomerspelen hebben Nederlandse baanwielrenners weinig succes gekend. De laatste olympisch kampioen stamt uit 1932, toen Jacobus van Egmond als tweede Nederlander goud won op de sprint. Maurice Peeters had de gouden primeur in 1920 op hetzelfde onderdeel. Theo Bos kwam in 2004 tot zilver op de sprint. Mathijs Büchli pakte vier jaar geleden zilver op de keirin. De vrouwen hebben meer hoofdprijzen gepakt. Elis Ligtlee won in 2016 de keirin. Eerder waren Marianne Vos (goud op de puntenkoers, 2008) en Leontien Zijlaard (goud op de achtervolging, 2000) succesvol op onderdelen die de olympische status zijn kwijtgeraakt. 

Zesmaal goud bij WK baanwielrennen

Sratch

Kirsten Wild

Team sprint

Mannen

Keirin

Harrie

Lavreysen 

1 km tijdrit 

Sam Ligtlee

Madison 30 km

Amy Pieters, Kirsten Wild

Sprint

Harrie 

Lavreysen 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden