Lichaam doet niet wat De Knegt wil

In een rampseizoen valt ploeterende veldrijder Gerben de Knegt zelfs bij een NK niet langer in de prijzen...

In twee jaar fietste Gerben de Knegt naar de wereldtop in het veldrijden. Na een zware val, waarbij hij een heup brak, was hij afgeschreven. De prof uit Goirle weigerde zich er bij neer te leggen, klom weer op de fiets en trainde het licht uit zijn ogen. De beloning was navenant: hij sloot het afgelopen seizoen af als nummer vier van de wereld.

Dit jaar wilde De Knegt (32) zijn hoge positie consolideren. In de zomermaanden maakte de Brabander meer kilometers dan ooit. Als dertigplusser voelde hij zich tegenover zijn werkgever Rabobank moreel verplicht extra uren te maken. Het resultaat was dat hij overtraind aan zijn twaalfde seizoen als veldrijder begon. Toen het lichaam eindelijk hersteld leek, sloeg het blessurespook toe. Het ene fysieke ongemak volgde op het andere.

In Sint-Michielsgestel hoopte De Knegt zondag in een uurtje een verloren seizoen goed te maken. ‘Als ik de nationale titel win, is alle malheur vergeten’, wist hij voor de start. Het was ijdele hoop. Tegen beter weten in. Hij mocht de handen dichtknijpen dat hij het tempo in de kopgroep van vijf kon volgen, maar in de buurt van de titel kwam hij nooit. Daarvoor was zijn ploegmakker Lars Boom veel te sterk.

Het jonge multi-talent (22) prolongeerde zijn kampioenschap met oogstrelend gemak. Achter de verrassend sterke Thijs Al en thuisrijder Richard Groenendaal eindigde De Knegt als vierde.

‘Als ik de vorm van de afgelopen twee seizoenen had gehad, had ik hier op een been gewonnen’, bromde De Knegt chagrijnig. ‘Mijn lichaam wilde niet. Wéér niet.’ Hij voelde de naweeën van de harde smak die hij eind december bij het inrijden in Loenhout maakte. Daarbij liep hij een halve whiplash op, desondanks ging hij die dag van start. ‘Natuurlijk, crossen is mijn brood. Door twee topjaren is mijn startgeld deze winter hoger dan ooit.’

Toch zou de Brabander het financiële gewin zonder enige aarzeling inruilen voor sportieve topnoteringen. ‘Mijn doel was dit seizoen me in de topvijf van de wereld te handhaven.’ In de zomer maakte hij een klassieke fout. Net als zijn buurvrouw, schaatsster Ireen Wüst die bij hem om de hoek woont. De twee verlangden teveel van hun lichaam en verschenen oververmoeid aan de start van het seizoen.

‘Mijn bloedwaarden waren te laag. Mijn lichaam schreeuwde om rust, maar ik kon moeilijk een pauze van zes weken inlassen.’

Toen het lijf eindelijk niet langer tegenspartelde en hij zich conditioneel weer met de besten kon meten, hield hij eind november een zware ribkneuzing over aan een val tijdens de Superprestigewedstrijd in Gieten. Dat ongemak was nog niet voorbij of hij smakte in Loenhout tegen de bevroren grond.

‘Dit is een rampseizoen’, klaagde De Knegt in Sint-Michielsgestel. Niet zijn eerste overigens. In 2004 brak hij bij het mountainbiken een sleutelbeen en heup. ‘Na die smak dacht ik dat ik nooit meer op de fiets zou zitten.’

Blessures lopen als een rode draad door zijn carrière. ‘Ik dacht dat het ergste voorbij was maar dit jaar is het weer volop prijs.’ Een slechter moment kon hij niet treffen. Eind maart loopt zijn contract bij de Rabo-ploeg af. ‘Dat komt wel goed’, zei hij zondag. ‘Ik heb wel wat krediet opgebouwd bij mijn sponsor. We zijn dicht bij een nieuwe verbintenis voor één jaar.’

Neerslachtig door alle malheur en de daaraan verbonden vrije val op de wereldranglijst, van 4 naar 15, wordt De Knegt niet. ‘Ik heb leren relativeren. Ik ben een van die gelukkige mensen die van zijn hobby zijn beroep heeft kunnen maken. Ik verdien mijn brood met veldrijden. Als je er goed over nadenkt, is het belachelijk.’

Daarnaast is het seizoen voor De Knegt nog niet afgelopen. ‘Ik had een propvolle agenda met 47 koersen. Er komen nog twaalf, dertien wedstrijden, waaronder het WK. Als ik daar eind januari in Treviso top ben, kan ik nog een leuke uitslag rijden of anders Lars Boom van dienst zijn.’

Het zijn strohalmen waaraan de tweevoudig kampioen (2002 en 2006) zich vastklampt. In de achtertuin van Richard Groenendaal was hij zondag slechts met grote moeite in staat te volgen. ‘Dit parkoers was niet selectief’, oordeelde de Brabander.

‘Goed voor een Belgische B-cross, niet voor een nationale titelstrijd. Een doolhof op een weiland van vier voetbalvelden. Drie kilometer draaien en keren, met twee hindernissen: een zandbak van 40 meter en een wasbord van 65 meter. Ideaal voor de stuurmanskunst van Richard Groenendaal, maar die slaagde er niet in ons eraf te rijden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden