AnalyseSport

Leven in tijden zonder spelen: we kunnen al eeuwen niet buiten de wedstrijd

Brood is er, maar gaan we het zonder spelen redden in de 1,5-metersamenleving? Geen strijd, geen helden om ons aan te spiegelen. Het wordt lastig, zegt historicus Fik Meijer, kenner van de Romeinse geschiedenis. ‘Competitie zit in ons.’ 

Beeld Rhonald Blommestijn

Voor Romeinse keizers was het in de eerste vier eeuwen na Christus een beproefd recept dat ook latere machthebbers in wat minder bloederige varianten benutten: geef het volk brood en spelen en het gepeupel houdt zich gedeisd. Het was de dichter Juvenalis (ca. 60 tot ca. 140) die in Satire X de bewoners van het rijk een spiegel voorhield. ‘Vroeger verkochten we onze stem aan niemand. Al lang heeft het volk de macht afgestaan. (…) Nu houdt het volk zich alleen met zichzelf bezig en hoopt nog slechts op twee zaken: panem et circenses.’

Wat zal er gebeuren als de bestrijding van het coronavirus ertoe leidt dat het volk nu ook nog de spelen wordt afgenomen, omdat er in de anderhalve meter economie geen plaats meer is voor massabijeenkomsten? Maanden achtereen geen voetbal of wielrennen, autoracen, atletiek, tennis, zaalsporten? 

Oudhistoricus Fik Meijer (77) durft er op basis van zijn kennis van de Griekse en Romeinse geschiedenis wel een voorspelling aan te wagen. Hij bestudeerde hoe de keizers wagenrennen en gladiatorengevechten organiseerden voor de armste onderdanen en schreef er boeken over. Telefonisch vanuit Oegstgeest: ‘Je krijgt geheid onrust. De geschiedenis heeft het geleerd: de mens wil onder alle omstandigheden competitie zien. Wie is de sterkste? Wie faalt? Competitie, competitie, competitie. Het zit in ons. Sport is denk ik wel meer dan de belangrijkste bijzaak.’

Emeritus hoogleraar Fik Meijer, specialist oude geschiedenis.Beeld © Kippa

Volgens de emeritus hoogleraar oude geschiedenis vallen er veel parallellen te trekken met de positie van sport in het Rome na Christus en in de huidige westerse samenleving. ‘Het belang komt overeen. Sport biedt vermaak. Het kan een uitlaatklep vormen. Het geeft identiteit. Je hoort ergens bij door partij te kiezen. Dat moet je niet zomaar afschaffen.’

Wagenrennen

Hij ziet dezelfde cultus, dezelfde uitwassen. Vooral wagenrennen was populair, zowel als trekpleister als in prestige te vergelijken met de Champions League in het hedendaagse voetbal. Veelzeggend voor de status van de sport: de circenses uit het gedicht van Juvenalis betekenen volgens hem in de oorspronkelijke versie niet ‘spelen’, maar ‘wagenrennen’.

Er waren zestig tot zeventig races per jaar, met als epicentrum het Circus Maximus in Rome. Nu al eeuwen een lege vlakte oostelijk van de Tiber, destijds een plek waar maar liefst 150 duizend toeschouwers samen kwamen. Over een afstand van 5 kilometer in zeven ronden stuurden menners op karretjes drie- of vierspannen aan, waarbij ze de anderen afsneden en elkaars paarden met zwepen bewerkten. Niet zelden liep het voor mens en dier fataal af.

Ook de kampioenen uit de oudheid ontvingen een vermogen. Een befaamde paardenmenner, Gaius Diocles uit Spanje, cashte per wedstrijd 80 duizend sestertiën, de Romeinse munteenheid, terwijl het jaarloon van een Romeinse arbeider zes- tot achthonderd sestertiën bedroeg. Toen hij stierf, bezat hij bijna 40 miljoen. Vergeet derhalve de Messi’s en Ronaldo’s: paardenman Diocles staat te boek als de best verdienende atleet aller tijden.

Tijdens de circa vijftien jaarlijkse gevechten tussen gladiatoren – onderling en met wilde dieren – zaten er 50 duizend bezoekers op de tribunes van het Colosseum, keizer en senatoren beneden aan de ring, vrouwen helemaal boven in de arena. Meijer: ‘Meer nog dan wagenrennen waren deze confrontaties politiek getint. Gladiatoren waren slaven die van buiten Rome en veel verder werden aangevoerd. De boodschap was: dit zijn zeker dappere lieden, maar wij, Romeinen, hebben ze verslagen. De dieren kwamen ook van heinde en verre. Het illustreerde de macht van de keizer. Die regeerde over de bewoonde en onbewoonde wereld. Rome is de baas.’

Verbeelding van een gladiatorengevecht.Beeld Getty Images

Maar ook de wagenrennen dienden als machtsinstrument: in ruil voor de steun aan keizer en senatoren, mocht het volk Circus Maximus betreden. Het publiek kwam graag. ‘De meeste mensen waren straatarm. Ze hadden ook niks beters te doen.’ Dat de spannen overal vandaan kwamen – Spanje, Sicilië, Noord-Afrika, Turkije – bevestigde nog maar eens dat het middelpunt van de wereld toch echt in Rome lag.

Supportersrellen

Net als nu konden de sporters op vaste scharen supporters rekenen. Er waren vier grote renstallen, te herkennen aan de kleur op de wagens: wit, groen, blauw en rood. Menners die van kamp wisselden – ook peperdure transfers behoorden tot de praktijk – werden onthaald op fluitconcerten. Voorafgaand aan de wedstrijden trokken fans door de wijken van Rome, gehuld in de kleuren van hun favorieten. 

Meijer: ‘Denk niet dat de grootste rellen van de huidige tijd zijn. In 532 ging half Constantinopel in vlammen op, toen er tijdens de races onlusten uitbraken tussen de blauwen en de groenen. Het duurde twee weken. Uiteindelijk is het leger erop afgestuurd. Dat dreef de aanhang het hippodroom in. Van de 90 duizend supporters zijn er 30 duizend gedood.’

Als voorbeeld voor wat zich gaat voltrekken als spelen van dit kaliber in een samenleving verdwijnen, biedt de Romeinse oudheid beperkt houvast. Er is destijds niet in één keer een streep door de sport gezet. De betekenis was uiteindelijk wel aan het tanen. De wagenrennen trokken meer naar het Byzantijnse rijk, maar het waren vooral de gladiatorengevechten die het lastig hadden, onder invloed van de opkomst van het christendom. Dat in de periode daarvoor de aanhangers letterlijk voor de leeuwen waren geworpen, was voor veel inwoners een pijnlijke herinnering aan het worden. Keizer Theodosius I, die het christendom tot staatsreligie verhief, maakte er aan het eind van de 4de eeuw definitief een eind aan.

Het gaat volgens historicus Meijer te ver om het afnemende gewicht van de wedstrijden te koppelen aan de ondergang van het Romeinse keizerrijk. ‘De teloorgang is niet monocausaal, er zijn talloze boeken met uiteenlopende verklaringen over geschreven. Er stonden rivaliserende groepen aan de grenzen, economisch ging het slecht. Maar je kunt op z’n minst zeggen dat het een bijdrage heeft geleverd. Met het verdwijnen van de spelen boetten keizers wel aan krediet in.’ 

Er was weliswaar wat gemor onder het volk, maar tot een revolte kwam het niet. ‘Het ging in die jaren zo beroerd dat er uit de steden een trek naar het platteland ontstond. Rome werd ook nog eens getroffen door malaria. Het inwonertal daalde van één miljoen naar amper 100 duizend. Intussen drongen de Germanen het rijk binnen. Het volk was vooral bezig te overleven.’

Bord-op-schoot-moment

Ook latere despoten in Europa gebruikten volgens Meijer sport en spel ter eer en meerdere glorie van zichzelf en als een methode om de aandacht af te leiden van de noden van het volk – herinner Adolf Hitler die de Olympische Spelen in 1936 naar Berlijn haalde; de zwarte atleet Jesse Owens bedierf helaas voor het regime met vier keer goud het beoogde Arische feestje. Maar met de grotere invloed van de media en de komst van internet, zegt Meijer, is zo’n functie aan erosie onderhevig. De ware motieven worden eerder doorzien. ‘Daar hoefden ze in Rome niet voor te vrezen. Er was wel pers, maar zwaar gecensureerd. Van de inwoners kon hooguit 4 of 5procent lezen.’

Anderzijds stelt Meijer ook vast dat de rollen intussen zelfs omgekeerd zijn: het volk wil dat de regering de sport ongemoeid laat. ‘Kun je je het voorstellen: de regering van Brazilië die het voetbal verbiedt? Dan moet wel oorlog worden. Ook in democratieën weten ze dat voetbal opium voor het volk is.’

Hoe de onrust zich zal manifesteren is ook voor Meijer gissen. ‘Maar sluit niet uit dat supporters na drie maanden geduld uitoefenen optrekken naar de stadions of misschien wel de gemeentehuizen. Het werkt op de emotie: je neemt ze iets af waarop ze zich al die tijd enorm hebben verheugd. Het gaat niet om de geringste evenementen die zijn uitgesteld. De Olympische Spelen, het EK voetbal , de Tour de France, de eredivisie. Ik mis het nu zelf al, het ritueel van zeven uur zondagavond met het bord op schoot naar Studio Sport kijken. Sport hoort bij het leven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden