Letitia Vriesde: Sportles in Paramaribo

Voor kinderen in Paramaribo spreekt het allerminst vanzelf om aan sport te doen. Voormalig topatlete Letitia Vriesde weet precies waaraan ze in Suriname is begonnen. ‘Ik wil de kinderen een kans geven.’

Een zaterdagochtend op het Plein van 12 mei, dicht bij het centrum van Paramaribo. De zon brandt meedogenloos boven het beton. Een stuk of dertig kinderen dribbelen met een basketbal.

Op het grasveldje aan de overkant stellen drie teams zich op voor een geïmproviseerde estafetteloop. Aan de zijlijn staat Letitia Vriesde. Gefronste wenkbrauwen. Ze vraagt zich hardop af waarom het allemaal zo lang moet duren. Zo moeilijk is het toch niet? Kwestie van goed voorbereiden en zelf de oefeningen voordoen. Dat gaat het vermogen van haar instructeurs te boven. ‘Nog een maandje en de kinderen hebben de begeleiding ingehaald.’

Inhaalrace
Ooit zette Vriesde zelf een inhaalrace in. In het district Coronie waar ze opgroeide, begon ze pas op haar achttiende met atletiek. Drie jaar later, in 1985, verhuisde ze naar Nederland om daar in hoog tempo alle Surinaamse records tussen de 400 en 10.000 meter te verbeteren.

Vriesde is nu 44 en kijkt vol trots terug op haar sportcarrière. Nog altijd is ze Zuid-Amerikaans recordhoudster op alle middellange afstanden. ‘Dat blijft nog wel een tijdje zo, want ik zie geen echte ontwikkeling, ook niet in Brazilië.’

Een enkele keer wordt ze wakker van de gemiste kansen. Bij de Spelen in Sydney (2000) had ze zich stiekem tot de medaillekandidaten gerekend. Ze kwam er niet eens door de series. In de laatste bocht werd ze uit balans gebracht door een duw waardoor een concurrente net wel die 0,03 seconde overhield. Olympische roem was sowieso niet voor haar weggelegd. In Barcelona (1992) was ze de snelste loopster ooit die een finale misliep, in Atlanta (1996) werd ze op de laatste meters werd ingesloten.

Fourwheeldrive
Een hagelnieuwe fourwheeldrive stopt tussen beide sportveldjes. De Cubaanse ambassadeur komt poolshoogte nemen. Hij schudt handen, is een en al oor, maar kijkt toch wat ongelovig om zich heen. Een atlete van wereldformaat die op een hobbelig zandveldje kinderen enthousiast probeert te maken voor sport?

Dat pakken ze in Cuba heel anders aan. Na tien minuten kruipt de diplomaat weer achter het stuur. Hij weet genoeg. Ze hebben in elk geval niet voor niets een bondstrainer uit Cuba laten komen. Vriesde is blij met het hoge bezoek. Wie weet vloeit er iets uit voort.

De stichting Letitia Vriesde Sportpromotie organiseert op acht locaties in Paramaribo open sportmanifestaties. Het doel is jongens en meisjes tussen 7 en 14 jaar te laten kennismaken met diverse takken van sport. Om de twee weken: van half negen tot twaalf.

Alleen in de wijk Sophia’s Lust beginnen ze wat later, zegt Vriesde: ‘Daar heb je veel eenoudergezinnen en moeten kinderen ’s ochtends vroeg eerst boodschappen doen voor de rest van de week.’

Budget
Het budget van de stichting houdt niet over: 4000 euro per jaar en daarmee lukt het net de trainers te betalen en materiaal en limonade voor de kinderen te regelen. Bij gebrek aan steun van de Surinaamse overheid is Vriesde, die samen met haar man Bas van Veen de buurtprojecten heeft opgezet, aangewezen op donaties van particuliere bedrijven.

Met verbazing hoorde Vriesde onlangs van de sportprojecten van Maria Mutola, haar voormalige rivale uit Mozambique, waarmee honderdduizenden euro’s gemoeid zouden zijn. Iets minder mag ook, maar zoiets moet in Suriname toch ook kunnen?

Ze heeft het er regelmatig over met voetballer Clarence Seedorf. Dan vraagt ze wel of hij kan bellen, want ze vermoedt dat Seedorf iets teweeg kan brengen. ‘Ons doel is hetzelfde: sportontwikkeling in Suriname. Om internationaal te kunnen presteren, maar ook om de jeugd een kans te geven. Wanneer ik hier door wijken als Flora of Abrabroki rondloop, wil ik die kinderen helpen, waarmee dan ook.

‘Ik weet dat we helemaal van voren af aan moeten beginnen. Bij trainingsaccommodaties, liefst met verlichting. Dan zou je tegelijkertijd ook een hoop drop-outs kunnen opvangen. Die kunnen toch beter wedstrijdjes lopen dan op straat rondhangen? Wie weet welk talent er tussen zit. En zo komt er meteen weer wat structuur in hun leven.’
Letitia Vriesde
1964 - geboren op 5 oktober in Coronie (Suriname)
1980 - begint met hardlopen, vestigt eerste Surinaamse record
1988 - debuteert bij Olympische Spelen met halve finaleplaats
1991 - finale 800 en 1500 meter WK Tokio
1995 - zilver 800 meter WK Göteborg
2001 - brons 800 meter WK Edmonton
2005 - stopt met atletiek

]]>

Cappuchino
Vriesde heeft plaatsgenomen achter een grote kop cappuccino in de Domineestraat, hartje Paramaribo. Zo nu en dan wordt ze herkend. Al wordt de voorbijganger flink op weg geholpen door de levensgrote affiches in de etalage van een telefoonwinkel, twintig meter verderop. Sinds ze weer in Suriname woont, is ze het gezicht van een nieuwe campagne.

Kwam wel goed uit eigenlijk, omdat ze met haar man net een bedrijf in sportartikelen is begonnen. Vriesde mag dan nationaal en internationaal grote bekendheid genieten, dat betekent nog niet dat iedereen in Suriname op haar zit te wachten.

In januari werd ze doodleuk gepasseerd als nieuwe voorzitter van de atletiekbond. Een kwestie van behoudzucht, eigen belang en vriendjespolitiek, denkt ze. Naar het schijnt staat al maanden van tevoren vast welke atleten en begeleiders worden afgevaardigd naar internationale toernooien. Wedstrijdvorm of selectiecriteria doen daarbij allerminst ter zake. Het gaat om de reisjes voor officials die tussendoor ook nog een paar atleten moeten begeleiden.

Is het dan vreemd dat vlak vóór de bestuursverkiezingen een puur negatieve campagne wordt gevoerd in de media? Een oude dopingaffaire van Vriesde werd opgerakeld. ‘Bij de Panamerikaanse Spelen moest ik mijn gouden medaille inleveren omdat ik te veel cafeïne in mijn bloed had. Gewoon, van die koppen koffie elke ochtend. Dat was in 2003, toen alle focus op de dopingcontroles lag.

‘Was het drie maanden later gebeurd, dan hadden ze cafeïne van de lijst gehaald. Maar dat verhaal moest weer in de pers omdat iemand met een dopingverleden natuurlijk nooit de bond zou kunnen leiden.’

Laconiek
Vriesde blijft er laconiek onder. Ze heeft geleerd nu en dan haar eigen positie ter discussie te stellen: ‘Wie denk ik eigenlijk dat ik ben? Maar net een jaartje terug in Suriname en meteen al in het bestuur? En wat had ik me op de hals gehaald als ze me wel hadden gekozen?’

Dan loopt ze die bestuursfunctie maar mis. Hoe jammer dat ook is voor Suriname, want de komende jaren had haar land volop kunnen profiteren van haar status bij de IAAF, de internationale atletiekfederatie.

In het najaar ging ze van het ene toernooi naar het andere internationale gala. Heel handig wanneer je in een klein land sportprojecten van de grond probeert te krijgen.

Keihard doorwerken ziet ze als de enige oplossing. Resultaten laten zien zonder andere partijen voor de voeten te lopen. Zo wil Vriesde op termijn een eigen competitie opzetten en zelf atleten opleiden. Talent genoeg in Suriname, maar volgens haar ontbreekt het aan de juiste sportcultuur, infrastructuur en scholing. Een atletiekbaan is al te veel gevraagd.

Kampioenschappen worden al jaren afgewerkt op een grasbaan in het nationale voetbalstadion. Dolgraag zou ze met Nederlandse cios-stagiaires aan de slag gaan om jonge sporters te selecteren en beter te maken. Want de sportacademie in eigen land kent niet eens een stage. Of het moet die ene middag zijn dat studenten als wedstrijdofficial met een rode of witte vlag mogen zwaaien.

Infrastructuur
Waarom is Vriesde eigenlijk niet in Nederland gebleven? Hoewel ze altijd haar Surinaamse paspoort heeft aangehouden, beschikt ze over een permanente verblijfsvergunning. Tot begin vorig jaar gaf ze training aan individuele atleten en stond ze op de baan als clubtrainer. Waarom zou ze dat nog tien jaar doen? De kans dat in Nederland een talent komt aanwaaien, is niet zo veel groter dan in haar geboorteland. Want ook in Nederland ontbreekt de juiste infrastructuur. School en studie gaan altijd voor.

‘Eigenlijk is dat heel Nederlands, het kiezen voor de zekerheid. Die opleiding zul je altijd nodig hebben, het is veel te riskant al je geld op een topsportcarrière te zetten. Vergelijk dat eens met Amerika. Daar verdien je een scholarship door sportprestaties. Of neem Jamaica, waar ze elk jaar landelijke kampioenschappen organiseren waaraan alle high schools meedoen. Dan heb je meteen een soort mini-WK. En over Kenia hoeven we het helemaal niet te hebben. Weet je hoeveel koeien je daar kunt kopen voor een Europese wedstrijdpremie van duizend Amerikaanse dollar?’

De stichting van Vriesde moet een begrip worden in Suriname opdat op den duur een vruchtbaar sportklimaat ontstaat. Een concrete doelstelling? De Olympische Spelen van 2012 komen te vroeg, maar ze is ervan overtuigd dat op termijn weer Surinaamse atleten aan de start verschijnen bij internationale wedstrijden.

En dan niet zoals ze het zelf jaren meemaakte: moederziel alleen, de neiging onderdrukkend om met een verrekijker de tribunes af te speuren naar supporters of landgenoten. Heel anders dan bij de Nederlandse ploeg.

‘Niet dat Nederland nou zo’n groot atletiekland is, maar bij elk toernooi zie je wel ergens de nationale vlag wapperen. En dat is waarom het gaat: je land vertegenwoordigen en internationaal weer enige status zien af te dwingen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden