Bellen metOnze Tour-verslaggever

‘Langzaam verdwijnt de vrees dat de Tour Parijs niet zal halen door corona’

Niet alleen voor de renners, ook voor journalisten is deze Ronde van Frankrijk anders dan alle voorgaande edities. We bellen met onze Tour-verslaggever Rob Gollin. ‘Zelfs de quotes moeten we delen.’

Jumbo-Vismarenner Primož Roglič staat de pers te woord voor de tweede etappe van de Tour. Er zijn forse beperkingen op interactie met journalisten ingesteld.Beeld AFP

Rob, stoor ik?

‘Nee hoor. Ik zit in de auto richting Privas, de finishplaats vandaag. Een autorit van ruim 360 kilometer. Dat hoort erbij als je de Tour verslaat.’

Die logistiek was je waarschijnlijk wel gewend van de drie eerdere edities van de Tour die je voor de krant volgde. Maar verder?

‘Verder is alles anders. Als ik deze Tour als verslaggever in één woord zou moeten duiden: afstandelijk. We zijn een paar dagen onderweg en ik heb nog nooit zo weinig renners kunnen spreken. De mogelijkheden daartoe zijn heel beperkt: soms aan de start, soms aan de finish. En alles om beurten met collega’s, omdat we niet tegelijkertijd in de met hekken afgesloten persvakken mogen zijn. Zelfs de citaten moeten we delen. We dragen dan sowieso een mondkapje, de renners ook bijna allemaal. Dat is de werkelijkheid van dit jaar.’

Lukt het dan wel om eigen verhalen te maken?

‘Bij eerdere edities bedacht ik graag verhalen in de marge van de race. Inspiratie daarvoor haalde ik op bij de teambussen. Maar ook de parkeerterreinen zijn volledig afgesloten. En als je maar twee vragen mag stellen bij de finish, mede namens je collega’s, kun je renners niet lastigvallen met randzaken. Je beperkt je tot de kern van de zaak: wat te verwachten van de etappe, hoe is de rit verlopen? Je mist daardoor de speelsheid, dat is onbevredigend.

‘Het gebruikelijke overzicht met de hotels waar de ploegen verblijven na elke etappe hebben we dit jaar niet gekregen. De ‘bubbel’ moet koste wat het kost in stand blijven. Zelfs een foto laten maken buiten bij een hotel en van grote afstand is iets waar veel ploegen niet aan willen – uit vrees voor gedoe met de tour-organisatie ASO. De belangen om de Tour tot een goed einde te brengen zijn zo groot dat men geen enkele concessie wil doen.’

Een journalist interviewt de Duitser John Degenkolb voor de start van de eerste etappe.Beeld AP

Het virus zit als grootste tegenstander onzichtbaar in het wiel van de renners, schreef je eerder.

‘Toen de Tour zaterdag startte in Nice, had het departement van die stad net ‘code rood’ gekregen vanwege de snelle toename van het aantal besmettingen. Er was onrust over positieve tests in en rond het peloton, die soms trouwens vals-positief waren. Een versoepeling van de regels werd weer teruggedraaid: twee besmettingen en een ploeg moet naar huis. Renners maakten zich zorgen, bijvoorbeeld over schreeuwende toeschouwers langs het parcours.

‘Maar ik heb het idee dat de vrees dat de Tour Parijs niet haalt langzaam erodeert. Er zijn geen nieuwe positieve tests. Er wordt strikt op toegezien dat supporters mondkapjes dragen. Net als bij ons, journalisten. Zelfs als we in de vrij lege persruimte op ruime afstand van elkaar achter ons tafeltje zitten, moeten we er eentje op. Elk ongeluk probeert men uit te sluiten. Maar toch: we zijn pas net weg uit Nice. Of het verblijf daar gevolgen heeft gehad, zullen we vanwege de incubatietijd van het virus pas over een paar dagen weten.’

Wat ook anders is dit jaar: een Nederlandse ploeg met een kandidaat-eindwinnaar.

‘Vorig jaar reed Jumbo-Visma natuurlijk ook heel goed, met vier etappezeges en een derde plaats in het eindklassement. Maar zelfs toen waren ze niet zo dominant als nu. De Sloveen Primož Roglič reed in de voorbereidingskoersen al goed. Na een val in het Critérium du Dauphiné was er enige onzekerheid over zijn toestand. Maar gisteren won hij op indrukwekkende wijze. Geen Nederlander, nee. Maar Roglič’ ploeggenoot Tom Dumoulin en Bauke Mollema (Trek-Segafredo) staan er ook nog prima voor.’

Morgen wacht een rit met een Nederlands tintje: finish op de Mont Aigoual.

‘Dat is de berg die een belangrijke rol speelt in de wedstrijd beschreven in De Renner, het boek van Tim Krabbé. Daan Kool, onze correspondent in Frankrijk, reist vandaag het peloton vooruit om de mythische status van de berg te onderzoeken. Opmerkelijk is dat de Tour er pas één keer overheen trok. En De Renner is in veel talen vertaald, maar niet in het Frans. Krabbé vindt de Mont Aigoual overigens een klim van niks, wat betreft de moeilijkheidsgraad. Die zal dus niet snel de iconische status van de Mont Ventoux of Alpe d’Huez krijgen. Maar De Renner is voor menig wielrenner, prof en amateur, een soort bijbel.’

Tot slot: jouw voorspelling voor vandaag?

‘Een massasprint zit er zeker in, al lopen de laatste kilometers van de rit wel licht omhoog. De Nederlandse hoop is gevestigd op Cees Bol, de sprinter van Sunweb. Die werd al eens derde en zevende. Hij is erop gebrand te winnen. Misschien maakt ook Wout van Aert kans. Die is in bloedvorm, zagen we gisteren. Hij rijdt zonder morren in dienst van zijn kopmannen Roglič en Dumoulin, met de toezegging dat hij als het kan voor zijn eigen kansen mag gaan.’

Koersen in tijden van corona

Als twee renners van een ploeg of hun begeleiders binnen zeven dagen positief zijn getest, moet het team de Tour verlaten. Behalve de wedstrijd wordt ook het virus vol spanning gevolgd.

Onrust in de Tour de France: gaan valse coronatests wielrenners naar huis sturen?

Tom Dumoulin is net op tijd weer fit. ‘Ik wil het echt opnieuw gaan bewijzen’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden