nieuws

Kromowidjojo hapt een keer naar adem en grijpt Europese titel op de 50 meter vrije slag

Niemand kan zo snel starten als Ranomi Kromowidjojo. In Boedapest werd ze Europees kampioen 50 meter vrije slag.

Ranomi Kromowidjojo na haar winnende race. Beeld EPA
Ranomi Kromowidjojo na haar winnende race.Beeld EPA

Zelden werd Ranomi Kromowidjojo met een bredere lach in een zwemstadion aangetroffen dan dinsdagavond. Ze toverde haar lach tevoorschijn toen ze na de aantik de zwembril afzette en het scorebord van de 50 meter vrije slag zag. Er stond 23: 23,97. Dat is het ultieme doel van de vrouwelijke sprinters op de race van blok naar muur.

Een lage 24’er is leuk, kan goed genoeg zijn voor een grote titel, zoals in het geval van Kromowidjojo voor de olympische van 2012 (24,05) en die van de wereld in 2013 (24,05). De ‘23’er’ is de wensdroom, zeker als daar zoals dinsdag aan de boorden van de Donau in Boedapest Europees goud mee wordt veroverd.

De Nederlandse topper (30) zwom pas voor de tweede keer in haar lange zwemleven onder de 24: bij de WK van 2017 in hetzelfde stadion werd het 23,85 en deze keer 23,97. Het zijn twee pareltjes die zij nog graag met een derde uitbreidt, deze zomer bij de Olympische Spelen van Tokio.

Kromowidjojo moest het dinsdag doen zonder de tegenstand van de Zweedse Sarah Sjostrom die het wereldrecord bezit: 23,67 . Sjostrom herstelt van een elleboogfractuur die zij opliep op het water. Ze ging in februari onderuit op het ijs van een Zweeds meertje en miste twaalf weken serieuze training.

Elk detail telt

Voor 50 meter crawlen, juist binnen de grenzen van verzuring, lijkt niet veel training nodig, maar voor de uitvoering op het hoogste niveau telt elk detail. Er moet zeker longcapaciteit zijn. Kromowidjojo ademde gisteren op 12, 13 meter van de finish voor de eerste en enige keer. ‘Maandag deed ik de series in drieën en de halve finale in twee’, vertelde ze na die races, waarop ze voorspelde in de finale van dinsdag met één hap adem toe te kunnen.

Zo pakte het uit. Zoals het hele raceplan deugde. ‘Ik kan het snelst starten’, onderstreepte ze nog eens. Ze had er bij mogen zeggen ‘van de hele wereld’, want dat is gebleken uit metingen.

Olympisch kampioene Pernille Blume, de Deense met de wilde molenwiekslag, was op de 15-meterlijn (Kromowidjojo kwam op 14 meter boven) feitelijk verslagen. De Nederlandse lag een halve lichaamslengte voor.

Enorme snelheid

‘Dan profiteer ik nog vier, vijf slagen van de enorme snelheid waarmee ik boven water ben gekomen’, zo legde ze kort voor het aanhoren van het Wilhelmus nog eens omstandig uit. Het zijn vijf slagen om iets van reserve te houden. ‘Daarna is het weer opbouwen naar het eind. De laatste twaalf, dertien meter is het alles geven.’ Het hoofd blijft dan onder water. ‘Ik zie niks van de anderen. En zij hopelijk niet van mij. Ik zwem volkomen mijn eigen race.’

‘Ik ben blij met mijn tijd en mijn plak. Maar nog het meest met de manier waarop ik deze race heb gezwommen. Hij was goed, oké als jullie het zeggen, heel goed. Sneller dan in Londen 2012 en Rio 2016. Ik heb mezelf dit raceplan aangeleerd.’

Dat zij daags tevoren een vormdipje kende, waardoor Nederland naast het Europese estafettegoud op de 4x100 vrij greep, had Kromowidjojo niet aangegrepen. Zij lacht moeilijkheden makkelijk weg. ‘Die 100 van 53,5 deed me wel wat, maar het is daarna weer een nieuwe dag. Herpakken. Dat kan ik. Daar zwem ik lang genoeg voor.’

Dan nog een nabeschouwing op pas haar tweede Europese titel langebaan. Weer met een lach: ‘Ik heb al zoveel meegemaakt in mijn zwemleven, maar ik had nog niet zoveel Europese kampioenschappen.’

Geprikkelde Kamminga wint zijn eerste medaille die ertoe doet

Zijn eerste, echt grote medaille, de zilveren van een Europees langebaankampioenschap, mocht schoolslagzwemmer Arno Kamminga zichzelf omhangen. Het covidprotocol in het Donaustadion van Boedapest maakt dat de mannen en vrouwen van de Europese zwemtop hun eigen ceremonie protocollaire dienen uit te voeren. Kamminga was een doe-het-zelver vol graagte. Hij bubbelde van blijdschap over zijn race in de nabijheid van de door hem bewonderde Britse superkampioen Adam Peaty, wereldrecordhouder, olympisch kampioen en drievoudig wereldkampioen op de 100 meter schoolslag.

‘Op mijn tweede baan, naar de finish, naderde ik Adam. Dat zie je uit je ooghoeken. Maar de laatste meters waren juist iets te lang voor mij. Ik zag hem wegkruipen. Dat is nog een puntje om aan te werken.’

De start en de eerste baan zijn de sterke punten van Peaty. ‘Ik moet het hebben van het keerpunt en mijn tweede baan.’ Zwemmend ontwikkelt de Katwijker, met 1.84 zeven centimeter kleiner dan de spierbonk uit Groot-Brittannië, minstens dezelfde snelheid. Het wekt vertrouwen voor de komende jaren.

Peaty gaat uit van de komende maanden, richting Tokio: ‘In Europa ontwikkelt zich forse tegenstand. Kamminga maakt stappen. Hij was erg blij. Begrijpelijk. Ik heb gezegd dat hij het goed doet.’

‘Ik zwom in de finale mijn een na bes­te tijd ooit, 58,10. Op het moment dat het moest, is het me gelukt. Het was geweldig’, was de nabeschouwing van Kamminga (25) die geprikkeld was door enkele woorden van Peaty uit de voorbeschouwing. De Dutchman moest het maar eens in een echte race laten zien.

Kamminga’s toptijd van 57,90 kwam in een testwedstrijd tot stand. De spanning van de finale was het grote talent van het Nederlandse zwemmen goed bevallen. ‘Ik heb me geweldig kunnen opladen. Ik heb er meer hart en gevoel in gelegd. Zo’n 100 meter doet vreselijke pijn. Nu voel ik niets door de euforie. Maar vannacht in de slaap ga ik het nog ervaren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden