Interview Zwemsters ‘op leeftijd’

Kromowidjojo en Heemskerk zijn het zwembad niet uit te krijgen: ‘Ik weet dat er nog steeds meer in zit’

Ranomi Kromowidjojo (bijna 28) en Femke Heemskerk (32) zijn nog altijd topsporters. Ze hebben lol in het zwemmen en zien kans zich te verbeteren, nu bij de EK en in 2020 tijdens de Spelen van Tokio. 

Femke Heemskerk (achter) en Ranomi Kromowidjojo na afloop van de 100 meter vrije slag tijdens de Swim Cup in Amsterdam van 2017 Foto ANP

‘Ik was 21, olympisch kampioen en de oudste van de hele zwemploeg. Al mijn oude ploegmaten waren gestopt. Daar zat ik met die jonge guppen die ik eigenlijk niet kende. Ik had een bondscoach die mij afkneep en een ploeg die me niet lag. En ik werkte ook nog eens parttime. Dan stop je. Maar met de begeleiding van tegenwoordig had ik misschien wel twee Olympische Spelen meegekund.’

Zo reageert Ada Kok, olympisch ­vlinderslagkampioen van Mexico 1968, op de trend dat zwemsters steeds langer meegaan. Inge de Bruijn was op een week na 31 toen ze in Athene (2004) goud won. Op haar 36ste overwoog ze een comeback. Marleen Veldhuis haalde als moeder van dochter Hannah op haar 33ste een bronzen medaille in het olympische zwemtoernooi van Londen (2012) en Inge Dekker zwom zestien jaar lang het ene kampioenschap na het andere. Ze stopte op haar 30ste.

De huidige taaie doorzetters, vrouwen met zwemcarrières van dertien, veertien seniorjaren, zijn Ranomi Kromowidjojo (over twee weken wordt ze 28) en Femke Heemskerk (31 in september). Ze roepen in koor dat zij zichzelf niet oud vinden. Kromowidjojo, van 1990: ‘Ik heb nog ’90 in mijn geboortejaar staan, hoor. Dat voelt toch anders dan ’80.’ Heemskerk, van 1987: ‘Leeftijd, ach. Ze schatten me nog altijd 25.’

Toch kan ook Kromowidjojo niet de realiteit negeren. ‘Femke en ik hebben wel eens zo’n gevoel als we in het gezelschap van de jongeren over 2006, het jaar van onze doorbraak op de EK van Boedapest, of over 2008, ons olympische estafettegoud van Peking, praten. Dan zeggen die jonkies: hé, toen zat ik nog in de luiers. Nou ja, ze bedoelen: toen begon ik net met zwemmen. Of: toen haalde ik mijn eerste zwemdiploma.’

Heemskerk: ‘Maar ik kan me niet meer een leven voorstellen van een 14-jarige die compleet in de tunnel van het zwemmen leeft. Daar word ik nu niet meer gelukkig van.’

Kromowidjojo: ‘Ik heb laatst het talent Nyls Korstanje onder mijn hoede genomen. Hij moest examens maken, het was kielekiele. Hij diende aan te poten. Ik zei: kom bij ons thuis leren. Telefoon inleveren, ja, dat is echt wat van deze generatie. Die kunnen niet zonder. Ik ben de moeder van de ploeg volgens Nyls. Maar Femke is nog drie jaar ouder.’

De twee, ooit een gouden kwartet vormend met Marleen Veldhuis en Inge Dekker, hebben hun drijfveren om door te gaan. Hoofdreden: ze zijn allebei nog steeds wereldtop. Kromowidjojo verbeterde vorig jaar het wereldrecord op de 50 meter vrije slag (kortebaan) en gaat zeker door tot en met de Spelen van 2020 in Tokio. Daar heeft ze vorig jaar voor getekend.

Heemskerk, stabiele factor op alle ­estafettes, moet nog beslissen. Maar ze zegt zich steeds beter te voelen na het ­afschuwelijke olympische jaar 2016, toen ze werd afgebeuld door de Franse trainer Philippe Lucas. Een verlenging van haar loopbaan, aan de hand van de ­vertrouwde coach Marcel Wouda, lijkt een zekerheidje.

Perfecte race

Kromowidjojo: ‘Ik word gedreven door de wetenschap dat er nog steeds meer in zit. Dat borrelt, om nog beter te worden. Dat zei ik in Rio al toen iedereen dacht dat het klaar was voor mij. Dat dacht ik zelf niet. Ik zei: er zit juist nog meer in. Ik blijf op jacht naar die perfecte race. Die heb ik nooit gezwommen. Zelfs niet bij de twee gouden races van de Spelen van Londen.

‘Ik weet dat ik sneller kan. Als dat gevoel weg zou zijn, dat ik zwem zonder echt beter te worden, dan was de motivatie weg. Vorig jaar zwom ik op bijna alle afstanden persoonlijke records. Die pr’tjes stuwen me voort. Het proces van verbetering geeft me heel veel plezier. ­Fysiek en mentaal fit zijn, ­begrijpen waarom je iets doet, dat zijn de mooie dingen van topsport op ­leeftijd. Dat draagt eraan bij dat ik het nog steeds heel leuk vind.’

Heemskerk: ‘Volhouden is niet ­moeilijk. Want als iets leuk is, dan is dat altijd makkelijk. Ik voel me dit jaar weer beter dan vorig jaar dat een soort van hersteljaar was. Dit jaar lever ik constante, goede trainingen af. Dat is een nog ­betere indicatie van je vorm dan ­toptijden zwemmen.’

Marcel Wouda, de coach van het topduo, kent de kunst van het op leeftijd blijven presteren. Hij stopte zelf op zijn 28ste, met een wereldtitel op de 200 meter ­wisselslag (Perth 1998) achter zijn naam. Hij zegt te weten hoe hij moet omgaan met kampioenen op leeftijd.

Foto ANP

Er mag geen valse hoop gewekt worden. Wouda: ‘Is er nog een next step in hun ontwikkeling? Gaat iemand nog eens anderhalve seconde sneller zwemmen. Dat is niet aannemelijk. Dus gaat het om het optimaliseren van het trainingsproces. Kunnen we nog een beetje winst maken met de krachttraining? Of een beetje meer snelheid kweken of techniek verbeteren?

‘Het gaat op deze leeftijd van Femke en Ranomi om de puntjes op de i. ­Misschien dat we nog eentiende, tweetiende, hooguit viertiende van hun toptijd weten af te halen. Ik zet nooit een plafond op prestaties. Maar het ligt niet voor de hand dat zij een volgende trap kunnen bestijgen of een volgende verdieping halen.’

Met zwemmers op leeftijd werkt het anders, aldus de coach. ‘Zij zijn autonomer. Je geeft ze ook die verantwoordelijkheid. Ze komen zelf met opmerkingen: dit kan wel en dit kan niet. En ze hebben natuurlijk kennis van zaken. Ze doen al zo lang aan zwemmen op hoog niveau. Het zijn ook twee hyperintelligente vrouwen. Dat geeft een andere dimensie aan trainen, aan zwemmen.’

Heemskerk: ‘Vroeger was het bij mij van ja en amen. Ik vond het moeilijk te zeggen dat ik misschien een middag vrij moest zijn. Ik ben een labrador, of een golden retriever. Heel trouw, hè. Nu geef ik aan wat werkt en wat niet werkt. Marcel geeft mij ook meer de vrije hand.

‘Vroeger dacht ik lang na over die middag dat ik beter niet kon trainen. Nu beslis ik dat sneller. Ik heb echt niet zoveel middagen gemist, hoor. Uit mijn hoofd zeg ik één. Haha. Toen ik in april ziek was geweest, stuurde Marcel me een week eerder met vakantie. Naar mijn vriend in Californië. Hij had het plan al klaar. Ik kwam vol energie terug. Het is echt heel mooi dat we zo kunnen samenwerken.’

De coach springt voorzichtig om met de vrouwen die al zoveel kilometers in de armen en benen hebben. Wouda: ‘Ik ben wel voorzichtig met de grote belasting. Aan de andere kant: zwemmen is een low impact sport. Er komen geen grote G-krachten vrij. Zwemmen lijkt snel. Maar als je het vergelijkt met de ­bewegingen op het land, dan is het heel traag. De aanslag op het lichaam is veel minder.’

Explosieve start

Kunnen zwemmers daarom langer mee? Wouda aarzelt: ‘Vergeet niet: zwemmers beginnen jong. Deze twee waren jong en piepjong toen ze begonnen. Maar ik ben ook de laatste die zegt: als je 33 bent of 36, dan ben je oud.’

Aan de rand van het Eindhovense zwembad worden altijd allerlei zaken gemeten. Bij sprongtesten blijken Kromowidjojo en Heemskerk nog steeds betere scores af te leveren. Een bijzonderheid is hun start, toch een onderdeel waar explosiviteit wordt vermoed. Wouda: ‘Op de start, de eerste vijftien meter die wij klokken, verbeteren alle twee zich nog steeds. De ontwikkelingscurve loopt omhoog. Dat is voor afstanden als de 50 en 100 meter vrij van groot belang. Best bijzonder, ja.’

Het sportleven gaat snel. Kromowidjojo, die net als in 2017 dit najaar weer een hele serie wereldbekerwedstrijden zal afwerken, zegt: ‘De tijd vliegt.’ Maar haast om de eindigheid van de loopbaan voor te blijven heeft ze niet. Olympisch Tokio is over twee jaar. ‘Daar wil ik op mijn best zijn en op het hoogste podium komen.’

En dan is de Groningse nog maar 29. Leeftijd, het is maar een cijfer.

Zwemsters presteren op steeds hogere leeftijd

Erica Terpstra, 21, twee olympische medailles Tokio 1964

Ada Kok, 21, olympisch vlindergoud Mexico 1968

Inge de Bruijn, 30, olympisch kampioen 50 vrij Athene 2004

Edith van Dijk, 35, vicewereldkampioen 25 kilometer openwater 2008

Marleen Veldhuis, 33, olympisch brons 50 vrij Londen 2012

Inge Dekker, 30, olympisch finalist estafette Rio 2016

Femke Heemskerk, 29, twee estafettemedailles WK Boedapest 2017

Buitenlandse voorbeelden

Dawn Fraser (Aus), 24, olympisch kampioen 1956, 1960 en 1964.

Dara Torres (VS), 41, eerste olympisch goud 1984, tweemaal goud 2000, driemaal zilver 2008

Dana Vollmer (VS), 29, eerste olympisch goud 2004, goud in 2012, zilver in 2016

Katinka Hosszu (Hon), nu 28, vier Spelen, in Rio driemaal goud (toen 27)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.