Krachtpatsers krijgen te vaak voorrang in het jeugdvoetbal: ‘Er gaat veel talent verloren’

In december geboren? Dan heb je vaak pech

Het gaat niet goed met het Nederlandse voetbal. De Volkskrant zoekt tot het WK voetbal naar een weg uit de misère in een wekelijkse serie. Het probleem van vandaag: jeugdopleidingen selecteren te vaak de sterkste spelers, die niet altijd de beste spelers zijn.

Tijdens de training van de Spartajeugd wordt bij de samenstelling van de groepen rekening gehouden met leeftijd en fysieke ontwikkeling. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

In het jeugdvoetbal geldt te zeer het recht van de sterkste. Niet de vaardigste of meest technische spelers zijn de uitblinkers, maar de grootste en krachtigste jongens maken het verschil. Zij lijken talentvoller, maar zijn meestal verder in hun fysieke ontwikkeling. Kleinere spelers, die mogelijk net zo veel of zelfs meer talent hebben, worden zo over het hoofd gezien.

‘Er gaat veel talent verloren’, zegt Ruben den Uil (27), performance coach bij Sparta en trainer van spelers tot 16 jaar. Hij is sinds drie jaar werkzaam in Rotterdam bij de jeugdopleiding en richt zich op innovaties. Een daarvan is het fysieke aspect dat in het jeugdvoetbal een te grote rol speelt.

Geboortemaandeffect

Het viel Den Uil op tijdens zijn opleiding Sport Management & Ondernemen en bij zijn werk als scoutingcoördinator Jeugdplan Nederland bij de KNVB. ‘Iedereen ziet dat de grootste jongens uitblinken zonder dat je daar bewust over nadenkt. Pas toen ik erover ging lezen en de wetenschap erachter leerde kennen, besefte ik hoe oneerlijk het eigenlijk is.’

Sparta probeert het fysieke voordeel dat sommige jeugdspelers hebben sinds twee jaar in te dammen. Kleinere spelers krijgen een eerlijkere kans. Zij hoeven op de trainingen niet langer de hele week op te boksen tegen de grotere jongens. ‘Het is allereerst belangrijk om onderscheid te maken tussen de onderbouw (tot 12 jaar) en middenbouw (12 tot 16 jaar)’, zegt Den Uil.

Bij de onderbouw is sprake van het zogeheten geboortemaandeffect. Voetballers die vroeg in het jaar zijn geboren, hebben een voordeel ten opzichte van laat in het jaar geboren kinderen. De KNVB deelt de spelers in per jaar; 1 januari wordt daarbij als grens gehanteerd. Degenen die kort na de jaarwisseling zijn geboren, zijn bijna een jaar ouder dan teamgenoten die aan het einde van het jaar zijn geboren.

In de onderbouw maakt dit ene jaar veel verschil. ‘Scouts pikken de jongens eruit die op dat moment uitblinken’, zegt Den Uil. ‘En dat zijn vaak degenen die vroeg in het jaar geboren zijn, omdat ze groter en sterker zijn.’ In de jeugdopleidingen van betaaldvoetbalclubs in Nederland blijkt het overgrote deel van de spelers geboren in de eerste zes maanden van het jaar.

Voor scouts is het ondoenlijk om in te schatten welke speler over tien jaar de beste is. Daarom kiezen ze voor de beste van dat moment en vallen laat geboren kinderen vaker buiten de boot. Over een oplossing voor het geboortemaandeffect breken onderzoekers zich al tientallen jaren het hoofd. In landen om ons heen worden oplossingen toegepast, zoals een quota. ‘Eigenlijk is een quotum de enige manier’, aldus Den Uil. ‘De KNVB moet clubs verplichten uit elk kwartaal evenveel spelers te selecteren. Heb je een team van twintig spelers, dan betekent dit vijf spelers per kwartaal.’

Ook bij Sparta is het merendeel van de jeugdspelers vroeg in het jaar geboren. Door tijdens de trainingen in de onderbouw de spelers per twee kwartalen in te delen, wil de club dit effect tegengaan. Talenten geboren in oktober, november en december trainen bijvoorbeeld met spelers die in januari, februari en maart van het volgende jaar zijn geboren. Ze zijn dan eens niet de jongsten, maar de oudsten.

Peak Height Velocity

In de middenbouw vanaf 12 jaar speelt het geboortemaandeffect steeds minder een rol, geeft Den Uil aan. Er wordt dan vooral gekeken naar de biologische leeftijd van de talenten. Hoever zijn ze in hun fysieke ontwikkeling? Dat wordt bepaald aan de hand van een formule.

Dit model berekent aan de hand van de geboortedatum, het geslacht, het gewicht en de sta- en zitlengte de zogeheten Peak Height Velocity (PHV) van een speler. Daaraan is af te lezen hoe ver een kind van zijn groeispurt af zit. Deze waarde ligt in deze leeftijdscategorie ongeveer tussen -2,0 en +2,0. Heeft een talent een waarde van 0,0, dan zit hij in zijn maximale groeispurt. Is de waarde bijvoorbeeld -1,5, dan duurt het ongeveer anderhalf jaar voordat hij de top van zijn groeispurt bereikt. Dit wordt om de zes tot acht weken berekend.

‘Kijk’, zegt Den Uil. ‘Dit is de indeling van vandaag.’ Hij legt een blad op tafel waar vijf tabellen op staan. ‘Elke tabel is een aparte trainingsgroep. In de eerste groep zitten voetballers die het verst van hun groeispurt af zitten. En groep vijf bestaat uit jongens die hun groeispurt al een tijdje achter de rug hebben.’

Een half uur later hebben zo’n zeventig jeugdspelers zich verzameld zich in de middencirkel van het trainingsveld. Geduldig luisteren ze naar de namen die een voor een worden opgenoemd door Den Uil. Nadat de indeling is bekendgemaakt, splitsen de spelers zich op in de vijf groepen. Het is goed te zien dat in elke groep spelers van ongeveer dezelfde lengte zitten. Spelers die toevallig groot en sterk zijn voor hun leeftijd hebben geen voordeel meer.

‘De aanvoerder van het Nederlands elftal onder 14 jaar traint bij ons met jongens die twee jaar ouder zijn’, zegt Den Uil. ‘Normaal gesproken is hij altijd de grootste en blijft hij gemakkelijk overeind door zijn fysiek. Dat lukt nu niet. Hij moet zich zien te redden met zijn techniek en inzicht. Je merkt dat hij daarin nu flinke vooruitgang boekt.’

'Alleen de KNVB blijft achter'

Zijn spelers technisch vaardiger dan hun biologische leeftijdsgenoten, dan kunnen ze alsnog een groep hoger worden ingedeeld. ‘Want deze methode is slechts een middel, geen doel op zich. Kinderen moeten wel constant uitgedaagd worden, anders verliezen ze het plezier.’

Niet alleen de jeugdspelers moeten zich aanpassen, ook de trainers. Zij worden binnen de meeste opleidingen afgerekend op hun resultaten, zegt Den Uil. Dat maakt dat ze sneller voor de grotere spelers kiezen. Zo hebben ze immers meer kans op de overwinning. Sparta wil dit een halt toeroepen. ‘Zien we te grote verschillen in speeltijd ontstaan, dan spreken we de trainer hierop aan. Alle spelers moeten minimaal 50 procent van alle speelminuten spelen.’

Sparta is niet de enige club in Nederland die op deze wijze traint. Onder meer AZ, FC Groningen en Ajax houden ook rekening met de biologische leeftijd van hun talenten. ‘Alleen de KNVB blijft achter’, zegt Den Uil. ‘Een competitieopzet op basis van biologische leeftijd zou een goed idee zijn. Het helpt ook om in alle leeftijdscategorieën en competities dispensatie te geven aan spelers die laatrijpend zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.