Kommer en kwel in het Spaanse voetbal

Nog niet zo lang geleden kon je als voetballiefhebber heerlijk wegdromen met Spanje. De nationale ploeg imponeerde met de Europese titel, Barcelona brak het ene na het andere record met weergaloos spel en talloze buitenlandse sterren fantaseerden hardop over een mooie carrière in de Primera División.

De realiteit is een stuk somberder. Barcelona’s aanvalsmachine is de laatste weken opzichtig gaan haperen en de overige Spaanse ploegen spelen nauwelijks een rol van betekenis meer in Europa. Van het kwartet Real Madrid, Atletico Madrid, Villarreal en Barcelona lijken alleen de Catalanen deze week de kwartfinales van de Champions League te bereiken. Terwijl in de UEFA Cup alle Spaanse vertegenwoordigers al roemloos van het toneel zijn verdwenen.

En de voetbalsterren? Die staan niet langer te trappelen om in de Spaanse competitie aan de slag te gaan. Hoezeer Real-preses Vicente Boluda blijft roepen dat Cristiano Ronaldo en Kaká in het Bernabeu-stadion te bewonderen zullen zijn. Er is gewoon geen geld meer om de spectaculaire transfers en de astronomische salarissen te betalen.

Wie twijfelt hoeft slechts te kijken naar de uitgaven van de Spaanse clubs tijdens de laatste transferperiode: een bescheiden 42 miljoen euro. En daar nam Real Madrid in zijn eentje 40 miljoen voor zijn rekening met de aankopen van Lassana Diarra en Klaas-Jan Huntelaar. De overige clubs van de Primera División huurden liever, of lieten de waarschuwingen van hun accountants boven de wensen van hun trainers prevaleren.

Natuurlijk speelt de crisis een belangrijke rol. Plots kunnen geldschieters niet langer aan hun verplichtingen voldoen. Neem Deportivo la Coruña, dat bouwgigant Martinsa-Fadesa als shirtsponsor zag afhaken vanwege het instorten van de Spaanse vastgoedmarkt. Een noodlot dat ook Racing Santander (Seop) en Osasuna (Restaura) heeft getroffen. Terwijl Athletic Bilbao juist uit geldnood voor het eerst in 111 jaar reclame op zijn shirt heeft moeten toestaan (oliebedrijf Petronor).

Veel hoop op een verbetering van de financiële situatie is voor de Spaanse clubs niet te verwachten. Zo blijkt ook uit het onderzoek ‘Fútbol y Finanzas’ van José Maria Gay, hoogleraar economie aan de universiteit van Barcelona. Gay heeft becijferd dat de 20 clubs uit de Primera División samen een schuldenlast meetorsen van ruim 2 miljard euro – waarvan ruim 627 miljoen euro aan de fiscus.

De voornaamste oorzaak is volgens Gay omdat de Spaanse clubs stelselmatig meer uitgeven dan dat ze verdienen. Jarenlang konden ze deze tekorten nog enigszins wegpoetsen met de verkopen van spelers en tv-rechten, wedstrijdrecettes en het te gelde maken van trainingscomplexen op lucratieve stukken grond. Maar de crisis en de overdaad aan voetbal op televisie heeft volgens Gay ‘deze financiële zeepbel doorgeprikt’.

Zelfs Barcelona, dat met het aanvalstrio Messi, Eto’o en Henry maandenlang hemels voetbal liet zien, moest lijdzaam toezien hoe op elke thuiswedstrijd in Camp Nou 7400 supporters minder afkwamen in vergelijking met vorig seizoen. Puur vanwege de prijs van het kaartje.

Nog schrijnender is de situatie echter bij Valencia, dat al maanden zijn spelers geen salaris heeft kunnen uitbetalen en een schuld van 14 miljoen euro aan een bouwbedrijf heeft openstaan waardoor de werkzaamheden aan het nieuwe stadion stilliggen. Tot overmaat van ramp kan de club, waar ooit Patrick Kluivert, Faas Wilkes en Johnny Rep voetbalden, ook geen koper vinden voor de al uitgegeven bouwgronden rond het Mestalla-stadion.

Maar pas echt hartverscheurend zijn de verhalen uit de lagere divisies, waar Spaanse spelers ook het kleine beetje dat ze verdienden niet of nauwelijks meer krijgen. Omdat sponsors stoppen of voorzitters met grootse plannen hun beloftes niet langer kunnen nakomen. Zo betaalde de preses van Logroñes (2de divisie) enkele weken geleden zijn spelers eerst met valse cheques. Vervolgens beloofde hij met de verkoop van een geblindeerde wagen aan een escortclub alsnog de salarissen te voldoen. De spelers weigerden nog langer te voetballen en Logroñes werd teruggezet.

En wat te denken van de spelers van Ciempozuelos (4de divisie) die met z’n allen in de metro van Madrid stapten om te bedelen. Of het elftal van Fuerteventura (3de divisie) dat naakt in een Spaans blad poseerde om wat bij te verdienen. Of de aanklacht van Alberto Ferri, trainer bij Portuense (3de divisie): ‘Het is schrijnend dat mijn spelers uit hun huizen worden gezet door de politie, niet genoeg hebben om te eten en zelfs trainingen moeten missen vanwege geldgebrek.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden