Komaan, laten we over iets anders spreken

Drie keer in de Tour de France verwisselde de gele trui op de laatste dag van eigenaar. In 1947 verspeelde de Italiaan Brambilla de eerste plaats aan de Fransman Robic....

MOGEN we even met Herman van Springel praten over de Tour de France van 1968?

Liever niet, zegt Herman van Springel. 'Ik ben dat zo kotsbeu soms. Als ze me herkennen, beginnen ze daar altijd over. Ze zouden beter over de rest van mijn carrière praten dan over die stomme Tour.' Maar Herman van Springel is een beminnelijk man die moeilijk nee kan zeggen.

De woonkamer in het Belgische Grobbendonk is opgesierd met een schilderij waarop Herman van Springel kromgebogen over het stuur naar de Arc de Triomphe koerst. Maar dat heeft niets met de Tour te maken. Het is een herinnering aan Bordeaux-Parijs. Zeven keer won hij die uitputtende koers van zeshonderd kilometer. Niet voor niets wordt hij monsieur Bordeaux-Paris genoemd. Zouden we niet daarover kunnen praten?

Zo heeft hij nog een paar grote eendaagse wedstrijden op zijn naam staan, maar de nu 54-jarige Herman van Springel - melancholiek gezicht boven een slank lichaam - was vooral de man die tweede of derde werd. 'Het is ongelooflijk dat ik nooit een ronde heb gewonnen. Ik kon goed tijdrijden, ik kon goed bergop rijden. Enfin, ik had alles om een ronde te winnen en toch is het er nooit van gekomen.'

In 1970 derde in de Ronde van Spanje en tweede op het WK, in 1971 werd hij tweede in de Ronde van Italië en in 1968 werd Herman van Springel tweede in de Ronde van Frankrijk 'En altijd op zo'n stomme manier. Ik weet niet wat dat was.'

De manier was dertig jaar geleden het stomst, in elk geval het pijnlijkst. Hij begon in de gele trui aan de laatste etappe, een tijdrit over ruim 54 kilometer van Melun naar de wielerbaan van Vincennes in Parijs. De tijdrit was een discipline die hij uitstekend beheerste, een specialist als Ferdinand Bracke stond op twee minuten achterstand. Wat kon Herman van Springel nog gebeuren?

Hij zat die dag één uur 21 minuten en drie seconden op de fiets en was daarmee de op één na de snelste. Alleen Jan Janssen reed die dag harder, 54 seconden om precies te zijn. Daarmee maakte Janssen zijn achterstand van zeventien seconden in het klassement meer dan goed.

Zelden lagen vreugde en verdriet zo dicht bij elkaar als de zondagmiddag in Vincennes. De Belgische wielerjournalist Robèrt Janssens was ooggetuige. Hij herinnert zich nog het ongeloof. Janssens en zijn collega's hadden met eigen ogen iets gezien dat niet waar kon zijn. Ze waren er rotsvast van overtuigd na 29 jaar eindelijk weer een Tourwinnaar te kunnen begroeten. 'We hadden onze verhalen al klaar.'

Die verhalen moesten in allerijl en knarsetandend vervangen worden door verhalen over Jan Janssen, de eerste Nederlandse Tourwinnaar.

'Sommige dagen uit de wielergeschiedenis zal Vlaanderen altijd betreuren. Zondag 21 juli 1968 was zo'n dag', schrijft journalist Manu Adriaens in zijn boek De Muur van Geraardsbergen.

De Tour ging dat jaar zonder uitgesproken favoriet van start. Jan Janssen rekende zo'nzes collega's tot concurrenten en we mochten zeker Herman van Springel niet uitvlakken. 'Dat is ook een prijsrijder', zei hij voor aanvang tegen de Volkskrant.

Van Springel: 'Het was een Tour die alle kanten uit kon. Maar ik heb er nooit voorhand mee in mijn hoofd gezeten dat ik kon winnen.'

De zege in de Tour van 1968 werd net als die van een jaar eerder betwist door landenploegen. Het was geen succes. Daarna werd weer gauw gekozen voor de commerciële formule van merkenteams. 1968 Was bovendien een van de minder zware Tours. Een jaar eerder was de Engelsman Tom Simpson op de Mont Ventoux overleden aan een combinatie van doping en alcohol. De Tourleiding wilde geen risico lopen met een veeleisend parkoers en begon dat jaar haar intensieve dopingcontroles.

De Nederlandse wielerbond probeerde Janssen ervan te weerhouden een eigen verzorger in de persoon van de Spanjaard José Vidal mee te nemen. Vidal had een slechte reputatie had op het gebied van doping. Maar Janssen hield voet bij stuk. In het boek Bravo les Hollandais! van journalist Jeroen Wielaert zei hij daarover: 'Ik vond het een geweldige masseur. Voor de Tour spraken we af dat hij me alleen zou masseren. De rest zou ik zelf doen, met vitamines en zo'.

Achteraf beschouwd speelde Jan Janssen drie weken lang een bijrol in de Tour. Het thuisfront rekende al nergens meer op. Kees Pellenaars, ploegleider in ruste, zei: 'Als Jan Janssen de Tour kan winnen, dan kan mijn schoonmoeder het ook.' Pellenaars en zijn schoonmoeder werden er later nog vaak aan herinnerd.

Maar Jan Janssen ontbrak bijvoorbeeld al in de eerste de beste etappe in een ontsnapping en verloor daardoor meteen al een minuut op Van Springel. Een dag later mocht de kopman van België A zich na de succesvolle ploegentijdrit in de gele trui hijsen.

Twee dagen later was Van Springel de gele trui alweer kwijt, maar België niet. Bruggeling Georges Vandenberghe van de B-ploeg mocht er bijna twee weken lang mee op het erepodium staan. 'Zo gauw de koers gedaan was, plakte hij een pruik op zijn kalende kop en stak een gebit in zijn tandeloze mond', schrijft journalist Janssens in zijn boek Vreugde en verdriet in de Tour.

De sfeer in de Nederlandse ploeg werd er ondertussen niet beter op. Een nukkige Jan Janssen joeg zijn ploeggenoten tegen zich in het harnas. Hij vond ze niet capabel genoeg. De Volkskrant schreef in 1968: 'Het is een publiek geheim dat hij zich richt op zijn Franse ploeggenoten bij Pelforth.'

In de negentiende etappe, een rit door de Alpen, leek het klassement definitief vorm te hebben gekregen. Van Springel pakte de gele trui terug. Alleen Jan Janssen kon enigszins in zijn buurt blijven, maar het had veel moeite gekost. Evert Dolman, een van zijn drie overgebleven ploeggenoten: 'Ik heb regelmatig mijn ellebogen uitgestoken waaraan Jan zich kon optrekken.'

A NDRÉ Poppe denkt dat Van Springel die dag de Tour de France verloren heeft en niet in de tijdrit. 'Volgens mij had hij Janssen die dag op minuten kunnen rijden.' Van Springel: 'Dat is ook wel zo, denk ik. Maar ik ben in de beklimming wel vijf keer gedemarreerd en Janssen plooide gewoon niet.'

Poppe was een knecht van Van Springel, een anonymus die twee dagen voor het einde de Tour op zijn kop zette. Om de belangen van zijn kopman te bewaken, sprong Poppe mee met een ontsnapping. Hij was de best geklasseerde van het stel, op een kwartier van Van Springel.

Binnen de kortste keren was de voorsprong zo groot dat André Poppe de nieuwe gele-truidrager zou worden. Geen enkele ploeg rekende het tot haar taak de achtervolging in te zetten. Grote paniek bij Tourbaas Jacques Goddet.

Poppe woont tegenwoordig op een flatje in de Antwerpse wijk Hoboken. Hij wordt maar al te graag herinnerd aan dat ene moment van bijna-onsterfelijkheid. 'Als ik ergens binnenkom, is het meteen: daar is de man die de Tour van 1968 had moeten winnen.'

Maar het mocht niet zo zijn. Goddet had inmiddels alarm geslagen bij de ploegleiders. De schande van een nietszeggende Tourwinnaar moest per se voorkomen worden. Het verhaal wil dat er flink met de geldbuidel werd gerammeld.

Arme André Poppe had daar allemaal geen weet van. 'Er werd in elk geval niet meer gereden. Achteraf heb ik pas gehoord wat er allemaal gebeurd is. Ik weet zeker dat ze ons gewoon onze gang hadden laten gaan als ik een Fransman was geweest.'

Herman van Springel moet een beetje zuchten van Poppes heldenverhaal. 'Goddet is inderdaad de boel komen opsmijten, maardat zijn zaken die normaal gebeuren in het wielrennen. Het zou toch een schande zijn geweest voor de Tour. Als je dat laat gebeuren, moet je ophouden met koersen.'

André Poppe was in 1968 een Tourdebutant die nog niet goed besefte wat hij misliep. 'Als het een paar jaar later was gebeurd, had ik die andere jongens wel een paar frankskes toegestopt.'

Bovendien was Poppe er rotsvast van overtuigd dat de Tour toch al geslaagd was. 'Herman ging immers winnen. Daar waren we allemaal zo zeker van als wat.'

Zondagmorgen wist Herman van Springel ook niet beter dan dat hij Sylvère Maes ging opvolgen als laatste Belgische Tourwinnaar. 'Voor Jan Janssen had ik geen schrik. Pas op, Jan was een groot coureur, schitterend palmares, maar als tijdrijder was ik toch zeker zo goed, misschien wel beter. Maar Jan heeft het mij nadien nog gezegd: een tijdrit in de Tour is een heel ander verhaal. Daar komt veel bij kijken: de vermoeidheid, de concentratie, de zenuwen. Dat speelt allemaal een grote rol.

'Achteraf denk ik dat mijn grootste fout is geweest dat ik Jan Janssen onderschat heb. Ik had vooraf meer schrik van Pingeon en Bracke, terwijl die op twee minuten stonden.'

In het eerste gedeelte van de tijdrit leek er niets aan de hand. Herman van Springel nam meteen vijf seconden voorsprong en bouwde dat zelfs uit tot twintig seconden. Met nog slechts vijftien kilometer voor de boeg krijgt Janssen te horen dat hij 25 seconden achterstand heeft, maar dat wordt snel gecorrigeerd. Hij ligt vijf seconden vóór. De rest is geschiedenis, glorieus in Nederland en tragisch in Vlaanderen.

H ERMAN van Springel: 'Ik was goed vertrokken en Jan is uitzonderlijk sterk geëindigd. Dat is het hele verhaal. Ik ben aan het eind misschien wat verzwakt, maar niet echt in elkaar gestuikt. En op zich was die tijdrit ook goed. Pingeon en Bracke heb ik overtuigend geklopt. Ik ben tweede geworden. Nee, de enige verklaring is dat Jan Janssen een uitzonderlijk goede tijdrit heeft gereden.'

Bij aankomst op de wielerbaan in Vincennes wist Herman van Springel niet beter dan dat hij Tourwinnaar zou zijn. Maar bij het passeren van de finishlijn, drong de verschrikkelijke waarheid tot hem door. 'Ik zag mijn vrouw staan en toen wist ik genoeg.'

Jan Janssen ging huilend van blijdschap op de schouders. Herman van Springel zat samen met zijn echtgenote op een bankje. Hij huilde van verdriet.

Journalist Janssens zag vervolgens hoe de gelukkigste en de ongelukkigste mensen elkaar rakelings passeerden, beiden gekleed in een gele trui. 'In zijn onbeschrijfelijke vreugde had de Nederlander geen oog voor de Belg. In zijn ontreddering draaide Herman het hoofd om.'

Van Springel: 'Het was voor mij ook wel een beetje dramatisch, hè? Een klassieker met een banddikte verliezen, is erg. Maar op zo'n manier een ronde verliezen, dat is toch wel het ergste dat een sportman kan meemaken.'

Hij en niemand anders had de Tour van 1968 moeten winnen.

'Goed, ik heb de tijdrit verloren, maar ik was in de hele ronde de betere renner. Ik heb vanaf het begin meegekoerst, ik heb meer initiatief getoond, ik heb de ronde naar mijn hand gezet. Maar zo is de Tour. Het duurt drie weken en de beste wint niet altijd.

Vlaanderen kon het verlies moeilijk verkroppen. Overal werden aanwijzingen gevonden voor een samenzwering tegen een eenvoudige Kempenaar die de Tourzege niet waardig was. Had de organiserende krant l'Equipe niet zoiets beweerd in een commentaar? De Tourleiding had een akkoordje gesloten met Janssen om dat te voorkomen. Vlaamse journalisten beweerden zelfs dat Janssen na zijn winnende tijdrit niet naar de dopingcontrole hoefde.

Volgens Janssen is dat wel degelijk gebeurd. 'Ik zie dokter Dumas nog staan met zijn staf. Ze stonden me op te wachten. De uitslag is geen sjoemelarij geweest.' Ook de Volkskrant benadrukte in zijn slotverslag dat Janssen tot de gecontroleerde renners behoorde.

Herman van Springel kent de Vlaamse geruchten. Elke keer als hij aan de Tour van 1968 wordt herinnerd, komen ze ter sprake. Hij reageert er nooit op. 'Wat kun je daarop antwoorden als je niets kunt bewijzen? Niets toch? Zwijg dan.'

- Is er niets gebeurd of kunt u niet bewijzen dat er iets is gebeurd?

'Ik wil er niet eens over babbelen. Het is allemaal apekool. Ze willen mij iets laten zeggen wat ik niet weet. Laten ze het zelf uitzoeken als ze iets vermoeden. Komaan, laten we over iets anders spreken.'

H ERMAN van Springel wil niet langer herinnerd worden aan de dag die zijn loopbaan heeft getekend. Tevergeefs waarschijnlijk. Zoals Jan Janssen niet moe wordt over zijn mooiste overwinning weer tot leven te wekken, zo zal Herman van Springel altijd zijn leven lang geconfronteerd worden met zijn treurigste nederlaag.

Volgens ploegmaat Poppe kon hij de ploeg niet naar zijn hand zetten. 'Herman sloeg nooit met de vuist op tafel.' Volgens Jan Janssen was hij niet eerzuchtig genoeg: 'Herman had altijd schik.'

Van Springel zelf: 'Ik was te gemakkelijk, geen echte kopman. Ik kon geen ploeg dirigeren. Hard voor mezelf, maar niet hard voor mijn ploeggenoten. Nooit veel zelfvertrouwen gehad. Het klinkt misschien onwaarschijnlijk, maar dat zal het verschil tussen een grote kampioen en een kleine kampioen zijn.'

Jan Janssen daarentegen was volgens Van Springel wel een groot kampioen. 'Jan was een winnaar. Die had de mentaliteit, het zelfvertrouwen en het koersinzicht. Een uitgeslapen coureur.'

Ze komen elkaar nu nog geregeld tegen. Herman van Springel heeft het eigenlijk niet zo op Nederlanders, maar voor Jan Janssen maakt hij een uitzondering. 'Ik vind het een toffe vent.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.