ColumnPeter Winnen

Koersen mag weer, maar met een punt van zorg: de uitstoot van druppeltjes in grote en kleine formaten

Gevoetbald wordt er al volop in een aantal landen, met of zonder publiek. En het ziet er naar uit dat er vanaf begin juli ook weer gekoerst wordt. Dus niet elektronisch in een garage of slaapkamer, maar gewoon buiten, op de weg. Niet dat het virus verslagen is in Europa, mogelijk ligt het in een hinderlaag, we weten er wel steeds meer van. Bijna genoeg.

De coureurs staan intussen zo lang droog dat een ongeziene sportieve explosie moet volgen. Punt van zorg is nog wel die andere explosie: de uitstoot van snot-, speeksel-, hoest- en nog andere druppeltjes in grote en kleine formaten. Bekend is dat het virus in zijn Nederlandse begindagen nogal heeft huisgehouden onder zangkoren die weliswaar binnen repeteerden, maar qua druppeltjesuitstoot niet bij een wielerpeloton in de buurt komen.

Hoogleraar aerodynamica Bert Blocken presenteerde vorige week de onderzoeksresultaten naar het gedrag van druppeltjes in een peloton. In een mooie computeranimatie werd een en ander verduidelijkt.

Nu is het ene druppeltje het andere niet. Van de allerkleinste druppeltjes is nog onbekend of ze een risico vormen. De grotere vallen op de grond, maar dat duurt eventjes. Wie minder dan twintig meter achter iemand anders fietst vangt er toch veel of weinig van op.

De allerkleinste druppeltjes heten aerosolen. Een mooi woord vind ik dat. Het doet me denken aan zwevende vruchtpluizen van paardenbloemen in het voorjaar. Tot nader order zijn de aerosolen dus niet onverdacht maar ook nog niet schuldig.

Testen, testen, testen, dagelijks, onophoudelijk, dat is de voornaamste aanbeveling die Bert Blocken doet. Iemand die besmet is meteen eruit halen. Fietsen ontsmetten ook. Anderhalve meter afstand houden buiten de koers, handen wassen, alles wat een niet-fietser ook doet, of hoort te doen.

Uit mijn actieve periode weet ik dat er dichte nevels van menselijke oorsprong door een peloton kunnen gaan. Het mag onsmakelijk klinken, maar sinds de animatie van Bert Blocken besef ik dat totale hoeveelheid druppeltjes over tien koersjaren uitgesmeerd misschien wel vergeleken kan worden met een emmertje snot. Een gluiperige moordenaar als het coronavirus kenden we niet, toch kwam het soms voor dat een derde van het peloton snipverkouden boven het stuur hing. Een onschuldig virusje op het foute moment kon kapitale consequenties hebben.

In Het Laatste Nieuws lees ik dat twee Vlaamse teamartsen het in theorie eens zijn met aanbevelingen van Blocken om de wielersport nieuwe levensasem in te blazen, maar de praktijk zal weerbarstiger blijken. Testen lost niet alles op, bij lange na niet. Dokter Joost De Maeseneer gaat liever uit van wat hij ‘gematigd optimisme’ noemt. ‘Zonder het virus en de zware, pijnlijke gevolgen te willen minimaliseren: durven geloven dat we het onder controle hebben’.

Vooruit, op hoop van zegen dan maar.

En hopen op harde zijwind.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden