KNSB leidt jeugd regionaal op in zes teams

Er moest iets veranderen, was de conclusie van de KNSB toen ze ontdekte dat de helft van de schaatsers bij de WK junioren niet uit het kostbare Jong Oranje voortkwam.

Sanneke de Neeling en Kai Verbij, winnaars NK sprint, maken een ererondje, Heerneveen, 23 januari 2016.Beeld ANP

Alle weerstand van de gezaghebbende kampioen Sven Kramer ten spijt, de nationale schaatsbond KNSB houdt vast aan de in 2014 gekozen decentrale jeugdopleiding. Zes regionale talentencentra (RTC) in het land vangen rond de zeventig beloften op. Dat is een veelvoud van de tien, twaalf talenten die voorheen in het in Heerenveen gevestigde centrale Jong Oranje werden opgeleid.

Uit die jeugdselectie komt criticus Kramer voort. 'Sven heeft weemoed naar die tijd', zegt technisch directeur Arie Koops. Hij is de bedenker van het plan dat Nederland 'het beste schaatsland van de wereld wil laten blijven'. Koops: 'Als je terugkijkt naar de tijd van Sven, een dikke tien jaar geleden, toen leidden we op voor de WK allround. Nu gaat het op de Olympische Winterspelen om zeven onderdelen. Van de 500 meter tot de mass-start.'

Er moest iets veranderen, was de conclusie, toen de KNSB ging kijken waar de talenten vandaan kwamen. Bij de WK junioren bleek de helft van de ploeg niet uit het kostbare Jong Oranje voort te komen, maar uit andere geledingen. Koops: 'Maar ook op de Winterspelen van Sotsji in 2014 hadden we te maken met zij-instromers uit de marathon, Jorrit Bergsma, de shorttrack, Jorien ter Mors, en uit het inlinen, de broers Ronald en Michel Mulder.'

Vroeg kiezen, door alleen de allerbeste in de leeftijd van 16 jaar te selecteren, kost laatbloeiers of schaatsers met een voorkeur voor lange afstanden (1.500 meter is de langste NK-afstand bij de B-junioren) de kop. Uit de statistieken blijkt dat er nauwelijks kampioenen uit de C-leeftijd op latere leeftijd in de oudere categorieën heersen. 'Renate Groenewold deed het', meldt Koops.

Jong selecteren en schaatsers naar Heerenveen halen, uit hun eigen regio vandaan, kan zorgen voor een onwenselijke verstoring van het sociale leven van de sportman of sportvrouw op tienerleeftijd. Het zijn ervaringen bekend uit het turnen en zwemmen.

Pien Keulstra, het grootste vrouwelijke schaatstalent dat de laatste jaren werd gezien, viel af door heimweegevoelens en eetproblemen, waarmee zij na de verhuizing uit Twente naar Friesland kampte. 'Talenten hoeven niet te verhuizen, omdat ze optimale omstandigheden krijgen dicht bij huis', is een sleutelzin uit het nieuwe beleid van de KNSB.

Dat een toptalent, volgens de opvatting van Kramer, slechts wordt uitgedaagd door gelijkwaardige toppers in een relatief kleine ploeg, wordt bestreden door Koops en de KNSB. De technisch directeur: 'In zo'n selectie van een regionaal talentencentrum is de een goed in krachttraining, de ander fietst of inlinet beter. Er zijn genoeg prikkels voor zo'n topper. Sven Kramer zou, als hij nu nog jong was, moeten shorttracken, een hele uitdaging.'

De tijd dat schaatsers conditioneel vooral gevormd werden door fietstrainingen is voorbij. In de taal van Koops: 'De schaatsers van de fiets bestaan niet meer.' De KNSB heeft gekozen voor een multidisciplinaire aanpak. Een C-junior staat per week drie à vier keer op het ijs van de 400-meterbaan, de langebaan. Daarnaast heeft hij of zij twee shorttracktrainingen, op de baan van 111 meter. In de zomer vormt het werk met de wieltjes onder de schaatsschoen, het inlinen, een fors onderdeel.

De schaatsbond werkt volgens wetenschappelijke inzichten. Een junior als Kramer, die op 18-jarige leeftijd vicekampioen van Europa werd bij de senioren, is de grote uitzondering op de grote aantallen die de rekenmodellen beheersen. Er is gekozen voor het LTAD, het long term athlete development, door de schaatsbond meerjarenopleidingsplan genoemd.

Belangrijk onderdeel van het nieuwe opleidingsmodel is de fulltime beschikbaarheid van een trainer in de regionale talentencentra. Daarvan zijn er zes in het land, met in alle zes gevallen een opleiding voor langebaanschaatsen. Het gaat om het toonaangevende Noord, beter bekend als iSkate, om Oost, Zuid, Midden, Zuidwest en Noordwest. In drie regionale centra wordt shorttrack getraind; in twee inline. Er bestaan in het plan, waarvoor 1,3 miljoen euro per jaar beschikbaar is, ook twee topclubs voor kunstrijden.

De hardware staat, zegt Koops nu het zestal regio's zijn trainers bezit en zelf zeven ton financiering binnensleept. Het model moet tijd krijgen om zich te ontwikkelen. 'We leiden op voor de Spelen van 2022 en 2026.'

De term Jong Oranje bestaat nog. Bondscoach Jetske Wiersma heeft een ploeg met die naam onder haar hoede, als internationale competities worden bezocht. Gezamenlijke trainingsmomenten zijn er ook. 'Maar het traditionele Jong Oranje langebaan was als opleiding te eenzijdig', blijft de defensie van Koops.

'RTC is al een begrip bij de jeugd. Zoals vroeger een 16-jarige naar het gewest wilde, om met Friesland op de rug te schaatsen, willen ze nu naar een RTC. En daarna komt de ambitie voor een merkenteam.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden