Analyse Crisis in de wielersport

Kledingmerk Rapha weet waarom het wielrennen op een ravijn afkoerst

Het is voor de liefhebber geen opwekkend leesvoer, de Rapha Roadmap, een zojuist verschenen visie op de toekomst van het wegwielrennen. Het gaat allesbehalve goed. Om in de karakteristiek van de sport te blijven: het peloton koerst recht op het ravijn af. Alleen het inslaan van gedurfde zijweggetjes kan het tij nog keren. De opstellers doen verregaande voorstellen om het naderend onheil te voorkomen.

Peter Sagan voorafgaand aan wielerklassieker Parijs-Roubaix in april 2019. Beeld BELGA

Rapha is een Brits kledingmerk, voorheen sponsor van Team Sky. Nu levert de onderneming tenues aan Team Education First. Het bedrijf wil zich met hernieuwd engagement in de wielerwereld begeven. Voor een analyse sprak Rapha met vijftig belanghebbenden, werkte samen met de wielersites The Outer Line en Velonews en lijfde voor de academische expertise de Vlaamse sporteconoom Daam Van Reeth in, verbonden aan de Katholieke Universiteit Leuven. Die zegt: ‘Het ontbreekt aan de wil om out of the box te denken.’ Teammanager Richard Plugge van de Nederlandse ploeg Jumbo-Visma reageert. ‘Er wordt al lang aan gewerkt.’

Rapha is een Brits kledingmerk, voorheen sponsor van Sky. Voor het onderzoek sprak het bedrijf met vijftig belanghebbenden en werkte samen met de wielersites The Outer Line en Velonews en de Vlaamse sporteconoom Daam Van Reeth van de Katholieke Universiteit Leuven.

De diagnose

Innovatie ontbreekt

Het staat unverfroren in de Rapha Roadmap: het professionele wielrennen is kapot. Er wordt wereldwijd meer gefietst dan ooit, aan passie bij de betrokkenen is geen gebrek, maar de wrede waarheid is dat er geen nieuw publiek bijkomt. Jongeren zijn niet geïnteresseerd. De onderzoekers schrijven dat de sport wezenlijk niet is veranderd sinds het begin, gedateerd op het tweede decennium van de 19de eeuw.

Professor Van Reeth stelt vast dat wielrennen een uitzondering vormt. ‘Tal van sporten hebben zich wel vernieuwd. Kijk naar het voetbal, met de komst van de Champions League, de Nations League, de doellijntechnologie. Het schaatsen introduceerde de massastart en de ploegenachtervolging. Het volleybal was nogal langdradig, nu levert elke bal een punt op. Het kan sneller, attractiever. Zelfs de langzaamste sporten zijn ermee bezig. Cricket en snooker werken met kortere formats. Er gebeurt wel iets in het wielrennen, kortere etappes, een andere opzet van wedstrijden. Maar het is incidenteel. Nooit wordt geëvalueerd hoe het eigenlijk is bevallen.’

Richard Plugge: ‘Het verwijt dat er te weinig wordt geïnnoveerd, is terecht. Precies om die reden zijn we enkele andere teams met Velon begonnen, een platform voor vernieuwende initiatieven. Dat is allemaal al in gang gezet voor de komst van dit rapport. We zien de kansen, we beseffen de urgentie. We hebben de Hammer Series, wedstrijden voor ploegen, we zijn bezig met andere formats. Er wordt al lang aan gewerkt, al zijn er nog geen enorme slagen gemaakt. Zoals overal is er de angst voor de stap in het ongewisse.’

Kijkers haken af

Van Reeth houdt de kijkcijfers bij. Hij zoekt naar de werkelijkheid achter de bewering. De RCS, organisator van de Giro, etaleerde trots dat de koers wordt uitgezonden in 120 landen. Dat klopte, maar de naakte feiten waren ook dat er bijvoorbeeld in Estland 300 kijkers waren en in IJsland 50. Nog een illustratief getal: de wielerkijker is tussen de 58 en 60 jaar oud.

Het aanbod op de publieke zenders neemt af. De uitzendingen leveren te weinig op. Een koers in beeld brengen is duur. De zenders willen niet langer vier of vijf uur in de namiddag blokkeren, terwijl er alleen in het laatste half uur iets gebeurt.

En de uitzendingen van Eurosport dan? Van Reeth: ‘Eurosport is niet voor een breed publiek. In veel landen moet je er voor betalen. In Italië en Spanje zijn bijna geen wedstrijden meer op een open net te zien. Het is cherrypicking. De Tour de France, ja, die willen ze nog wel. Die haalt nog 20 miljoen kijkers per etappe. Niet alleen liefhebbers, maar ook occasionele kijkers. Die zien graag het mooie landschap. De rest van het jaar zijn ze er amper. De Giro haalt zes tot zeven miljoen wereldwijd, de Ronde van Vlaanderen zit op vijf en het gros zit alleen in België en Nederland. Het zijn telkens dezelfde mensen.’

Negeert hij het enthousiasme in Nederland over de prestaties van onder anderen Tom Dumoulin en Mathieu van der Poel? ‘Dat leidt zeker tot een opstoot. Maar het zal tijdelijk zijn. Op de langere termijn blijft de trend neerwaarts.’

En de massa’s volk bij de Tour? ‘Een fractie is echt fan. Voor de anderen is het een uitje, even weg van de camping. Die genereren niks voor de sport. Velen gaan vooral voor de Tourkaravaan, voor het reclamemateriaal en gadgets. Soms neemt het aantal toeschouwers al af voordat de renners passeren.’

Plugge: ‘Wat ik mis bij Van Reeth, is dat de kijkers online niet worden meegeteld. Hij concentreert zich erg op het oude continent, West-Europa. In landen als Colombia is het booming. Ik geloof ook dat de fan Eurosport echt wel weet te vinden. Ik ben blij met die zender als home of cycling.’

Geen waar voor je geld

Wielrennen is een lastig businessmodel, zegt Van Reeth. Hij neemt zichzelf als voorbeeld. ‘Ik ben 50, ik ben 40 jaar wielerfan. Hoeveel euro heb ik aan de sport gespendeerd, denkt u? Nul. Ik ben langs de weg gaan kijken, heb in cafés en op tv de koers gevolgd, en intussen gaat er niks naar de acteurs.’ Er is geen stadion of afgesloten circuit, waar een entreeprijs kan worden geheven. Een wielerploeg is volledig afhankelijk van sponsoring.

Elk jaar moet een team op het hoogste niveau 15 tot 20 miljoen euro zien te vinden. Aan het eind van het seizoen is de kas leeg. De volgauto’s zijn op, de fietsen versleten. Als het sponsorcontract doorloopt, is er geen probleem. Maar aan nieuwe inkomsten ontbreekt het. Voor renners worden geen transfersommen betaald. Ploegen ontvangen niets aan tv-rechten.

Hoe lastig het is, ondervond vorig jaar Quick-Step. Ternauwernood vond de succesvolste ploeg een nieuwe hoofdsponsor, kunststofproducent Deceuninck. ‘Met alle respect, een middelgrote Vlaamse onderneming, terwijl je voor zo’n team toch wel een multinational kunt verwachten.’

Sponsoring heeft geen lange adem. Het bestaan van ploegen kenmerkt zich door afhankelijkheid van opeenvolgende financiers met uiteenlopende motieven. Miljardairs zien ploegen als een speeltje en haken meestal al snel af. Plugge: ‘Dit ligt bij ons toch echt anders. Zowel Jumbo als Visma heeft zich voor onbepaalde tijd aan ons gebonden. Dat suikerooms komen en gaan doet zich ook in andere sporten voor. Wel klopt het dat de inkomsten verkeerd worden verdeeld. De meeste revenuen zijn niet voor de teams en de renners, maar voor de koersorganisatoren.’

De remedie

Andere races

Het moet korter en levendiger, is de boodschap. Nee, er is geen noodzaak om bijvoorbeeld de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix te halveren, beklemtoont Van Reeth. ‘Daar gebeurt genoeg, de kasseien komen al snel. Daar telt ook de traditie. Maar lange etappes van ruim 200 kilometer zoals dit jaar in de Giro, dat gaat eigenlijk niet meer. Je bewijst er niemand een dienst mee. De maatschappij wil graag intense sport zien. De renners willen het zelf ook. Ze zullen zich er sneller in gaan smijten.’ De afvaardiging van de ploegen moet ook kleiner: van de huidige acht naar hooguit zes. Maar maak dan ook vervanging mogelijk als een renner uitvalt.

Durf creatief te denken, bepleit hij. Waarom geldt eigenlijk nog altijd dat degene die er het kortste over doet tot de winnaar wordt uitgeroepen? Las bijvoorbeeld op verschillende momenten onderweg een fiks aantal bonusseconden in. Zo stimuleer je aanvallend rijden. Nu wordt er vooral defensief gekoerst: sprintersploegen zullen de kopgroep pas op het allerlaatste moment willen inrekenen, klimmersteams wachten met een demarrage tot de allerlaatste col. Wat volgens hem ook werkt: rondjes in de slotfase. ‘Het publiek wordt meer bediend, de renners komen meer dan eens voorbij. Het wordt zelfs mogelijk entree te heffen.’

Plugge: ‘Er zitten goede ideeën bij. Maar vergeet niet dat wielrennen een uithoudingssport is. Wie is na ruim 200 kilometer de sterkste? Dat zal blijven. Maar je hoeft het echt niet vanaf het begin uit te zenden.’

Een nieuwe kalender

De huidige agenda is volgens Van Reeth een ‘warboel’. Er zijn alleen maar wedstrijden bijgekomen. ‘Je moet durven knippen in het aanbod. Ik hou van de voorjaarsklassiekers, maar is het echt nodig dat we zes keer over dezelfde bergen in de Vlaamse Ardennen gaan?’

Het voorstel is het aantal klassiekers te beperken tot tien, verdeeld over het voorjaar en de zomer. Zo zouden de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik kunnen verhuizen naar augustus. Vijftien topteams moeten worden verplicht tot het sturen van de beste renners.

Ook de indeling van de drie grote ronden moet op de schop. Het plan is meer toe te werken naar een apotheose, in de optiek van de opstellers nog altijd de Tour de France. Volgens de ruwe schets worden zowel de Giro d’Italia en de Vuelta ingekort tot twee weken en gaan beide etappekoersen voortaan vooraf aan de Tour. Door deelname kunnen renners zich kwalificeren voor de wedstrijd in Frankrijk. Van Reeth gelooft in kans van slagen. ‘De Vuelta werd vroeger ook in het voorjaar verreden. In de Giro is al eerder gesproken over twee weken. Er zijn te lange perioden met saaie etappes en je kunt de renners nu eenmaal niet de volle drie weken over de bergen sturen.’

Het seizoen kan worden afgesloten met een wedstrijd waarin de beste renners van de afgelopen maanden elkaar treffen. Gepleit wordt voor aparte categorieën: sprinters, tijdrijders en allrounders. Van Reeth: ‘Deze opzet brengt een verhaal in het seizoen. Nu ontbreekt het totaal aan structuur.’

Plugge: ‘De kalender kan zeker korter. Je kunt denken aan honderd, honderdtien wedstrijddagen op het allerhoogste niveau. Daar dienen nagenoeg alle toprenners aan de start te verschijnen. Het is in het voetbal toch ook ondenkbaar dat Messi of Ronaldo zomaar wat wedstrijden in de Champions League overslaan?’

Gebruik de technologie

Volgens Van Reeth kan voor het volgen van de race nog veel meer technologie worden ingezet. ‘Ik snap niet dat je nog steeds niet kunt zien waar iemand rijdt. Waar bevond Van der Poel zich nu precies in de laatste kilometers van de Amstel Gold Race? Er is van alles in kaart te brengen. Kijk naar de Formule 1, de Moto GP.’

Monteer meer camera’s op de fiets. Na eerdere experimenten zijn de beelden nu stabiel genoeg. ‘Stel je voor: live vanaf het stuur een afdaling volgen. Dat is fantastische televisie. Ik weet het, de meeste toprenners willen het niet, het is extra gewicht. Maar als je het je tegenstanders ook verplicht, is het nadeel verdwenen.’

Plugge: ‘Met Velon maken we al steeds meer data zichtbaar.’

Steun de vrouwen

Het blijft wat tobben met het vrouwenwielrennen. De tv zendt maar beperkt wedstrijden uit, koersdirecties schrappen als gevolg daarvan speciale versies van klassiekers. Daar tegenover staat dat steeds meer ploegen een vrouwenteam aan de gelederen toevoegen.

Van Reeth juicht het toe. Juist in het vrouwenwielrennen zit nog groeimarge. Toen de Vlaamse televisie besloot wedstrijden in het veldrijden uit te zenden, bleken de kijkcijfers nauwelijks lager uit te vallen dan die voor de mannenraces. Elke klassieker behoort een vrouweneditie te hebben. ‘Er wordt opener gekoerst, vrouw tegen vrouw. Dat het tempo iets trager ligt, maakt voor de beleving niets uit.’ Maar misschien weegt het maatschappelijk belang nog wel het zwaarst. ‘Je kunt jezelf geen topsport noemen als je geen deftige damescompetitie hebt.’

Plugge: ‘Het is beter aan de basis te beginnen. Laat zoveel mogelijk meisjes op de racefiets stappen. Er zijn er nu nog te weinig. In Nederland zijn er de vrouwenteams van Boels Dolmans en Sunweb. Wij zouden nu nog niet in staat zijn een kwalitatief goede ploeg op te stellen. Het is zich allemaal nog aan het ontwikkelen.’

Socialemediabereik

Wielrenners scoren relatief laag in het bereiken van fans via de sociale media Facebook, Twitter en Instagram. Uit de Rapha Roadmap, het rapport over de toekomst van de wielersport, blijkt dat de beste renners minder volgers hebben dan vedetten in andere sporten.

Top 10 socialemediabereik

10. Annemiek v Vleuten (113 duizend)

9. Tom Dumoulin (337 duizend)

8. Chris Froome (2,5 miljoen)

7. Peter Sagan (3,5 miljoen)

6. Lance Armstrong (5,8 miljoen)

5. Serena Williams (26,4 miljoen),

4. Usain Bolt (32,8 miljoen)

3. LeBron James (116 miljoen)

2. Lionel Messi (212 miljoen)

1. Cristiano Ronaldo (371 miljoen)

De wielrenners met de meeste volgers (p18) staan dus niet in de toptien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden