Kin op kont, heup tegen heup, met 50 kilometer per uur de bocht in

Een voor een storten shorttrackers zich met doodsverachting in de bochten en tussen hun tegenstanders. 'Als je zou nadenken wat je kan gebeuren, kan je beter stoppen met deze sport.'

Sin Da-woon (r) uit Zuid-Korea gaat op de 1.500 meter onderuit samen met John Robert Celski uit Amerika. Die houdt zijn vlijmscherpe schaatsen omhoog in een poging Da-woon niet te verwonden. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Kin op kont, heup tegen heup. Hangend met een handje aan het ijs vliegen de shorttrackers met bijna vijftig kilometer per uur door de krappe bochten in Ahoy. Zonder met de ogen te knipperen springt Sjinkie Knegt in een gaatje tussen twee mannen in, midden tussen hun blinkende ijzers. Een gaatje dat niemand had gezien. Een opening die er niet lijkt te zijn, maar die de Fries wel vindt op weg naar de wereldtitel op de aflossing.

Shorttrack is geen sport voor de weekhartigen. Op het WK in Rotterdam is er geen schaatser te vinden zonder een overdosis lef. Een voor een storten ze zich met doodsverachting in de bochten, tussen hun tegenstanders. Er kan van alles mis gaan. Uitbrekend ijs in de bochten, een blokje dat voor je schaatsen schuift. Een moment van onachtzaamheid en je ligt op je gezicht.

Het vallen zelf is niet eens het gevaarlijkste. Dat is wat er daarna gebeurt, het botsen tegen de omheining. Monique Velzeboer, dertig jaar geleden de beste Nederlandse shorttracker, liep in 1992 bij een val een dwarslaesie op toen ze tegen de kale ijshockeyboarding klapte. Er waren geen kussens om haar op te vangen.

Kussens zijn sindsdien bij elke wedstrijd en training verplicht, maar nog altijd kan de boarding een levensgevaarlijke sta-in-de-weg zijn. Dat Knegt vorig jaar bij de wereldbekerfinale in Dordrecht het ijs op een brancard verliet was niet aan de val op zich te wijten, maar aan de boarding. Die bestond uit de harde houten ijshockey-omheining met kussens ertegenaan.

Met schijnbaar natuurkundig een onmogelijk hoek hangen de schaatsers in de bocht. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Loeiende sirene

Een vergelijkbare opstelling zorgde ervoor dat Suzanne Schulting dit seizoen met loeiende sirene naar het ziekenhuis in Minsk werd vervoerd. De schade viel mee en een dag later reed ze gewoon weer mee. 'Ik ben er goed vanaf gekomen, maar een Canadees is met een gebroken nekwervel naar huis gegaan.'

Toch deed Schulting de dag erna niet voorzichtig aan. Ze kopieerde zelfs de inhaalmanoeuvre waar ze eerder door in de kussens belandde. 'Ik deed weer hetzelfde. Ik had er niet bij nagedacht. Je moet door. Dat zit sinds kinds af aan in me.'

In Rotterdam wilden de organisatoren ongelukken als die van Knegt en Schulting vermijden. Daarom stond er een vrijstaande boarding van losse kussens. Die werd door de Nederlandse fabrikant Sidijk op verzoek van Wilf O'Reilly speciaal ontwikkeld. De Britse oud-wereldkampioen was in 1992 de vriend van Velzeboer en heeft nu bij schaatsbond KNSB het shorttrack onder zijn hoede.

Handschoenen zijn geen overbodige luxe, de ijzers zijn vlijmscherp. Schaatsers dragen ook beschermde kleding rond hun nek. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

In Ahoy konden de losse kussens, van 60 tot 80 centimeter dik, een meter opschuiven wanneer er weer eens een schaatser met geweld tegenaan klapte. Dat opschuiven is cruciaal. Daardoor is de klap minder hard en stuiteren de schaatsers niet terug het ijs op.

Maar de boarding is niet het enige risico. Minstens zo gevaarlijk zijn de ijzers. 'Messen' noemen de schaatsers ze en dat is niet voor niets. 'Ze zijn vlijmscherp. Je kan er zo een biefstukje mee snijden', zegt Cees Juffermans, toernooidirecteur bij het WK.

Hij weet waarover hij het heeft. De oud-shorttracker sneed eens bij het afdrogen van zijn schaatsen per ongeluk in de muis van zijn hand. Er waren twaalf hechtingen nodig om de wond te dichten.

Maar shorttrack gevaarlijk? De schaatsers zelf vinden van niet. Vroeger misschien. 'Toen reden we in een lycra pak met alleen een scheenbeenbeschermer, pothelm en later een nekbeschermer', herinnert Juffermans zich. Wie toen een schaats in zijn been kreeg was heel ver van huis.

Sinds 2010 is snijvaste kleding verplicht, van handschoen tot kraag. Eerder was de valhelm al verbeterd. Dat scheelt een hoop. Freek van der Wart, die afgelopen zomer zijn enkel brak bij een training op de langebaan en in Rotterdam niet in actie kwam, ondervond het aan den lijve in 2012 bij een wereldbekerwedstrijd.

'Ik viel samen met Thibaut Fauconnet. Hij kwam met gestrekte benen op me afgegleden terwijl ik al in de kussens lag. Hij zette zo zijn schaats op mijn bil. Uiteindelijk was mijn pak kapot - een snee -, maar ik had alleen een schrammetje op mijn bil. En een blauwe plek. Als ik geen snijvast pak aan had gehad, dan had mijn bilspier eraf gelegen.' Met zijn billen intact werd hij een maand later Europees kampioen.

Sjinkie Knegt wordt op de 1.000 meter uit balans gebracht door de Hongaar Shaoang Liu en is op slag kansloos zich te plaatsen voor de halve finale. Het kost hem de wereldtitel allround. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Karakter

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen blijft het onvoorstelbaar hoe onverschrokken de schaatsers zich in de strijd gooien. Dat zit in het karakter van de topshorttrackers, meent Van der Wart. Angsthazen redden het niet tot de top. 'Als je bang bent, vind je het niet leuk. Dan ga je iets anders doen: voetballen of langebaanschaatsen. Als je die angst niet kent, ga je juist voor de kick. Shorttracken is leven op adrenaline, op de sensatie, niet op angst.'

De schaatsers zelf onderschatten het risico dat ze lopen, daarvan is Juffermans overtuigd geraakt nadat hij zijn actieve carrière had beëindigd. 'Als sporter denk je altijd: mij zal het niet overkomen.' En als het wel gebeurd is, dan is een val snel vergeten. Bondscoach Jeroen Otter noemt dat bij Knegt 'een goedaardige vorm van Alzheimer'.

Knegt is er een meester in om een nare val uit zijn herinnering te wissen, maar ook zijn ploeggenoten zijn er bedreven in. Van der Wart: 'Dat is de charme van de sport. Niemand denkt na over wat er zou kunnen gebeuren. Als je dat zou doen dan kan je beter stoppen met deze sport.'

Voor de buitenwacht is dat anders. Het publiek in Ahoy houdt elke keer de adem in als er iemand tussen de messcherpe ijzers onderuit gaat en op de boarding af schiet. Zeker voor familie van de sporters is dat schrikken. Daan Breeuwsma, lid van de gouden relayploeg: 'Begin dit jaar nog brak ik bijna mijn ribben. Mijn ouders stonden aan de boarding te kijken. Ik lag vlak bij ze naar adem te happen.' Hij voegt er laconiek aan toe: 'Maar zij schrikken niet zo snel meer. Zij zijn wel wat gewend.'

In het strijdgewoel op het Rotterdamse ijs bleef de schade dankzij de boarding beperkt. Geen sirenes, geen brancards, alleen wat blauwe plekken en beurse ledematen. Daar halen de shorttrackers hun schouders over op. Bondscoach Jeroen Otters motto is niet voor niets: 'Als je gelooft dat avontuur gevaarlijk is, probeer routine. Het is dodelijk.'


Ziet u het wel zitten, op vlijmscherpe messen met 50 km/h door de bocht? Hier vindt u meer.

'Subliem': wereldtitel voor Sjinkie Knegt op 500 meter
Subliem, subliem, subliem. De speaker bleef het in het Rotterdamse sportpaleis Ahoy herhalen. Subliem was de gewonnen WK-finale van shorttracker Sjinkie Knegt zaterdag op de 500 meter.

Nuchtere Knegt: 'Ik weet nu dat ik sterker ben dan anderen'
Op zijn 13de deed hij Rintje Ritsma al voor hoe hij moest shorttracken. Toch had Sjinkie Knegt, favoriet op de WK shorttrack in Ahoy, tijd nodig ook te durven schaatsen zonder geduw. 'Ik weet nu dat ik sterker ben dan anderen.'(+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden