Kilo's erbij voor de jacht op deeltjes van een seconde

Interview..

Van onze verslaggever Mark van Driel

winterberg Of Timothy Beck nou op de atletiek- of de bobsleebaan staat, zijn humeur hangt af van honderdsten van seconden.

Vaak 0,01.

Soms 0,02.

In het Duitse Winterberg, aan de vooravond van een wereldbekerwedstrijd bobsleeën, moet hij grinniken om zijn eigen constatering. Nederlands kampioen op de 60 meter sprint met 0,01 voorsprong. WK-brons op de 4x100 meter estafette: hetzelfde. Kwalificatie voor de Winterspelen, weer 0,01. Een startplek in de viermansbob, die straks in Vancouver aast op een olympische stunt: winst met liefst 0,02. ‘Soms denk ik: is het geluk, of doe ik iets goed?’

Vermoedelijk het laatste. Beck (32) behoort tot de kleine groep sporters die zowel aan de Zomer- als Winterspelen heeft meegedaan. Als sprinter was hij in Athene (2004) startloper van het 4x100 meter estafetteteam, als remmer maakte hij deel uit van de viermansbob in Salt Lake City (2002). In februari wacht zijn derde olympische optreden.

Het moeten zijn beste Spelen worden. Hoewel hij genoot van Salt Lake City en Athene, eindigden die evenementen in een sportieve deceptie.

De viermansbob werd gehinderd door materiaalpech en ziekte van twee teamleden. Ze eindigden als zeventiende, ondanks de sterke prestaties van dat seizoen. De estafetteploeg werd in de series uitgeschakeld door een mislukte wissel.

‘Dit worden de leukste Spelen. Omdat ik succes verwacht. En omdat ik in een superleuk team zit’, voorspelt Beck. Op grond van de prestaties van afgelopen maanden zien optimisten de viermansbob als outsider voor een bronzen medaille.

Snelheid is het wapen van de leraar economie uit Almere. Het heeft hem van de baan naar de bob gebracht. Maar Beck heeft ondervonden dat beide disciplines hun eigen regels en wetmatigheden kennen. Pas dit jaar voelt hij zich een echte bobsleeër. Voorheen was hij een sprinter die in de wintermaanden een uitstapje naar het ijs maakte.

Zijn huidige beroepsernst als bobsleeër komt tot uiting in zijn lichaamsbouw. Hij woog als sprinter 79 kilo, nu 88 kilo. In de sprint gaat extra gewicht al snel ten koste van de snelheid. In de bobslee is extra ballast juist een vereiste. Immers: hoe zwaarder de bemanning van een bobslee is, hoe sneller die door het ijskanaal zal schieten.

‘Dit is de eerste keer dat ik puur voor het bobsleeën ga. Vroeger probeerde ik stiekem op gewicht te blijven. Ik gooide al die eiwit-shakes waarmee je zwaarder moest worden weg. Bij krachttraining was ik voorzichtig. Als ik te zwaar zou worden, zou mijn atletiekcarrière voorbij zijn. Ik wilde terug, het was mijn eerste liefde. Dus ik bleef ook altijd 100 en 200 meters lopen. Nu doe ik dat niet meer. Atletiek is voorbij.’

Zijn gewichtstoename zorgt voor verwarring. Zijn vroegere kameraden, de sprinters, lachen hem uit, omdat hij zo zwaar is geworden. Zijn mede-bobbers kijken grijnzend over zijn schouder mee naar de weegschaal, omdat hij in hun ogen een lichtgewicht is. Zij wegen meer dan 100 kilo. ‘Dat is een rare ervaring.’

Met zijn snelheid dwingt Beck tussen de bobbers wel respect af. Hij is de vierde man in de viermansbob; degene die het laatst in de slee springt en dus het hardst en verst moet kunnen lopen.

Meestal stapt hij na een meter of zestig in, de afstand waarop hij in de atletiek het meest succesvol was. ‘Als sprinter kom je na een meter of dertig omhoog, dan verandert je techniek. Hier blijf je zo lang mogelijk stuwen. Je moet wel oppassen dat je niet te lang doorloopt voordat je springt. Anders ben je de klos. Dan mis je de bob. Dat is me gelukkig nooit gebeurd. Even afkloppen.’

Het grootste verschil tussen sprinten en bobsleeën zit voor Beck in de voorbereiding. Op de baan was hij het gewend een warming up van drie kwartier te doen. Steeds trok hij een kledingstuk uit. Hoe warmer de spieren werden, hoe sneller hij zich voelde. Hij wist wanneer hij klaar was voor de wedstrijd.

Als bobber is de warming up behelpen. In de dikke kleding krijgt hij niet het juiste snelheidsgevoel. ‘In Calgary was het eens min 30 graden. Dan kun je alleen bij de kachel zitten tot je naar buiten moet.’ Niet dat Beck zich laat kennen. Hij zal afdalen, hoe hard het ook vriest. Ook in Vancouver, over twee maanden. Zijn humeur hangt af van honderdsten van seconden. Niets anders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden