reportageWK handbal Japan

Keepers lijken kansloos, maar kunnen wedstrijden juist winnen

Wie momenteel naar het WK handbal voor vrouwen kijkt, zou de indruk kunnen krijgen dat keepers een marginale rol spelen. Maar dat is beslist niet zo, hoopt de Nederlandse Tess Wester woensdag in het duel met Zuid-Korea opnieuw te bewijzen.

De Nederlandse handbalster Tess Wester in actie tijdens de wedstrijd tegen Duitsland op het WK handbal in Aqua Dome.Beeld Ronald Hoogendoorn / ANP

Keepers in handbal worden ‘lekgeschoten’, ‘weggeschoten’ en ‘sufgeknald’. Gemiddeld wordt een op de drie schoten tegengehouden. Van de 276 schoten op het Nederlandse doel gingen er in de eerste zeven wedstrijden van het WK in Japan 90 in.

Vergelijk dat eens met de doelman in het voetbal die ‘de nul’ moet kunnen houden en dat soms een wedstrijd of vijf achter elkaar, zoals Marco Bizot (AZ) dit eredivisieseizoen. ‘Ja, het is grof gezegd een kutpositie’, zegt de Nederlandse tweede doelvrouw, Rinka Duijndam. ‘Maar eerlijk gezegd ken ik dat gevoel niet. Mensen zeggen tegen mij, Rin, hoe voel je je met al die ballen om je oren? Is dat niet ondankbaar? Ik ken dat gevoel niet. Ik vind het juist de allerbeste positie.’

Wie bij handbal onder de lat staat en in grote vorm verkeert of de dag van haar leven beleeft, die kan uitslagen beïnvloeden. Je hoeft niet eens een hele wedstrijd goed te zijn. Tess Wester deed het bij de legendarische WK-overwinning van Nederland op Noorwegen door het laatste kwartier vele ballen te stoppen. Opeens was ze onpasseerbaar.

Ander soort energie

Duijndam, meer coach dan vervanger van Wester, wijst voor de onpartijdigheid van zo’n opvatting naar de Duitse keepster Dinah Eckerle. Die kent ze goed. Beiden spelen in de Duitse Bundesliga, voor Borussia Dortmund (Duijndam) en voor Bietigheim. ‘Dinah was zondag tegen Nederland pas in de tweede helft superfantastisch. Uit de kleedkamer vandaan leek ze een ander soort energie te hebben.

‘En als zo’n keeper dan elke bal begint te stoppen, dan ga je als schutter nadenken. Dat was ook zo met Sandra Toft van Denemarken maandag in de wedstrijd tegen ons team (24-27-nederlaag, red.). Je komt in schietpositie en je gaat door haar optreden twijfelen. Kies ik gewoon mijn favoriete hoek of schiet ik toch anders? Dan beïnvloed je als keeper een wedstrijd.’

Keepers in het handbal kijken veelal naar percentages: hoeveel ballen hebben zij gestopt uit hoeveel schoten? Dertig procent is goed, veertig is top en vijftig is uitzonderlijk. De Deense sluitpost Toft, al vier keer dit WK uitgeroepen tot speler van de dag, haalde maandag bijvoorbeeld 57 procent in de eerste helft tegen Nederland. Dat ontmoedigt de tegenstander enorm.

Duijndam kijkt minder naar zo’n gemiddelde. ‘Het gaat mij meer om de fase van een wedstrijd. Als je er in de laatste tien minuten tien tegen houdt en je team even in een flow brengt. Of vijf op een rij. De tegenstander scoort niet, jouw ploeg wel. Dat kan ook beslissend zijn in een handbalwedstrijd.’

Lichaamstaal Wester

Nog een aandeel in de verrichting van de keeper komt van de lichaamstaal en de emotie. Doelvrouw Tess Wester schreeuwt na een redding en balt de vuist of strekt beide armen. Regisseurs van de tv-registratie zoomen vaak seconden lang op die emotie in, maar het blijkbaar fotogenieke optreden is echt dienstig betoogt Duijndam die in Japan de voornaamste souffleur van de eerste keepster is. De Russische assistent Katja Andrijoesjina doet slechts vooraf schotbeelden en laat de rest aan het tweetal dat aan de zijlijn voortdurend vergadert.

Duijndam, zelf goed voor 24 interlands, over Westers expressie: ‘Met die emotie wint Tess superveel, twintig procent voor mijn gevoel. De aanvalster tegenover haar denkt: jeeh, daar staat wel iemand. Dat maakt een supergroot verschil.’

Nederlandse handbalkeepers worden sinds de jaren negentig opgeleid volgens de Noorse school. Bert Bouwer, destijds bondscoach, ging werken naar het voorbeeld van Cecilie Leganger, de Noorse sluitpost van de wereldkampioen van 1999.

Opleiding keepers

Bouwer: ‘We hadden reactiekeepers in Nederland, maar ik wilde dat ze meer leunden op de dekking. Het blok de korte hoek, de keeper de lange. Keepers in Nederland gingen destijds te snel naar een hoek. Tegen lange schutters die over het blok kunnen reiken, ben je dan kansloos. Ik wilde dat mijn keepsters meer meededen, dat ze de break-out gingen lanceren. Zoals Leganger die enkele trainingskampen bij ons langs kwam.’

Zo’n grootheid die keepers onderwijst, ontbreekt nu in het Nederlandse handbal. In Japan is niet eens een specifieke keeperstrainer mee in de staf van tien. Met Debbie Klijn, nu werkend voor Duitsland, en Lene Rantala, tweevoudig olympisch kampioen met Denemarken, kwam voorheen wel een vracht aan ervaring mee naar een groot toernooi. Duijndam: ‘Lene was een grootheid, maar ze verstond ook de kunst om gemakkelijk over haar ervaringen te praten. Bij mijn club heb ik ook zo iemand, Clara Woltering (222 caps, red.).’

Duijndam, uit het handbalgekke Westland, is net als Tess Wester een ‘Jokelientje’, een keepster die op de Handbal Academie werd opgeleid door Jokelyn Tienstra, de in 2015 overleden ex-international. Zo’n hand ontbreekt in de huidige opleiding, constateert ook Bert Bouwer die bij zijn mannenploeg van Aalsmeer een ex-international Jeffrey Groeneveld aan het werk heeft.

Beste keepers na 7 speelronden op WK handbal in Japan.

1 Kalinina (Rus) 48 procent gestopte ballen (29 stops/61 schoten)

2 Gabriël (Fra) 42 (34/81)

3 Toft (Den) 41 79/192

4 Solberg (Noo)39 83/214

5 Eckerle (Dui) 38 84/220

6 Navarro (Spa)37 54/147

12 Wester (Ned)34 77/226

21 Park (Z-Ko) 23 59/255

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden