Keeper Dudek held in bizarre finale

De 50ste finale in de Europa Cup ontpopte zich als een voetbalfestijn zonder weerga. Twintig jaar nadat supporters van Liverpool de Heizelramp veroorzaakten en de beker besmeurden met bloed, versloeg de club uit Engeland AC Milaan in een strafschoppenserie...

Van onze verslaggever Willem Vissers

Liverpool stond in de finale van de Champions League op na een schier kansloze achterstand van 3-0 en won na strafschoppen. Voetbal met het hart versloeg pure klasse. Voormalig Feyenoord-doelman Dudek, in Engeland bekritiseerd door vreemde blunders, eiste de hoofdrol voor zich op in de strafschoppenserie.

De Pool bewoog niet alleen als een nar op de lijn, maar kwam tijdens de aanloop van de Italianen een paar keer naar voren, hetgeen niet mag.

Hij stopte inzetten van Pirlo en zelfs van Sjevtsjenko. Serginho schoot hoog over. Zo won Liverpool zijn vijfde kampioenenbeker, de eerste sinds 1984, toen ook al een veelbesproken doelman overeind bleef in de strafschoppenserie: Grobbelaar tegen Roma.

Betoverend was de avond in het Atatürk Olympisch Stadion, waar beurtelings toeschouwers stilvielen van ongeloof of berusting, danwel ontploften van vreugde. Volwassen mannen huilden, schreeuwden het hart uit hun lijf, sloegen handen voor hun ogen of knepen in elkaars armen.

Het voetbal keerde op de grens van het Europese continent terug naar zijn beginselen. Het was een eerbetoon aan de vrijheid en de aantrekkelijkheid van het spel. Sinds de finale van 1962 in Amsterdam tussen Benfica en Real (5-3) vielen niet meer zoveel treffers.

Spelers vergaten door het bizarre wedstrijdverloop, dat de apotheose van Manchester United - Bayern uit 1999 (van 0-1 naar 2-1 in de laatste minuut) naar de kroon stak, de strategieën die finales vaak zo saai maken.

AC Milan voetbalde in de eerste helft zoals Pavarotti zong in zijn hoogtijdagen in het Scala, maar verloor na de pauze opeens de stem in één fatale aria. Liverpool begon als de Beatles toen die op elkaar uitgekeken waren, maar reisde terug in de tijd, naar de periode dat de band de popmuziek in de jaren zestig op zijn kop zette.

Volstrekt kansloos was Liverpool tijdens de eerste helft en juist dat maakte de wedstrijd zo bizar. Vernederd werd de ploeg door een les in modern voetbal, maar de herrijzenis was indrukwekkend. In het eerste kwartier na rust kon de ploeg van trainer Benitez even alles, hoewel Milan de zaken daarna weer geleidelijk naar de hand zette en vooral fitter bleek. De ene na de andere speler van Liverpool voelde kramp opkomen, maar het hart bleef kloppen.

De Reds legden het tot de pauze af tegen de Rossoneri. De Engelse defensie, met in die periode onbeholpen krachten als Hyypia, Finnan en Traoré, oogde als een krakende kar die bergop moest en het middenveld onder aanvoering van de zo geprezen Gerrard gaf zoveel ruimte weg dat het gênant was. Seedorf en Pirlo konden bijna doen wat ze wilden.

Maar na rust ontwaakte Liverpool, alsof Aladdin zijn wonderlamp had laten schijnen in de kleedkamer van trainer Benitez. Milan, met al zijn ervaren dertigers achterin, gaf tussen de 54ste en 60ste minuut drie treffers weg: een kopbal van Gerrard, een machtig schot van Smicer, een door Gattuso veroorzaakte en Xabi Alonso benutte strafschop; van 0-3 naar 3-3. Al die gelauwerde, niemand vrezende mannen als Stam en Nesta waren even bevangen door paniek.

Een waardig jubileum was het duel reeds vanaf het moment dat Maldini scoorde na 50 seconden, met rechts nog wel, na een vrije trap van Pirlo. Zo vroeg was alleen in 1959 een doelpunt gemaakt, van Enrique Mateos van Real Madrid, tegen Reims. De treffer was een ode aan de 36-jarige Maldini.

De vrees vooraf was dat de ploeg van trainer Ancelotti kracht tekort zou komen, zoals tijdens de moeizaam verlopen laatste weken was gebleken.

Clarence Seedorf echter vertelde dat tien dagen rust weldadig hadden uitgewerkt op de mentale en fysieke kracht van de ploeg, die op unieke wijze worden getest in het Milan-lab bij trainingscentrum Milanello.

In feite concentreerde de ploeg zich sinds de nederlaag tegen Juventus op 8 mei volledig op de Europese finale. Vlak nadat Luis Garcia van Liverpool om een strafschop vroeg omdat Nesta de bal met de arm wegveegde en scheidsrechter Mejuto Gonzalez een strafschop had moeten geven, scoorde Crespo na een snel uitgevoerde aanval op aangeven van Sjevtsjenko. En even later zorgde de Oekraïner weer voor aanvoer, toen Crespo zo gemakkelijk als een hond van zijn baas wegliep van Hyypia en met een fraaie stift scoorde.

Maar niets was normaal op deze avond, zoals ook de fabuleuze reddingen van doelman Dudek twee minuten voor tijd van de verlenging, op inzetten van Sjevtsjenko. Daardoor kon hij in de penaltyserie Liverpool de beker bezorgen, voor Benitez de tweede op rij. En dat terwijl Liverpool volgend jaar niet eens in de Champions League zit, tenzij de regels veranderen, waartoe Liverpool inmiddels een verzoek heeft ingediend.

Voor even maakte dat niets uit in Istanbul. You’ll never walk alone, zongen de Engelsen uit duizenden kelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden