Kanopolo, inline-skaten, touwtrekken: deze niet-olympische sporten verdienen de aandacht

Het zijn geen alledaagse sporten die de World Games domineren, reeds voor de tiende keer gehouden. 'Sommigen zien het als rugby in een kano. Nee, het is gewoon kanopolo.'

Beeld Guus Dubbelman

Een plek in de toptien van het landenklassement is het doel van de 79 Nederlandse deelnemers aan de World Games, de Olympische Spelen voor niet-olympische sporten. Daarvoor dienen minimaal vijf gouden medailles behaald te worden in de veertien sporten waaraan Nederlanders meedoen: biljarten, bowlen, gymsport, handboogsport, inline-skaten, jiu jitsu, kanopolo, karate, kickboksen, korfbal, powerliften, squash, touwtrekken en wakeboarden.

De tiende editie van de World Games, die in 1981 werden gelanceerd, wordt gehouden in het Poolse Wroclaw. Er doen 3.251 sporters uit 111 landen mee. Er staan 31 sporten op het programma. Ter vergelijking: het programma van de Zomerspelen telt 28 sporten.

Chef de mission Jan-Sjouke van den Bos heeft zijn ploeg de opdracht gegeven in de toptien te eindigen, ondanks het geldbrek van de ploeg. Sportkoepel NOCNSF heeft slechts 50 duizend euro vrijgemaakt voor het Poolse sportavontuur. Er zijn één sportarts en één fysiotherapeut mee naar Wroclaw. Vrijwel alle sporters, op de schaatsprofessionals Michel en Ronald Mulder na, hebben een baan naast hun sportleven.

Ploegleider Van den Bos pleitte in de aanloop van Wroclaw 2017 voor meer aandacht voor zijn scala aan niet-olympische sporten. Hij sprak de wens uit dat NOCNSF net zo veel aandacht aan het World Games-team zal besteden als aan de olympische afvaardiging. Nu wordt de uitzending organisatorisch vooral gedragen door de korfbalbond.

Gerben Jansen (45)

vier World Games-overwinningen touwtrekken (2001, '05, '09 en '13)

'Onze sport kun je op een hogere leeftijd ook nog uitoefenen, op de voorwaarde dat je zwaar lichamelijk werk doet. Bouwvak of de agrarische sector. Dat houdt je sterk. Ik zelf ben zzp'er in de bouw.

'Onze grote concurrent in de klasse tot 640 kilo zijn de Zwitsers. Zij zijn jonger, doen meer aan krachttraining, zijn haast professioneel. Maar in Cali, bij de World Games in 2013, trokken wij ze omver.

'De langste trek uit mijn leven was er een van 55 minuten aan hetzelfde touw. Maar dat is aan banden gelegd. Na tien minuten wordt een wedstrijd afgeblazen en volgt een herstart. Dan gaan we soms naar een frisse strook gras. De bodem is belangrijk. Als de grond te zacht is, vormt dat een nadeel voor de aanvallende ploeg. Het defensieve achttal is dan in het voordeel. Nederland is een aanvallende ploeg.

'Bij de samenstelling van een team zoek je naar mannen van gelijk gewicht. Acht maal 80 kilo dus. Ik weeg 84. Ik ben de zwaarste van de lichte mannen. In het verleden was ik de lichtste van de zware klasse. Van groot belang is de schoen. Voorheen hadden we de soldatenkistjes met een ijzeren hak en zelfs een hoefijzer. Nu zijn het schoenen uit het skeeleren, op maat gemaakt. Ik draag de Henk Meilink-trekschoen. Die heeft een aluminium zool, waaronder we een ijzer van 6 millimeter en een kunststof teenstuk plaatsen. Daarmee krijg je grip op de bodem. Je trekt over rechts, je staat schrijlings, ook over rechts. De kunst is ritme vinden.

'We trekken in de nationale ploeg met vier mannen van mijn vereniging uit Eibergen. De Achterhoek is de bakermat van het Nederlandse touwtrekken. De nationale bond telt dertien- honderd actieve leden. Er zijn ook nog kleine, alternatieve bonden in Drenthe en Overijssel. De landen waarmee wij in Wroclaw duelleren zijn Zwitserland, Duitsland, Ierland, Groot-Brittannië en Zweden.'

touwtrekker Gerben Jansen.Beeld Guus Dubbelman

Michel Mulder (31)

olympisch kampioen schaatsen op de 500 meter in 2014, wereldkampioen inline 500 meter in 2012

'Voor een schaatser ligt deelname aan de World Games lastig. Er ligt zomerijs in Thialf. Ik heb zelf ook geschaatst de voorbije maand, maar ik wilde ook graag een keer aan de World Games meedoen. De andere jongens uit mijn schaatsploeg iSkate zijn naar Inzell. Ik rijd daarentegen een skeelerblok. Dan is er eind juli een korte vakantie. Daardoor past Wroclaw in mijn schema.

'Voor inliners zijn de World Games het grootste evenement dat bestaat. Ik win deze liever dan een WK.

'Ik rijd de 500 meter op het wegparkoers. Op dat onderdeel werd ik vijf jaar geleden wereldkampioen. Het wegparkoers is in Polen op een bijzonder rondje van 430 meter lang. Het heeft vlakke bochten en het is heel breed. Er zit aan de overkant van de baan ook een knik naar rechts in. Dat is het verschil met de piste, met oplopende bochten, op een baan van 200 meter lengte. Voor de piste hebben wij, mijn broer Ronald en ik, ons niet geplaatst. Maar misschien worden we toch nog toegelaten tot dat deel van het toernooi.

'Wij zijn forse mannen in het veld van inliners. We hebben een dikke kont van het schaatsen, van het diep zitten. De jongens van de baan zijn tengere mannetjes, gauw tien kilo lichter. Zuid-Amerikanen vooral. Wij zijn dan de Tom Dumoulinnen in zo'n veld van Quintana's. Maar wij hoeven ons zelf niet uit te hongeren om mee te kunnen.

'Ronald en ik rijden voor onze eer. We maken geen afspraken. Je moet vier ronden door om de finale van vier te halen. Het is pittig. Wij in Nederland noemen skeeleren schaatsen op wieltjes. In andere landen is schaatsen skeeleren op ijzers.'

14 niet-olympische sporten bij de World Games in Polen waaraan Nederlanders meedoen:

biljarten
bowlen
gymsport
handboogsport
inline-skaten
jiu jitsu
kanopolo
karate
kickboksen
korfbal
powerliften
squash
touwtrekken
wakeboarden

Er staan 31 sporten op programma.

Inline skater Michel MulderBeeld Guus Dubbelman

Sanne Meijer (20)

WK-winnares wakeboarden in 2014 (cable) en 2015 (boat)

'Iwilde op mijn zesde al wakeboarden. Ik zag iemand op het water allerlei trucs doen, het was zo spectaculair. Maar ik had nog geen zwemdiploma en zat op paardrijden. Pas vier jaar later, toen ik bij een jongen in de klas kwam die aan wakeboarden deed, ben ik op een board gaan staan.

'Coaches zagen direct dat ik talent had. Je hoeft niet lenig te zijn voor om goed te kunnen wakeboarden, het gaat vooral om kracht en doorzettingsvermogen. Achter de boot halen we snelheden van veertig kilometer per uur, dus er komen ontzettend veel G-krachten bij kijken: negen of tien, oftewel negen of tien keer je eigen lichaamsgewicht. Ik weeg ongeveer 72 kilo, als je valt is de klap enorm.

'Ik ben begin juni naar Florida afgereisd om voor deze World Games op tijd fit te zijn na een schouderblessure. Op het WK van 2015 in Mexico viel ik hard op het water, maar de fysiotherapeut stelde een verkeerde diagnose. Ik heb in totaal anderhalf jaar weggegooid met zware schouderklachten. Door een operatie zijn alle klachten verholpen.

'De 7.700 euro voor de trainingsstage in Amerika heb ik opgehaald met een crowdfundingsactie. NOCNSF heeft de geldkraan voor wakeboarden dichtgedraaid. De spelers moeten alles zelf ophoesten.

'Ik kan niet leven van de sport en studeer commerciële economie aan de Johan Cruyff University. Op de World Games wil ik me meten met de top, een podiumplaats is het doel. Als ze in Amerika, door het vlakke water het walhalla van het wakeboarden, straks de naam Sanne Meijer herkennen, dan zit het wel goed.'

Waterpoloër Sanne Meijer.Beeld Guus Dubbelman

Marijke Dijkman (35)

captain van de kanopoloërs

'Ik vind het altijd grappig hoe kanopolo wordt omschreven. Ik snap best dat buitenstaanders kanopolo met andere sporten moeten vergelijken, omdat de sport te onbekend is. Sommigen zien het als rugby in een kano. Nee, ik erger me er niet aan, maar het is gewoon kanopolo.

'Kanopolo is een combinatie van balgevoel en vaartechniek. Als je een van de twee kwaliteiten niet beheerst, kun je niet mee op het water. Toen ik in Leeuwarden woonde, wilde ik gaan kanoën bij een vereniging. Daar waren ook de kanopolosters actief. Ik doe het nu al twintig jaar.

'De sport is sensationeel en dat trok me. Kijk bijvoorbeeld naar de start. Vanaf de achterlijn sprint één speelster van beide teams naar de bal die door de scheidsrechter in het midden van het speelveld wordt gelegd. Het gaat er dan ruig aan toe. Ik heb een paar jaar terug de punt van een kajak hard tegen mijn ribbenkast gekregen. Ik ben gewoon doorgegaan, maar ben sindsdien wel een stuk behoudender.

'In Duitsland is de sport groter dan hier in Nederland. Daar worden veel kinderen opgevoed met de sport en krijgen ze er ook een vergoeding voor. Wij betalen gewoon contributie bij onze clubs en moeten straks ook een eigen bijdrage leveren voor deelname en verblijf bij de World Games. Dat gaat om een paar honderd euro. Natuurlijk is dat jammer, maar ik maak me daar niet zo druk om. Na al die jaren ben ik het gewend.'

Wakeboarder Marijke DijkmanBeeld Guus Dubbelman
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden