'Kampioen worden, is een echte aanrader' interview

Chantal Groot (27) mist voor het eerst sinds 1999 een internationaal zwemtoernooi. Ze wil nog één keer terugkeren, voor de Olympische Spelen van Londen 2012....

Ze heeft ze zelf niet geteld. Chantal Groot studeerde ooit een blauwe maandag boekhouden, maar de Amsterdamse is niet het type om bij te houden hoeveel internationale toernooien zij door de jaren zwom. Het jaarlijkse informatieboek van zwemstatisticus Jos van Kuijeren brengt uitkomst.

Jongstleden december, EK kortebaan Istanbul, kwam Chantal Groot voor de 33ste keer voor Nederland uit op een internationaal toernooi: vier EJK’s (jeugdkampioenschappen van Europa), negen Europese kampioenschappen kortebaan, zes WK’s kortebaan, zes maal een Europese titelstrijd voor senioren, vijf WK’s langebaan en tenslotte drie olympische deelnemingsbewijzen, aan de Spelen van Sydney, Athene en Peking.

Het is een Nederlands record. Ja, daar had ze wel iets over gehoord, zegt ze thuis in Amsterdam-Zuidoost.

Een andere regel uit de zwembijbel van Van Kuijeren doet duizelen. Chantal Groot, de veteraan die haar zwemcarrière tijdelijk op de sudderstand heeft gedraaid, is pas 27 jaren oud. Ja, ze was er vroeg bij, zegt ze in al haar aangeboren bescheidenheid.

In 1999 mocht zij, de Europese jeugdkampioene van ’98, als 16-jarig meisje mee naar de Europese titelstrijd in Istanbul. ‘Dat was het grote toernooi van Pieter van den Hoogenband. Nog niet van Inge de Bruijn. Die won de 50 vlinder niet eens’, meent ze zich te herinneren. De Bruijn werd in Turkije wel Europees kampioen op de 50 vrij en de 100 vlinder.

Het groentje van AZ & PC uit Amersfoort pakte daar in het Turkse buitenbad meteen een medaille, de eerste van liefst vijf Europese medailles op wat ‘haar’ discipline werd, de 50 meter vlinderslag. Het was vier keer brons en éénmaal goud op een nummer, van blok naar muur met een paar ademteugen, dat geen olympische status kent en daarom door coaches vaak spottend als bijnummer wordt aangemerkt. Hard gaan op de 100 vlinder telt, medailles op de 50 vlinder stellen niet al te veel voor, zo luidt de heersende teneur in het trainerskorps.

Groot begrijpt daar niet veel van. Het is haar persoonlijke favoriet. In 2008, bij de EK in Eindhoven, nam ze zekere afstand van haar kansen op de 4 x 100 meter estafette door zich die eerste dagen te concentreren op de 50 meter vlinder. ‘Er was die tweede ochtend van het EK een time trial op de 100 meter vrij. Ik had tot dan al vier keer brons gehaald op dat nummer. Ik wilde die plek verdedigen. Daarom concentreerde ik me vooral op die 50 vlinder.

‘Ik had niet gedacht dat de anderen, Manon van Rooijen en Hinkelien Schreuder, me voorbij zouden gaan op die extra proef op de 100 vrij. Ik had tot dan de vijfde tijd van Nederland staan, eerste reserve achter de vaste topvier. Vervolgens stond ik zevende en kwam ik niet in aanmerking voor dat achteraf gouden nummer in Peking.

‘Nu weet ik dat ik er te gemakkelijk over heb gedacht. Nadelig was ook dat ik bij die trial in een baan tussen die twee moest zwemmen. Ik had het idee dat ik als haas werd gebruikt. Van tevoren had ik gezegd dat ik dat niet zo wou. Maar er was niet geloot. Bondscoach Verhaeren had het bepaald.’

Hoogste treetje
’s Avonds was alle malheur vergeten. Groot beleefde in het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion het grootste moment uit haar lange loopbaan. Ze stond na de finale op het hoogste treetje van het erepodium. De sterker geachte Inge Dekker werd tweede. Die had enkele minuten tevoren een halve finale op de 100 vrij moeten zwemmen en kwam nog nahijgend aan de start.

‘Mijn race was een goede. Niemand gaf mij vooraf een kans op de titel. Vooral de Zweedse Alshammar werd sterk geacht. Die kan zonder ademen de overkant halen. Dat is niet mijn sterke punt. Ik adem veel. Soms wel vijf keer. En ik heb altijd moeite met de finish. Dat heeft me in Madrid al eens goud gekost. Maar nu klopte het aan het eind. Het werd een evenaring van mijn pr. Mijn moeder zat die avond op de tribune. Mijn vader die twee maanden later overleed, helaas niet. Die was een dag eerder geweest, maar voor de finale kon hij geen ticket krijgen.’

Wie met Groot over haar lange loopbaan spreekt en vraagt naar de hoogtepunten, krijgt pas na lang nadenken Eindhoven 2008 te horen. De twee uitspringende evenementen zijn wat haar betreft de Europese jeugdtitelstrijd van 1998 te Antwerpen en de Olympische Spelen van Athene 2004.

Over het eerste: ‘Ik was een meisje van De Otters uit Bussum. Ik trainde alleen ’s middags anderhalf uur, nooit ’s ochtends. Die acht uur training was voldoende basis om Europees juniorenkampioen op de 100 vlinder te worden. Het was mijn doorbraak. Mijn niveau was ook meteen voldoende voor de senioren, dat was ’t mooie. Chantal is een talent, zeiden ze. Ik werd van dat moment bekend in de zwemwereld.’

Over het tweede, de Spelen van 2004: ‘Daar heb ik op eigen kracht een medaille gehaald. Ik was startzwemster in de finale. We haalden met Inge de Bruijn, Inge Dekker en Marleen Veldhuis brons. Ik stond op het erepodium. Daar was het me allemaal om begonnen.

‘Vier jaar eerder viel ik buiten de boot voor de finale, kreeg ik zilver in een doosje na de prijsuitreiking. Ik was destijds de Nederlandse nummer drie op de 100 vrij, achter De Bruijn en Wilma van Rijn, maar Thamar Henneken en Manon van Rooijen waren in de serie sneller dan ik. Dat kostte me mijn plaats in de finaleopstelling. Daar heb ik het moeilijk mee gehad, hoe jong ik ook was.

‘Ik zat op de tribune, wist niet eens dat ik ook een medaille zou krijgen. En ja de sfeer, als je hoorde wat er allemaal gebeurde in de ploeg, de ruzies met Inge de Bruijn. Wilma van Rijn was mijn kamergenoot en vriendin. Als je dan hoort op de kamer wat er met hen gebeurde. Dan denk je van: o ja.’

Echt brons
De Spelen van Athene, met echt brons, sprongen eruit. De Spelen van Peking, haar derde, telt Groot niet echt mee. ‘Ik was rond de plotse dood van mijn vader een maand uit training. Ik was op trainingskamp in Cyprus, toen ik naar huis moest. Lag mijn vader in coma. Ik was in dubio om helemaal af te zeggen voor Peking, maar mijn moeder zei dat ik moest gaan. Ik had er vier jaar alles voor opzij gezet.’

Ze lijkt gestopt, nu ze weg is bij het Nationaal Zweminstituut Amsterdam (NZA), maar dat is nog niet definitief. ‘Ik combineer een jaar lang werk, studie en sport. Mijn conditie onderhoud ik. Ik ben in januari gestopt, maar ik ben nog in redelijke vorm. Ik ben erachter gekomen dat ik een ander leven niet zo heb gemist. Feesten heeft me nooit zo geboeid.

‘Ik train voor mezelf. Ik ben er nog niet uit hoe ik een terugkeer ga aanpakken. Ik loop nu veel hard, heb ik in de VS van coach Paul Bergen geleerd. Bij hem heb ik in 2003 een maand tegelijk met Inge de Bruijn getraind. Een bijzondere ervaring. Bergen zag in mij een middenafstander, geen sprinter.

‘Voor een eventuele voortzetting heb ik nog geen trainer op het oog. Ik kijk eerst voor mezelf hoever ik met mijn eigen trainingen komen. Ik wil dat zo proberen, net als Robin van Aggele heeft gedaan. Bij hem is dat best wel goed gegaan.

‘Boedapest ga ik deze week op tv bekijken. Zien wie mijn vacante Europese titel overneemt. Kampioen worden, dat weet ik sinds Eindhoven, is een echte aanrader.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden