Kamiel Maase loopt snel, maar mist nog het juiste zweef-gevoel

Kamiel Maase stond te blauwbekken op dat prachtige landgoed Beeckestijn. Hij had, op last van coach Bram Wassenaar, al lang doende moeten zijn met het 'uitlopen', de cooling down in jargon....

HANS VAN WISSEN

Van onze verslaggever

Hans van Wissen

VELSEN

Maase was opvallend en opvallend snel aanwezig. Hij hoefde na negen kilometer veldloop slechts twee Afrikanen, Missima en Tessema , voor laten gaan. Hij was eigenlijk te jong om te weten waarom hij de Stijn Jaspers Memorial liep. Hij had de atleet Jaspers, in 1984 korte tijd 's werelds snelste op de 5000 meter, niet gekend. Hij kwam vooral naar Velsen om te laten zien dat hij op het ogenblik Nederlands beste crosser is. Maar een stigma mocht dat ook weer niet worden. Een 'eitkettenmens' is hij niet. Zo min als Stijn Jaspers daar iets van wilde weten. En daarom was hij bijna ongewild toch zeer trots op zijn (derde) plaats.

Memorials zijn er inmiddels vele. Soms, zoals in Brussel (Ivo van Damme) worden het geweldig commerciële ondernemingen, soms zijn het (Jan Knippenberg) pure herinneringslopen, zonder opsmuk. De Stijn Jaspers Memorial zit er een beetje tussen. Het bureau van Jos Hermens heeft er zich over ontfermd maar tegelijk is het een reünie.

Een loop voor oldies gaat aan het pièce de resistance vooraf. Zo klein is het organisatorisch zicht zelfs dat de vrouwenloop van deze cross, 'de tweede van Nederland', tot het bijprogramma wordt gerekend. Niet dat de Ethiopische Kuthre Duletha daar trouwens mee zat.

'Klein' wordt gekoesterd door de Velsense atletiekvereniging Suomi. Het was al heel groot dat de atletiekunie zowaar de status van selectiewedstrijd aan deze cross toekende, met het oog op de nabije EK, maar eigenlijk ging het het om wat anders.

Foto's waren er van Stijn Jaspers, uit de tijd van zijn overwinningen. Voordat hij zo maar op een Amerikaanse campus aan een hartstilstand overleed. Zwart-wit-foto's. De ouders van Stijn stonden op het podium en struikelden bijna over de tentharingen, toen ze een kop soep gingen halen.

Een atmosfeer dus om de wedstrijd te vergeten. Maar dan waren er toch die toplopers. En dan was er ook Kamiel Maase, dertigste bij het laatste wereldkampioenschap cross. Marti ten Kate, nu 'natuurlijk' winnaar bij de lopers op leeftijd en sinds kort vreemdgaand in het berglopen - een jonge loot van deze sport - scheelt een generatie met Maase. Die Maase had het dus ook geenszins over traditie, herinneringen of nostalgie.

Nee, de beste Nederlander bij de Stijn Jaspers Memorial schetste aanvankelijk in raadselachtig korte bewoordeningen waarom hij zich tijdens de negen kilometer op het landgoed nooit volmaakt had gevoeld. Hij had tegen zichzelf moeten vechten, hij had nooit dat zalvende gevoel van zweven gehad. Het was gewoon knokken en zelfverzet geweest.

Zijn coach Bram Wassenaar, ook een van die nooit aflatende betrokkenen die zich op Beeckestijn verzamelden, moest denken aan een vroegere pupil, Han Kulker, de Olymische zevende 1500 meter-loper van 1988: 'Diezelfde combinatie van talent, bescheidenheid en intelligentie.'

En misschien had hij eraan toe moeten voegen: 'Datzelfde oog voor detail.'

Het leek nogal warrig en willekeurig wat Maase direct na zijn veldloop vertelde. Wat had nu een les 'aerobics' te maken met de derde plaats die hem deelachtig was geworden? Aerobics op vrijdag, dansen en springen, hij had dat nooit zo gedaan. Diep in zijn hoofd had hij eigenlijk wel geweten dat zo'n uitspatting niet te pas kwam vlak voor een wedstrijd, maar gewoon meegedaan. Misschien toch te veel weifelaar, te gemakkelijk over te halen.

Zelfs met zijn afstuderen was hij er nog niet. Hij begon in Nederland, met scheikunde. Vervolgens toog hij naar Amerika waar hij zijn graad in de microbiologie haalde. Maar na terugkomst wilde hij alsnog in Nederland afstuderen in de scheikunde, tegelijk denkend aan een promotie in Amerika. Hij weet het niet. En dan is er natuurlijk ook nog die atletiek waaraan hij verslingerd is.

'Verdorie, ik word bijna ingehaald', sprak hij zichzelf toe, toen René Godlieb, Marco Gielen en Marcel Laros hem gisteren toch nog heel dicht op de hielen zaten. Hij moest er 'geweldig veel moeite voor doen' om dat gevoel van onbehaaglijkheid weg te denken en dus om zijn positie als eerste Nederlander achter die twee Afrikanen te behouden.

Toch kon niemand van dat blauwbekkende loopwereldje uiteindelijk om die ontevreden Maase heen. En ze waren er allemaal. Ook dus die nieuwe bestuurder Roelof Veld, Alle contestanten van voorheen waren present. Roelof Veld, jarenlang de zaakwaarnemer van Gerard Nijboer en jarenlang een groot kritikaster van de bond. De nieuwe voorzitter van de KNAU, Van der Molen, sprak 'klare taal' in een paar oriëntierende gesprekken, en dat was een reden om op de uitdaging in de gaan.

Maar Roelof Veld heeft en had een duidelijk streven, daar wijkt hij nog steeds niet van af. Het moet er volgens de vroegere marathonloper ooit van komen dat de wegatletiek en misschien ook wel de cross, een apart spoor wordt in de doolhof van de atletiek. Veld wil gewoon inventariseren wat de huidige stand van zaken is, pas dan kan geïnvesteerd worden in nieuw beleid.

Tot nu toe is het volgens hem altijd andersom gegaan: eerst beleid maken en dan maar zien waar je met de uitvoering uitkomt. In ieder geval klopt er iets niet. Tachtigduizend lopers telt de KNAU en 800 duizend mensen lopen. Aan die wanverhouding wil hij iets doen.

Michel Lukkien, ook met de schoenen nog steeds in de klei van het lopen, en één van de felste tegenstanders van het KNAU-geploeter: 'Ik zeg het al zo lang en het is een cliché, maar de mensen die het in de bond uitmaken, hebben het zweet van de kleedkamer niet geroken. Daar komt het gewoon op neer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden