Interview

Judowereld verdeeld: samen naar Papendal of alleen verder?

Twee judoka's vertellen over hun keuzes

Twee judoka's, twee visies op het controversiële trainingsregime dat de judobond oplegt. Wereldkampioen junioren Do Velema (21) weigerde op Papendal te trainen en verkaste naar Kroatië. Supertalent Frank de Wit (21) gelooft juist heilig in de centrale aanpak.

Do Velema wilde niet naar Papendal verhuizen en koos om in Kroatië te gaan judoën. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Do Velema (21)

'Ik weiger om gedwongen op een bepaalde plek te wonen. Bij mijn club in Haarlem had ik een erg goede band met mijn trainer Zeger van Oirschot, met wie ik wenste te blijven werken. Daarnaast wilde ik een studie volgen die alleen in Den Haag werd aangeboden.

'Op Papendal had ik elke dag met mijn concurrenten moeten trainen, dat zag ik niet zitten. Het was voor mij niet de plek waar ik me verder zou kunnen ontwikkelen. Als Europees en wereldkampioen bij de junioren was ik toe aan de volgende stap: een reeks grote toernooien bij de senioren. De bond dacht daar anders over. Die schreef mij in voor drie B-wedstrijden waarin ik me moest bewijzen. Als ik daar niet liet zien wat ik kon, kreeg ik ook geen andere toernooien. Het legde een enorme druk op mij, ik verkrampte. Ik was 18.

'Financiële ondersteuning was niet mogelijk. Als junior maakte ik geen aanspraak op een A-status. Ik had geen inkomen. Het enige dat ik deed was trainen en naar school gaan. Ik had op meer medewerking gerekend vanuit de bond. Het lijkt me dat je een talent dat tweevoudig Europees en wereldkampioen is zo goed mogelijk ondersteunt. Als er niet meer inzit, ben ik weg, heb ik toen gezegd.

'Ik wist dat Linda Bolder en Esther Stam in 2014 van de bond toestemming hadden gekregen om voor een ander land uit te komen, voor Israël en Georgië. Dat wilde ik ook. Ik had alles over voor mijn judocarrière. Via een Bosnische vriend van mijn vader kwam ik in contact met Student, dé judoclub van Kroatië. Ze wilde mij er graag bij hebben, regelde alles voor me: ik kreeg er salaris, Kroatische lessen, kon er een studie volgen en gratis eten in restaurants.

'De judobond weigerde mee te werken. De bond zag mij als het grootste talent en had naar eigen zeggen heel veel in mij geïnvesteerd. De bond betaalde de vliegtickets en overnachtingen bij toernooien en ik kreeg twee keer per week een uur les van een bondstrainer. Het weegt niet op tegen de investering die mijn ouders hebben gedaan. Mijn vader heeft mij dag in dag uit overal naartoe gebracht. Hij is zelfs naar Parijs gereden omdat ik daar een wedstrijd had. Op de terugweg gingen we dan langs de McDonald's.

'Doordat de bond niet meewerkte moest ik drie jaar wachten voordat ik voor Kroatië zou mogen uitkomen. Maar de Kroatische bond verzekerde mij die schorsing te kunnen omzeilen. Zodra ik genaturaliseerd zou zijn, kon ik mijn wedstrijden judoën onder de vlag van de internationale judofederatie. Ik wist dat ik een risico nam, maar een andere optie was er niet. Als ik in Nederland was gebleven, was ik sowieso gestopt.

'Ik had de pech dat de regering twee keer viel in de periode dat ik genaturaliseerd zou worden. Ik had nog een handtekening nodig van een minister, maar die stapte op. Ik trainde me een ongeluk, maar had al lang geen wedstrijd meer gejudood.

'Waar ben ik mee bezig, vroeg ik me na een jaar af. Ik kwam in een dip terecht en heb mijn ouders gebeld: kom me maar halen. Spijt van mijn keuze voor Kroatië heb ik nooit gehad. Of ik niet te snel heb besloten de judobond de rug toe te keren? Nee. Nogmaals, in Nederland was ik sowieso gestopt met judo. Ik wilde mijn kans grijpen in Kroatië, zou het zo weer doen.

'Eenmaal terug in Nederland heb ik nog een aantal trainingen gevolgd, maar ik was er klaar mee. Ik geef nog training aan kleine kinderen. Ik vind het leuk om hen te leren wat ik vroeger heb geleerd. Een eigen judoschool in de toekomst lijkt me nog wel leuk. Maar zelf weer de tatami op? Die tijd is voorbij.

'Nu rugby ik. Ik haal er veel plezier uit. Het is niet zo prestatiegericht. Als we winnen is het leuk, verliezen we dan is het jammer. Het judo heb achter me gelaten, hoe gek dat ook klinkt.'

Frank de Wit (21)

'Ik wil de beste judoka ter wereld worden. Als de judobond zegt dat ik daarvoor op Papendal moet trainen, doe ik dat. Ik heb geen moment getwijfeld. Judo staat bij mij altijd bovenaan. Voor dit spelletje wil ik heel veel laten.

'Ik woonde bij mijn ouders in Heemskerk en studeerde aan de Hogeschool van Amsterdam. Toen ik hoorde dat de bond met alle judoka's op Papendal wilde gaan trainen, heb ik direct mijn studie stopgezet. Daar heb ik niet lang over hoeven nadenken.

'Laat een ding duidelijk zijn: ik heb er ook dingen voor moeten opgeven. Ik ben heel close met mijn familie en de faciliteiten bij mijn judoclub Kenamju in Haarlem waren goed.

Frank de Wit ziet in het samen trainen op Papendal een mogelijkheid zichzelf verder te ontwikkelen. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

'Het is fijn dat mijn trainer Benito Maij ook naar Papendal is verhuisd. Maar ook zonder hem zou ik deze stap hebben gezet. Ik had al een huis in Arnhem gekocht voordat ik wist dat hij zou meegaan.

'Uiteindelijk gaat het erom dat je de beste judoka wil worden. Je hoeft het niet overal mee eens te zijn. Een beetje weerstand is goed voor een mens, daar word je helemaal niet minder van. Ik heb mezelf de vraag gesteld: wil je echt die topjudoka worden? Ja, dan verhuis je naar Arnhem. Zo niet, dan blijf je lekker weg.

'Ik train nu een half jaar op Papendal en het bevalt mij uitstekend. Ik train hier, net als in Haarlem, twee keer per dag. Eigenlijk is er niet heel veel veranderd. Ik ben alleen in een omgeving terecht gekomen waar de focus nog meer ligt op topsport. De faciliteiten zijn top en ik werk samen met een diëtist. Dat had ik voorheen nog niet gedaan. Ik voel me er goed bij.

'Ik ben op Papendal een betere judoka geworden. Ik heb vorige week goud gewonnen op de grand slam van Parijs. Dat was mij een half jaar geleden niet gelukt. Ik ben sterker geworden en voel me fit. Tijdens het toernooi in Parijs merkte ik dat mijn tegenstanders conditioneel wegzakten tegen mij.

'Henk Grol was zes jaar geleden de laatste Nederlandse judoka die Parijs wist te winnen, dat zegt wel iets. Ik ging er heen als nummer zestien van de wereld, hoopte op een medaille. Toen ik 's ochtends de zaal binnenkwam, voelde ik me al goed.

'Dat gevoel hield ik vast. In de kwartfinale versloeg ik de nummer zeven van de wereld. Vanaf dat moment dacht ik: deze wedstrijd moet ik kunnen winnen. Nu ben ik de nummer vijf van de wereld. Ik wist niet dat er zoveel op me af zou komen. Ik heb de hele week felicitaties ontvangen, ook van mensen die ik helemaal niet ken.

'Mijn voordeel is dat ik geen last heb van wedstrijdspanning. Een judofinale geeft mij een enorme kick. En het leuke is, ik heb die dag geen heel bijzondere dingen gedaan. Het niveau dat ik daar heb gehaald, moet ik vaker kunnen halen. Al weet ik dat ik nog heel veel kan leren.

'Ik judo erg aanvallend, daardoor soms een beetje roekeloos. Ik werk eraan dat het mij niet te vaak in de weg zit. Aan de andere kant levert het mij ook heel veel op. Ik zoek naar de juiste balans, ben pas 21.

'Papendal is voor mij een goede omgeving om mij verder te ontwikkelen. Er zijn genoeg goede judoka's met wie ik kan sparren. En trouwens, bij mijn club in Haarlem behoorde ik ook tot de besten. Ik trainde er weleens met Dex Elmont, maar hij is gestopt. Dus op Papendal zou ik ook niet met hem kunnen trainen.

'In het begin was het echt niet makkelijk. Ik woon voor het eerst op mezelf. Ik heb er bewust voor gekozen om niet op Papendal, maar in Arnhem te gaan wonen. Ik vind het fijn om mijn eigen plek te hebben en ben aan de studie bedrijfskunde begonnen. Een beetje afleiding is goed voor me. Ik wil graag een studie afronden, al blijft judo altijd het belangrijkste.'

Judobond keihard

De judobond treedt met steun van sportkoepel NOC*NSF hard op tegen judoka's die de trainingen bij hun club niet verruilen voor centrale trainingen op Papendal. Judoka's worden uitgesloten van deelname aan buitenlandse wedstrijden en verliezen hun stipendium. Judoka's die voor een ander land willen uitkomen worden doelbewust tegengewerkt om te voorkomen dat ze in de toekomst als tegenstanders tegenover de bondsjudoka's staan. Ze mogen jarenlang niet meedoen aan wedstrijd.

Het beleid van de bond is een reactie op de slechte judo-prestaties van de afgelopen jaren. NOC*NSF investeert jaarlijks 1,5 miljoen euro in de sport. Volgens juristen en vakbond NL Sporter is het beleid onwettig. De bond zou misbruik maken van de monopoliepositie door judoka's uit te sluiten van wedstrijden. Judoka Juul Franssen, een prominent slachtoffer van het beleid, beraadt zich op juridische stappen tegen de bond. De judobond wil ondanks herhaaldelijke verzoeken om een reactie geen toelichting geven op het beleid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.