NieuwsAdil Belkaid

Judobond frustreert aspiraties van Adil Belkaid en belet hem voor Marokko uit te komen

Als de judobond geen toestemming geeft, mag Adil Belkaid pas in 2022 uitkomen voor Marokko. Zo lang wil de tweevoudig Nederlands kampioen junioren niet wachten.

Adil Belkaid: ‘Ik wil gewoon judoën en alles uit mijn carrière halen.’Beeld Klaas Jan van der Weij

Het liefst had Adil Belkaid deze week in Praag meegedaan aan de EK judo. Maar omdat de Nederlandse judobond hem niet goed genoeg vindt, heeft het de 21-jarige lichtgewicht zijn zinnen noodgedwongen verzet. Belkaid wil een medaille winnen op de Afrikaanse kampioenschappen, waar hij als Marokkaan hoopt uit te komen. Dat lukt op zijn vroegst pas in 2022, want de judobond zit hem dwars.

De tweevoudig Nederlands kampioen junioren in de categorie tot 66 kilogram wil zijn geluk beproeven in het geboorteland van zijn ouders en waar zijn vader nog altijd woont. Maar nog belangrijker: het land dat het wel ziet zitten in zijn judotalenten en hem een plek in de nationale selectie biedt. ‘Ik wil het maximale uit mijn carrière halen, maar de judobond belemmert mij daarin.’

Judoka’s die voor een ander land willen uitkomen, moeten volgens de regels van de internationale judofederatie drie jaar wachten voordat zij aan internationale wedstrijden mogen deelnemen, tenzij beide nationale bonden eerder toestemming verlenen. Dan mag een judoka direct voor het andere land de tatami op.

De Nederlandse bond hanteert de regels formeel en wenst niet mee te werken aan een versnelde procedure, tot ergernis van Belkaid die zijn verzoek ruim een jaar geleden indiende en al naar de tuchtcommissie en beroepscommissie stapte. Hoewel de beroepscommissie de bond op de vingers tikte vanwege onvoldoende argumentatie voor het besluit, leverde het voor Belkaid geen bevredigend resultaat op.

De judoka uit Rotterdam maakte van 2017 tot en met 2019 deel uit van fulltime juniorenprogramma van de judobond in Rotterdam. Maar in tegenstelling tot zijn concurrenten werd hij vorig jaar niet geselecteerd voor de nationale selectie op sportcentrum Papendal. Belkaid: ‘Ik zit in een beslissende fase van mijn carrière, ben op een leeftijd dat ik stappen moet maken. Het liefst had ik dat in Nederland gedaan. Maar als ze mij niet goed genoeg vinden, wil ik mijn eigen pad bewandelen. Ik weet dat ik de potentie heb om de top te bereiken. Daar wil ik alles voor opzij zetten.’

De judobond denkt daar anders over en treedt hard op tegen judoka’s die voor een ander land willen uitkomen. De bond is bang dat meer judoka’s naar het buitenland vluchten en wenst niet in ze te investeren om ze vervolgens voor een ander land te zien schitteren. ‘Kijk naar atletiek, daar komen Ethiopiërs en Kenianen uit voor Turkije en de Verenigde Arabische Emiraten. Dat is gewoon sportvervalsing en daar willen wij niet aan meewerken’, zegt Huub Stammes, algemeen directeur van Judobond Nederland.

De Oost-Afrikaanse atleten maken de overstap naar een ander land vaak om financiële redenen. Dat speelt bij Belkaid niet. Hij kiest niet voor Marokko vanwege het geld. Hij voelt zich gedwongen om voor het geboorteland van zijn ouders te kiezen. ‘Marokko geeft mij wel het vertrouwen en de kans om mij verder te ontwikkelen. Ik wil gewoon judoën en alles uit mijn carrière halen.’

Volgens Belkaid heeft de bond nauwelijks in hem geïnvesteerd. Hij trainde bij het Regionaal Topsport Centrum (RTC) in Rotterdam onder auspiciën van een bondstrainer en de bond bekostigde in drie jaar tijd vier internationale toernooien waaraan hij deelnam. De overige vijftien tot twintig toernooien in het buitenland bekostigde hij uit eigen zak. Ook betaalde hij een maandelijkse bijdrage om bij het RTC te mogen trainen.

Belkaid schat dat hij de bond vijf- tot zesduizend euro heeft gekost. Zelf investeerde hij naar eigen zeggen dertigduizend euro in zijn carrière. ‘Waarom vindt de bond die paar duizend euro belangrijker dan een loopbaan van een jonge judoka?’

Voor de bond maakt het geen verschil of zij één euro of een ton in een judoka heeft geïnvesteerd. Ook is het voor de besluitvorming niet relevant of een judoka de nummer 1 of 154 van de wereld is. ‘Wij behandelen elke judoka die namens Nederland op internationale toernooien is uitgekomen gelijk. Ook Adil heeft daar met zijn volle verstand voor gekozen. Als hij besluit een andere pad te kiezen, is hij daar vrij in. Maar daar zit wel een wachttijd van drie jaar aan vast en daar houden wij hem aan.’

Het is niet de eerste keer dat de judobond zich principieel opstelt tegenover zijn judoka’s. In 2015 hield de bond de overgang van judotalent Do Velema naar Kroatië tegen. En in 2016 wees zij een verzoek van Noël van ’t End af om voor Frankrijk uit te komen. Vorig jaar kroonde de 29-jarige judoka zich tot wereldkampioen in de klasse tot 90 kilogram. Het was de eerste wereldtitel voor een Nederlandse judoka sinds 2009.

Toch is de bond niet altijd zo streng geweest. In 2009 kreeg Eelco van der Geest toestemming om voortaan namens België op de tatami te staan. Ook Esther Stam (Georgië) en Linda Bolder (Israël) konden in 2014 rekenen op clementie van de judobond. De judoka’s vreesden de concurrentiestrijd met Kim Polling in de categorie tot 70 kilogram niet te kunnen winnen.

Beeld Klaas Jan van der Weij

De bond wijzigde het beleid in 2015 en neemt sindsdien het standpunt in niet meer mee te werken met een verkorting van de wachttijd. Nederland heeft de ambitie om bij de acht beste judolanden ter wereld te horen. De bond investeerde sinds 2016 stevig in het opzetten van een Nationaal Trainingscentrum op Papendal en vier regionale trainingscentra. Daarbij past het niet judoka’s naar andere landen te begeleiden. 

Niet alle sportbonden in Nederland zijn zo strikt. Onder meer de schaatsbond, handbalbond en Atletiekunie gaan soepeler met de regel om. 

NOCNSF subsidieert de judobond jaarlijks met 1,7 miljoen euro, het overgrote deel van het topsportjaarbudget. Volgens de sportkoepel is het aan de bonden zelf hoe zij omgaan met de regeling rondom de versnelde nationaliteitswijziging. ‘Wij begrijpen dat de judobond de richtlijnen van de internationale judofederatie volgt. De judoka’s komen elkaar ook in internationaal verband tegen’, laat een woordvoerder van NOCNSF weten.

Belkaid is bang dat zijn carrière als een nachtkaars uitgaat. Zestien maanden zijn verstreken sinds hij zijn aanvraag heeft ingediend. Hij moet nog achttien maanden wachten voordat hij voor Marokko mag uitkomen. Terwijl zijn concurrenten dagelijks beter worden, heeft hij het gevoel dat hij stilstaat. ‘Als ik drie jaar geen internationale wedstrijden mag judoën is het klaar. De judobond ontneemt mij de kans om mijn eigen pad te volgen en via een andere weg de top te bereiken.’

Inzet Succes voor een ander land

Voetballer Hakim Ziyech speelde in drie Nederlandse jeugdelftallen, maar koos in 2015 voor Marokko nadat hij niet voor Oranje was geselecteerd. Hij kon meteen uitkomen voor Marokko en deed in 2018 mee aan het WK voetbal. Nederland plaatste zich niet voor dat toernooi.

Schaatser Ted-Jan Bloemen deed in 2012 als nationaal allroundkampioen mee aan de WK allround. Na een minder geslaagde seizoen besloot hij twee jaar later voor Canada uit te komen. In 2018 won hij olympisch goud op de 10 kilometer door de Nederlanders te verslaan.

Volleyballer Dick Kooy speelde tussen 2008 en 2016 voor Nederland 103 interlands. Hij koos daarna voor de Italiaanse nationaliteit, vanwege zijn Italiaanse vrouw. In 2019 werd hij met de Italiaanse nationale ploeg zevende bij het WK volleybal. Nederland deed niet mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden