Jorien ter Mors.
Jorien ter Mors. © Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Jorien ter Mors zet razendsnelle tijd neer op de olympische 1.000 meter: goud

Met een piepend en krakend gestel kwam Jorien ter Mors over de finish. Nog nooit had een vrouw 1.000 meter op zeeniveau sneller afgelegd. Ze overwon niet alleen fysieke tegenslag maar kreeg ook emotionele klappen te verwerken. De olympische titel was haar beloning.

Of haar kop sterker is dan haar lijf? 'Dat denk ik zeker. Ik wil heel veel, maar mijn lichaam wil dat niet altijd.' Jorien ter Mors heeft zojuist haar piepende en krakende gestel in 1.13,56 naar de olympische titel op de 1.000 meter gebracht. Nog nooit was een vrouw zo snel op een ijsbaan op zeeniveau.

Het ging veel over haar lichaam de laatste weken, de laatste vier jaar eigenlijk. Toen Ter Mors in 2014 olympisch kampioene 1.500 meter werd, leek ze onverwoestbaar. Ze combineerde shorttrack met langebaan en behoorde in beide disciplines tot de top: in Sotsji werd ze vierde, vijfde en zesde in het shorttrack. Ze was een alleskunner en een alleswiller.

'Faken'

In de maanden na de Spelen bleek dat ze roofbouw op zichzelf had gepleegd. Ze raakte overtraind, was een jaar uit de roulatie. Sindsdien is ze nooit meer de oude geworden. Ze schaatst van blessure naar ziekte en weer terug. Tussendoor zijn er momenten van grote vorm, zoals woensdagavond in Gangneung. Momenten waarop ze weer even het blok graniet van vroeger lijkt.

Dat is schijn. Haar lichaam is broos, maar in de zucht naar goud legde haar geest de zweep erover. Ze hield zich voor dat ze de MRI-scan die het probleem met een van haar lage ruggenwervels liet zien kon wegdenken. 'Als je positief bent kan je heel veel faken, om je lichaam te laten denken dat het goed is.'

In de catacomben van de Gangneung Oval klonk dat eenvoudiger dan het was. Toen Ter Mors naast haar chronische knieproblemen met de rugkwetsuur te maken kreeg raakte ze in een mentaal wak. Zeker toen ze bij het olympisch kwalificatietoernooi zich alleen voor de 1.000 meter van Korea plaatste en ze besefte dat ze haar titel op de schaatsmijl niet zou kunnen verdedigen. 'Daar ben ik een week ziek van geweest.'

Blessures

In die periode had ze geen twee blessures, maar drie, was de diagnose van haar coach Jeroen Otter. 'Moet je je voorstellen dat alles tegenzit. Je knie, je rug, het schaatsen gaat niet lekker. Dan krijg je pijn in je hoofd, je gaat twijfelen.'

Met het schaatsen kon Otter haar wel helpen, maar een schouder om op uit te huilen had hij niet te bieden. 'Ik ben niet zo'n empathische coach', verklapte hij. Dat is niet zijn rol. Ter Mors zoekt troost bij haar verloofde Jeroen le Duc. 'Op de ijsbaan laat je het lijken alsof het je allemaal niet uitmaakt, of het allemaal heel goed met je gaat, maar thuis ben je blij dat je je emoties vrijuit kan laten gaan.'

De 28-jarige Twentse wist zichzelf na het teleurstellende kwalificatietoernooi weer op te richten. 'Soms zijn harde tegenslagen nodig om de spirit terug te krijgen en te knokken voor iets heel moois.' Het geloof dat ze met een krakkemikkig skelet alsnog olympisch kampioen kon worden hield haar op de been.

In de weken voor de Spelen ging ze met zware gewichten in de weer. Ze brak zelfs een record. Het was kracht winnen voor de explosieve 1.000 meter. Het was buigen of barsten. 'Dan ga je dingen doen waarvan je anders zou denken: voorzichtig aan. Het was of alles eruit halen of voorzichtig zijn en vijfde worden. Daar kom ik niet voor.'

Emotionele klappen

Ter Mors weet niet alleen hoe het is om fysieke tegenslagen te verwerken, maar ook hoe emotionele klappen te incasseren. Een klein jaar voor de Winterspelen van 2014 overleed haar vader, haar trouwste supporter. Ze huilde, slikte en ging weer door. Die karaktertrek leverde haar de bijnaam 'De Heut' op, van het Twentse 'ik heut maar door'. Altijd maar voort, nooit stoppen. Op het podium kwamen de tranen en droeg ze de titel aan haar vader op.

Inmiddels is dat verdriet een beetje gesleten, Haar moeder en oudste zus zaten op de tribune, naast haar vriend. Ze zocht ze nadat er niemand onder haar tijd had kunnen duiken, de Nederlandse vlag om haar schouders, 'hup Jorien' in grote letters op de witte baan. Haar andere zus was er niet bij om de overwinning te vieren. Zij lijdt aan een ernstige spierziekte en kon de reis naar Zuid-Korea niet maken. Ter Mors drukt gedachten daaraan bewust weg. 'Het klinkt heel hard, maar voor de Spelen ben ik heel egoïstisch met mezelf bezig. Anders kan ik niet zo hard rijden als ik nu doe.'

Een medicus had Ter Mors wellicht ontraden om haar rug te belasten, een psycholoog zou twijfels kunnen hebben bij de manier waarop ze haar geest dresseert. Ter Mors haalt de schouders op. 'Als sporter ben je een beetje gek, hè. Je gaat voor alles of niets.'