Jongens van de bank oogsten altijd kritiek

Niet goed voor de sport, niet goed voor de sponsors, niet goed voor de wedstrijd: het oordeel over de overheersing van zijn renners in Olympia’s Tour was eensluidend....

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

Misschien moest hij met zijn ploeg maar eens wegblijven uit Olympia’s Tour. De ploegleider van de beloften van de Rabobank trok er onmiddellijk een zorgelijk gezicht bij. Het algemene niveau van het Nederlandse peloton was hem afgelopen week niet meegevallen.

Verhoeven hoefde in Buchten niet op zijn woorden te passen. Want hoe zijn jongens op eigen bodem ook rijden, ze zijn toch de kop van Jut in de bijna 100-jarige rittenkoers. De ene keer vindt men zijn jongens te onopvallend en ongeschikt om prof te worden, de andere keer moet hij uitleggen waarom sommige oud-winnaars uit zijn ploeg geen bekende renners worden.

En afgelopen week hoorde hij niets anders dan dat zijn ploeg Olympia’s Tour de nek om heeft gedraaid. Maar is het voortbestaan van de rittenkoers zijn verantwoordelijkheid? ‘Wat we hebben gedaan, is niet anders dan voorgaande jaren’, zei Verhoeven rustig. ‘Ik begrijp al die ophef niet.’

Eigenlijk had hij een gemakkelijk en ontspannen weekje achter de rug. Met Martijn Maaskant en Lars Boom leverde hij de twee belangrijkste kanshebbers voor de eindzege. De enige opdracht die hij ’s ochtends meegaf, was dat alles was toegestaan, behalve elkaar in de wielen rijden. Dat dat ervoor zorgde dat de uiteindelijke winnaar luisterde naar de naam Thomas Berkhout vond Verhoeven ook prima. Zolang de zege maar in de ploeg bleef.

De oogst na 10 etappes was indrukwekkend. Rabobank won het eindklassement, het puntenklassement, het jongerenklassement, het ploegenklassement, boekte zes ritzeges (met vier verschillende renners) en leverde niet alleen de winnaar maar ook nummer 2, 3, 4, 5 en 6 van de rittenkoers.

De wurggreep leidde tot permanente ademnood bij de concurrentie. En veel kritiek, over en weer. ‘Het is het resultaat van het amateurisme bij de ploegleiders’, vond bondscoach Egon van Kessel. ‘Ze zullen het niet leuk vinden als ik dat zeg, maar het was een afgang.’

Van Kessel doelde vooral op de doorslaggevende vierde rit, waarin zich een kopgroep van 13 renners vormde met daarin 6 vertegenwoordigers van de bank. ‘Dat hadden de andere ploegen nooit mogen laten gebeuren.’ Maar het werd nog erger. In plaats van de 6 talenten het werk te laten doen, verklaarden de medevluchters zich tot bondgenoot van de bank.

Ook de oud-profs in het peloton begrepen er weinig van. ‘Als we maar iemand mee hebben in een ontsnapping, denken ze. Winnen hoeft al niet meer’, zei Jans Koerts, in dienst van Time-Van Hemert. ‘Kunnen we niet 1, 2, 3, 4 of 5 worden, dan is 6 ook mooi, de beste van de rest. Het is niet professioneel.’

Het ontzag voor de talenten van Verhoeven irriteerde hem mateloos. ‘Ze denken allemaal dat ze te goed zijn. Maar niemand kan tegen een heel peloton rijden, zelfs die jochies van Rabobank niet. Ze hebben de zeges cadeau gekregen, ze hebben er niets voor hoeven doen.’

Het was een deel van de verklaring. Een ander deel lag in het verschil in status tussen de beloften van Verhoeven en de rest van het peloton. Bij Team Löwik krijgen de renners bijvoorbeeld een vergoeding van 25 euro voor de benzinekosten. Ze werken of studeren ernaast. De mannen van Verhoeven hebben niets anders dan wielrennen aan het hoofd en kunnen leven van hun sport.

Ze namen dit seizoen al aan tal van etappewedstrijden in Europa deel en wonnen die meestal ook. Door hun goede naam worden ze ook overal voor uitgenodigd. Voor de concurrentie was Olympia’s Tour echter de eerste meerdaagse wedstrijd. Het niveauverschil is daardoor enorm toegenomen.

Het werkt ontmoedigend. Tegenwoordig denken beloftevolle renners dat alleen via Verhoeven de stap naar de profs kan worden gemaakt. ‘Het is klinkklare nonsens’, weerlegde bondscoach Van Kessel. ‘Van de laatste 10 renners die de overstap maakten, hadden er 6 geen Rabobank-achtergrond.

Die sponsor heeft wel tweederde van het talent in haar team verzameld. De rest is verspreid over de overige continentale ploegen die, sinds de internationale wielerunie besloot om het peloton niet langer op te delen in profs en amateurs maar in neo’s en elite met of zonder contract, nauwelijks nog publiciteit genereren. Olympia’s Tour is, door de media-aandacht, de enige strohalm. Dan helpt het niet als een ploeg alle aandacht voor zich opeist.

Misschien, opperde bondscoach Van Kessel, zou het goed zijn als het kaf eens van het koren wordt gescheiden. Hij staat een totale reorganisatie van de continentale ploegen voor. Teams zouden zich van elkaar moeten onderscheiden door de renners te gaan betalen. Andere kunnen beter helemaal verdwijnen.

Alleen zo kan het niveau van het Nederlandse wielrennen worden opgekrikt. ‘Concurrentie genereert kampioenen. Er is nu geen concurrentie. Dat is dodelijk. Zelfs voor de ploeg van Verhoeven.’

Helemaal waar was dat niet. De talenten stuwden elkaar afgelopen week naar een hoger niveau. Maaskant en Boom probeerden elkaar te slim af te zijn. Uiteindelijk bleek Thomas Berkhout het allerslimste. Hij is alweer de achtste telg van Verhoeven die Olympia’s Tour op zijn naam schreef.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden