InterviewNikita van der Vliet en Zoë Sprengers

Jonge handbaltalenten gaan niet mee naar WK, hun tijd komt nog

Met achttien speelsters die alle achttien voor een buitenlandse club spelen, is het Nederlands handbalteam afgereisd naar het WK in Japan. Talenten moeten in het buitenland rijpen, willen ze voor de nationale selectie in aanmerking komen.

Nikita van der Vliet. Beeld BSR Agency

Het kwam niet als een verrassing. Twee van de jongste handbaltalenten van Nederland, Nikita van der Vliet (19) en Zoë Sprengers (19), zijn niet meegegaan naar het WK dat zaterdag in Japan begint en waar Nederland met een verjongde ploeg aan deelneemt.

Het tweetal van landskampioen Otto Workforce VOC uit Amsterdam treurt er geen moment over. Hun tijd komt nog, dat weten ze, zo betogen zij zaterdag bij het eredivisieduel VOC-Volendam (31-27) dat zij van de tribune volgen. Nikita en Zoë in koor over het gedwongen pauzeren: ‘We hebben allebei last van de rug.’

Nikita: ‘Bij mij is het een tussenwervel. De harde wedstrijd van een week eerder tegen Venlo, met veel onnodige duwen, heeft er geen goed aan gedaan.’ Zoë: ‘Ik heb al zeven weken spierpijn. Ik ga als een oude vrouw naar bed en zo kom ik er ook uit.’

Op 4 november kregen zij te horen dat ze van de lijst van 28 van bondscoach Mayonnade niet zouden promoveren naar de 18 voor wie het ticket naar Kumamoto zou worden geboekt. Maar goed ook met zo’n blessure, opperen wij. Nikita: ‘Nou dan had ik de wedstrijden tegen Borhave, DSVD en Venlo laten schieten. Dan was dit over geweest.’ Zoë: ‘Zoiets had ik ook gedaan. Ik had zeker niet afgezegd.’

Ruimte

Van der Vliet en Sprengers, beide studerend aan de nationale Handbal Academie op Papendal, weten dat na de Olympische Spelen van 2020 de internationals Martine Smeets en Danick Snelder zullen stoppen en dat er dan ruimte komt voor nieuwe ‘jonkies’, zoals zij zichzelf noemen. De weg naar het EK 2020 (Denemarken en Noorwegen) en het WK 2021 (Spanje) zal voor hen via het buitenland lopen, zegt hun coach Ricardo Clarijs.

Nikita: ‘Mijn ambitie is om volgend jaar in het buitenland te spelen. Ik heb een Deense agent. In januari gaan we kijken waar er interesse is. Denemarken en het Deense handbal, dynamisch en technisch, hebben mijn voorkeur. Daar komt mijn type spel het best tot zijn recht.’

Zoë: ‘Ik heb dezelfde agenten als Estavana Polman, Terrence Vink en Susan Andersen. Ik had Polman geappt, over welke Deense clubs ik zou moeten vragen. Ze heeft me keurig geantwoord. Goed hoor. Gearriveerde internationals als Estavana en Angela (Malestein) zijn echt geïnteresseerd in onze carrières.’

Hun namen zijn gevestigd. Nikita van der Vliet, geboren Zaanse en sinds haar 8ste een VOC-meisje, was vorig jaar topscorer van het WK onder 18, in Polen. ‘En ik werd gekozen tot de beste cirkelloper van dat toernooi’, vult zij aan.

Scouts

Zoë Sprengers was de voorbije zomer op dreef bij de Europese titelstrijd voor speelsters onder 19. De Vijfhuizense, met 1.63 slechts geschikt voor ‘de hoek’, werd de beste linkerhoekspeelster van haar leeftijd in Europa. Hun namen staan in de boekjes van de internationale scouts die overlopen van aantekeningen over Nederlands talent.

Zoë: ‘Wie in ons land naar de Handbal Academie gaat, weet dat zij kiest voor een buitenlandse carrière en die wil daarna het Nederlands team halen. Dat is de doelstelling. Ik zet mijn studie aan de Academie Lichamelijke Opvoeding daarvoor straks stop. Handbal komt voor mij nu nog op één. Later haal ik mijn papier als gymjuf wel.’

Dat slechts de buitenlandse route tot een positie in de nationale ploeg leidt, weten beiden. Nederland is de afgelopen week naar het WK in Japan afgereisd met achttien speelsters die alle achttien voor een buitenlandse club spelen. Nederlandse ervaring telt niet echt in de nationale selectie.

Zoë Sprengers, deel uitmakend van de ploeg die drie jaar op rij Nederlands kampioen werd: ‘Je ziet dat de Nederlandse eredivisiecompetitie niet heel erg veel voorstelt. Op een gegeven moment ben je hier uitgekeken. Als je je ontwikkeling wilt doorzetten, moet je over de grens.’

Groot en sterk

Komende zomer spelen Van der Vliet en Sprengers nog een jeugd-WK ‘onder 20’. In Roemenië zijn deze twee speelsters het hart van de nationale juniorenploeg die zomaar de finale zou kunnen halen. Techniek is op orde, fysiek moet Nederland het in de jeugd vaak laten afweten. Over de Fransen, in koor: ‘Wij zijn 1.73 en 1.65. De Françaises zijn allemaal even groot. Die hebben misschien maar twee of drie kleine wijfjes in hun team. De rest is groot en sterk. Pff.’

Op de Handbal Academie gaat de komende weken als altijd de training vóór, zelfs op de momenten dat het Nederlands A-team in de vroege morgen vanuit Japan op het tv-scherm verschijnt. Nikita: ‘We zullen wel door moeten trainen, maar ik denk dat ik af en toe stiekem op mijn telefoon kijk, hoor.’

Het ingewikkelde toernooischema van het WK indachtig hebben de twee jeugdinternationals zich voorlopig op de eerste week geconcentreerd. Zoë: ‘Ik denk dat Nederland goed door de poule komt. Alleen Noorwegen is te sterk. Maar Slovenië wordt in de eerste wedstrijd met zeven doelpunten verschil verslagen.’

Nikita: ‘Maar alles overziend denk ik niet dat de ploeg net als de voorbije jaren een medaille haalt. Dat zit er niet in. Het wordt bij de beste acht. Zodat ze zich plaatsen voor het olympische kwalificatietoernooi van maart.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden