Interview

Johan Cruijff blijkt, op zijn vijfde sterfdag, zo onsterfelijk als hij zelf al voorspelde

null Beeld Jùnn Photography / glassiti.com
Beeld Jùnn Photography / glassiti.com

Velen zullen Johan Cruijff, woensdag vijf jaar geleden overleden, nooit vergeten. Sommigen houden de gedachtenis aan hem continu springlevend, in de kunst, in hun doen en laten, zelfs op hun lijf. Vier van hen vertellen.

Het was een van de onnavolgbare wijsheden van Johan Cruijff: ‘In zekere zin ben ik waarschijnlijk onsterfelijk.’ Hij wist blijkbaar al hoe het leven zonder hem verder zou gaan, ook na zijn dood op 24 maart 2016, op 68-jarige leeftijd, woensdag vijf jaar geleden. Op de tijdlijn van onsterfelijkheid is Cruijff nu dus 73.

Want Cruijff leeft overal voort. In de taal natuurlijk, met zijn honderden zinnetjes en uitspraken die zijn geboekstaafd en zomaar ergens kunnen opduiken, terloops. Wie heeft nooit gezegd dat elk nadeel zijn voordeel heeft? Of in de filosofie van trainers als Josep Guardiola en Peter Bosz, die dolgraag willen winnen, maar voetbal tevens zien als een spel dat plezierig moet zijn om naar te kijken.

Wie veel reist, kent de conversaties in alle uithoeken van de wereld. ‘O, komt u uit uit Nederland? Cruijff, Kroef, Kroijf.’ De beroemdste Nederlander aller tijden is vereeuwigd in kunst, in films, in de naam van een stadion, of in gedachten van menigeen die eigenwijs zijn weg volgt. In zijn opleidingen en in zijn stichting, die opkomt voor het sportende kind met een handicap. De veertien regels van de Cruyff Foundation gaan over onder meer respect, sportiviteit, teamspel, initiatief en integratie. Tijdloze, universele regels.

Op de balie in de zaal van Midgetvoetgolf in Nieuw-Vennep staat een tv waarop voortdurend de film Nummer 14 draait, uit 1973, naar het heilige nummer van Cruijff. Het vaste rugnummer ook van Jackie Groenen, international en middenvelder van Manchester United. Ze voelde zich vereerd toen de Johan Cruyff Foundation haar vroeg om ambassadeur te zijn, om dicht bij de filosofische levenskracht van Cruijff te kunnen blijven. Ze is hem blijven volgen, ook na zijn dood: ‘Hoe meer ik over hem lees en zie, des te interessanter ik hem vind. Vaak is dat net andersom met mensen.’ Ze lacht uitbundig om haar wat filosofisch getinte uitspraak die er in een keer uitfloept. Ze heeft Cruijff nooit ontmoet. Ze laafde zich als kind al aan zijn beelden, gekregen van haar vader. Cruijff is haar nooit opdrogende inspiratiebron.

Alain Timmers: 'Ik heb van hem geleerd mijn poot stijf te houden. Als ik ergens in geloof, laat ik me niet af­leiden door bijzaken.' Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Alain Timmers: 'Ik heb van hem geleerd mijn poot stijf te houden. Als ik ergens in geloof, laat ik me niet af­leiden door bijzaken.'Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Zo zijn er duizenden mensen die Cruijff nooit zullen vergeten, die hun ogen sluiten en zijn acties naspelen, zijn uitspraken nadoen, zijn slimmigheid of brutaliteit inhaleren. Cruijff is vereeuwigd op de borst van Alain Timmers (64) uit Haarlem, die kort na de dood van Cruijff ‘14’ naast zijn hart liet tatoeëren. Alain was 11 jaar toen hij bij een wedstrijd tussen de B-elftallen van Haarlem en Ajax Johan Cruijff op de tribune zag zitten, naast Theo van Duivenbode. Hij raapte een papiertje op van de grond, liep naar Cruijff en vroeg: ‘Meneer Cruijff, mag ik uw handtekening?’ Achteraf vond hij het raar dat hij helemaal niets zei tegen Van Duivenbode, zo onder de indruk was hij. Zonder overdrijving durft Timmers te stellen dat dat ene moment, daar op de tribune in Haarlem, zijn leven veranderde. Hij ging alles verzamelen en liet een schilderij maken van Cruijff waarin dat briefje met die handtekening is verwerkt. ‘Ik ben hem altijd blijven volgen.’

Timmers, die meerdere bedrijven heeft, noemt Cruijff zijn inspiratiebron. Hij is als het ware elke dag bij hem. Hij leeft in hem voort. ‘Hoe hij opkwam voor de rechten van voetballers. Mensen komen voor voetballers naar het stadion, niet voor bestuurders. Of hoe hij van boosheid op Ajax naar Feyenoord ging en daar gewoon het kampioenschap won. Ik heb van hem geleerd mijn poot stijf te houden. Als ik ergens in geloof, laat ik me niet afleiden door bijzaken. Mensen vinden mij zwart-wit en straight. Cruijff was een leider met rafelrandjes. Dat herken ik wel.’

Zijn stem is emotioneel als hij zegt: ‘Weet je waarin zijn onsterfelijkheid vooral zit? Hij heeft me gewoon een fantastische voetbaljeugd gegeven, zo tussen pakweg 1965 en 1972. Ik grijp altijd terug naar die jaren en ben er in zekere zin in blijven hangen. Ze geven me houvast, zeker in deze verwarrende tijden. Mijn stelligheid wordt me soms kwalijk genomen: de beste muziek aller tijden is van The Beatles en Cruijff is de beste voetballer ooit. Dan noemen ze me ouderwets, met mijn verzameling posters en bladen, met mijn films en shirts, met mijn halve Cruijff-museum. Maar ik mis hem gewoon. Vorig jaar zond de NOS een hele middag beelden van hem uit, in het begin van de eerste lockdown. Ik kan er niet goed naar kijken nu, omdat het me verdriet doet dat hij er niet meer is. Gelukkig zal hij altijd voortleven. Zoals de mensen over vijftig jaar nog muziek van The Beatles draaien, zo zullen ze nog praten over Johan Cruijff.’

Rutger Koopmans: 'In zakelijke zin denk ik vaak: hoe zou Johan dit aanpak­ken? Hij zit nog helemaal in mijn denken.' Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Rutger Koopmans: 'In zakelijke zin denk ik vaak: hoe zou Johan dit aanpak­ken? Hij zit nog helemaal in mijn denken.'Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Cruijff leeft ook voort in de gedachten en in de daden van Rutger Koopmans (62), voormalig bankier en een tijdlang zakelijk manager van de voetballer. Tegenwoordig begeleidt hij mensen die een andere loopbaan overwegen. Hij spreekt over een leven vóór Cruijff en een leven na Cruijff. ‘Toen ik met hem mocht meelopen, zag ik het idool verdwijnen en de mens in diens plaats komen. Elke keer als je naar Bach luistert, kun je weer geëmotioneerd raken, hoe jong hij ook was toen hij zijn muziek componeerde, en ook al heb je het stuk al honderd keer gehoord. En wat voor arme sloeber Rembrandt ook was toen hij zijn meesterwerken schilderde, De Nachtwacht is eeuwig goed. Zo is het ook met Johan. Hij dacht, handelde en bewoog zich voort in zijn eigen systeem, ook in normen en waarden, waardoor hij ongrijpbaar was. Hij dacht in ruimtes en was altijd verrassend. Hij kon een theorie verkondigen die beter was dan alle andere theorieën, en die legde hij dan op zijn manier uit.’

Koopmans liet kunstenaar Sicco Kingma een standbeeld maken, geïnspireerd op Cruijffs eerste doelpunt tijdens de WK-wedstrijd tegen Argentinië in 1974, als hij op zijn typerende manier de doelman passeert en artistiek en atletisch inschiet met links, bijna als een voetballende slalommer. Soms kijkt hij zomaar even naar buiten, naar het beeld in de tuin. Het lijkt op een surplace, zo statig en sierlijk tegelijk, en dat is ook precies de bedoeling. Het is de verstilling, het stoppen van de tijd. Alsof de echte Cruijff in de tuin staat.

‘Ik zit ’s avonds echt geen banden te kijken met beelden van Johan, maar in zakelijke zin denk ik vaak: hoe zou Johan dit aanpakken? Hij zit nog helemaal in mijn denken. Nee, hij is geen messias en zeker geen God. Dat mag je ook niet van een mens zeggen. Hij maakte zijn fouten en was naast zijn genialiteit vooral een heel lieve man. Ik heb hem gezien bij een project met geestelijk gehandicapten in Polen, toen kinderen die hem niet kenden spontaan in zijn armen sprongen. Hij was magisch, veel magischer dan de Cruijff-turn alleen. Die magie blijft, altijd.’

Tobias Nierop: 'Cruijff is ongrijpbaar. Ik blijf achter hem aanlopen in de eeuwige zoektocht naar de eeuwige held.' Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Tobias Nierop: 'Cruijff is ongrijpbaar. Ik blijf achter hem aanlopen in de eeuwige zoektocht naar de eeuwige held.'Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Cruijff leeft voort in muziek, in dans en musical, zoals in 14 de musical, die op 25 september zijn première beleeft in een gloednieuw theater in Leusden. De onderkop luidt: een brutale ode aan Johan Cruijff. Acteur Tobias Nierop (33) speelt de hoofdrol. Nee, hij hoeft als enige niet te zingen, want dat kan hij niet, en wie Oei oei oei (dat was me weer een loei) van Cruijff zelf heeft gehoord, weet dat ook aan hem geen zanger verloren ging. Nierop las talloze boeken, keek uren naar beelden, ontleedde maniertjes en leefde zich helemaal in zijn rol in, terwijl hij niet eens een voetbalgek is.

‘Het was geweldig om in zijn leven te duiken. Als ik van regisseur Tom de Ket over hem hoorde, viel me de bescheidenheid van zijn karakter op. Liefdevolle verhalen over een man die niet zo vaak echt boos werd, maar die wel teleurgesteld raakte in anderen. Ik probeer hem gewoon enigszins te benaderen. En je wordt vanzelf een beetje Cruijff als je alles benadert als de ultieme waarheid. Hij beet zich vast in zaken en dat kan een naar randje hebben, maar het kwam uit een goed hart.

‘Hij was volledig Ajax, dat is zo mooi. Hij is vlak naast het stadion geboren. Zijn moeder maakte schoon, zijn stiefvader werkte bij Ajax. Johan was onderdeel van het meubilair. In het begin zeiden ze tegen dat broekie met zijn magere pootjes dat hij het nooit zou redden in het topvoetbal. Daarop veranderde hij gewoon het hele spelletje, door om mensen heen te lopen, of door met de buitenkant van de voet te gaan passen en schieten. Alleen dat al heeft eeuwigheidswaarde. Nee, ik hoef niet te voetballen in de musical. Dat zou potsierlijk zijn, het zou er vrij snel treurig uitzien.’ De musical maakt veel gebruik van oude beelden van Cruijff. ‘Wat ik vooral heb geleerd, is dat Cruijff ongrijpbaar is. Ik blijf achter hem aanlopen in de eeuwige zoektocht naar de eeuwige held.’

Hans Jouta: 'Ik wilde de Cruijff verbeelden uit zijn mooiste tijd, de jaren zeventig, met dynamiek in de ziel van het beeld.' Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Hans Jouta: 'Ik wilde de Cruijff verbeelden uit zijn mooiste tijd, de jaren zeventig, met dynamiek in de ziel van het beeld.'Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Die zoektocht is nooit voorbij, die levert telkens nieuwe invalshoeken op. Cruijff leeft ook voort in beeldhouwkunst. Hans Jouta (54) uit Ferwerd had al een standbeeld van de vroegere assistent-trainer Bobby Haarms gemaakt, dat voor de Johan Cruijff Arena staat. Goh, wat zou hij graag de opdracht krijgen om Cruijff te beeldhouwen, dacht hij, toen hij hoorde dat supporters geld inzamelden voor een beeld. Cruijff, ja, die betekende veel voor hem als supporter van Ajax, voorheen zelfs met een seizoenkaart. ‘Met mijn vader sprak ik zo vaak over Cruijff. Hij vertelde me altijd hoe onvoorstelbaar goed hij was. Alleen al de manier waarop hij bewoog. Amsterdamse bluf. Schijt hebben aan alles en iedereen, dat vonden wij in Friesland ook wel mooi. Dat durfden we zelf helemaal niet.’

Jouta’s nervositeit bleef toen hij eenmaal was uitverkoren. De beste verdiende het mooiste. ‘Want nu moest ik iets extra’s brengen. Cruijff ging het uiterste van me vergen. Ik wilde de Cruijff verbeelden uit zijn mooiste tijd, de jaren zeventig. Ik probeerde dynamiek in de ziel van het beeld te leggen, versnelling. Aan welke kant je het ook bekijkt, ik wilde dat het kenmerkend was voor hem. Vooruitkijken, regisseren, dat zit er allemaal in. Alleen: echt genieten van het hele proces, dat is me niet gelukt. Dat kwam doordat de druk zo hoog was, nu ik mijn droomklus te pakken had. Dan vroeg ik aan mijn vrouw en kinderen wat ze ervan vonden en was hun reactie niet enthousiast genoeg. Ja, mooi, zeiden ze dan. Ik zocht steeds bevestiging.’

Het bronzen beeld heeft de stijl van de oude Romeinen bij het Colosseum. Het is de bedoeling dat het eeuwigheid uitstraalt. De onthulling in augustus verliep vanwege corona sober. ‘Daardoor mis ik respons.’ Jouta was in het najaar een weekje op vakantie in de buurt en fietste langs de Arena. ‘Ik heb rustig zitten kijken en toen was ik tevreden. Mijn vader is helaas overleden tijdens het proces. Hij heeft het eindresultaat net niet gezien, alleen de tussenfasen. Hij was dement, maar hij herkende Cruijff.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden