'Je moet je blades op je techniek afstemmen, niet andersom'

Marlou van Rhijn is 's werelds snelste vrouw op kunstbenen. Onlangs werden haar blades nog 'gepimpt'. Maar zeg niet dat ze haar succes dankt aan de techniek.

Paralympisch atlete Marlou van Rhijn. Haar startsnelheid haperde vanwege een probleem met haar prothese. Na video-analyse bij de fabrikant zijn haar blades vernieuwd. De voorvoet is stijver gemaakt. Beeld Hollandse Hoogte

Ze bestaan grotendeels uit carbon, wegen ongeveer een halve kilo per stuk en hebben sprintster Marlou van Rhijn (24) de bijnaam 'Blade Babe' opgeleverd. Dankzij haar sprintprotheses, of blades zoals ze in atletiekjargon heten, rent Van Rhijn met een snelheid van zo'n 30 kilometer per uur.

Rennen met haar normale, stugge kunstbenen gaat niet. Dat zijn een soort stijve stokken, waarmee ze hooguit 5 kilometer per uur haalt. Van Rhijn is opgegroeid met protheses. Ze miste sinds haar geboorte kuitbenen en had vergroeide voeten. Rond haar vijfde jaar werd haar eerste onderbeen geamputeerd, rond haar twaalfde haar tweede onderbeen.

Zes jaar geleden stond ze, na een mislukte carrière als zwemster, voor het eerst op blades. Ze stoof meteen weg. Verslavend vond ze het, dat gevoel van snelheid. Op de Paralympische Spelen in Londen, met pas twee jaar ervaring op blades, snelde ze naar goud en zilver.

Klasse T43

Daarna ging het alleen nog maar sneller. Op de Paralympics in Rio is ze deze maand als wereldrecordhoudster op de 100 meter en 200 meter in de klasse T43 (de klasse voor atleten met een dubbele onderbeenamputatie) de favoriet voor goud. Een leven zonder snelheid kan ze zich niet meer voorstellen, dankzij haar blades.

Zijn het de sprintprotheses die Van Rhijn naar toptijden stuwen of is zij het vooral zelf? Zonder twijfel dat tweede, zegt de uitgesproken Noord-Hollandse. Haar aangemeten ledematen ziet ze als een verlengstuk van haar lichaam. Het moet goed voelen, verder wil ze vooral bezig zijn met haar techniek.

'Snelheid is frequentie vermenigvuldigd met paslengte', legt Van Rhijn uit. 'Ik kan er wel hele snelle, stijve blades onder zetten, maar dan wordt mijn frequentie te hoog en kan ik geen paslengte meer maken. Met hele zachte blades, zodat ik meer veer en dus grotere stappen zet, is mijn frequentie weer te laag. Je moet je blades op je techniek afstemmen.'

Ze heeft er een hekel aan als atleten andersom te werk gaan. Van Rhijn: 'Dan wordt het een materiaalsport. Het is gewoon atletiek. Ik ga ervan uit dat de beste atleet wint.'

Beeld Guus Dubbelman

Orthopedisch instrumentmaker Frank Jol is verantwoordelijk voor de protheses binnen de Nederlandse paralympische ploeg. Hij is een van de weinige prothesemakers die zich heeft gespecialiseerd in sport. Uit zijn hoofd telt Jol, die een eigen praktijk heeft in Hoorn, drie collega's op de wereld die hetzelfde doen als hij.

Als er iets moet worden aangepast aan een kunstbeen, wordt Jol meteen ingeschakeld. Hij reist met een vrachtwagen die dient als mobiele werkplaats de paralympische ploeg achterna.

Jol deelt de mening van Van Rhijn tot op zekere hoogte. De atleet is zelf het belangrijkste bij de prestatie, maar ook het kunstbeen telt. 'Want als ik Marlou op een andere blade zet, gaat ze niet winnen', zegt hij. Volgens hem gaat een ongetrainde atleet niet harder door goede blades, maar ondervindt een topatleet wel degelijk hinder van slechte blades.

Juiste afstelling

Jol: 'Het is net als de wereldkampioen van de Formule 1 in de traagste auto zetten. Die wordt dan ook laatste, hoewel dat niets zegt over zijn racekwaliteiten.'

Sprintprotheses zijn op allerlei manieren af te stellen. Het gaat om zaken als de vorm van de koker die de verbinding vormt tussen de blade en het lichaam, de stijfheid en hoogte van de blades, en de veerkracht en het gewicht van de prothese.

'Het is exacte wetenschap, toegepast op niet-exacte dingen', zegt Frank Jol over zijn werk. Naast zijn eigen observaties is hij afhankelijk van het gevoel van de atleet. Het personaliseren van sprintprotheses wordt steeds belangrijker, ziet hij. Hij vergelijkt het met de ontwikkeling in het wielrennen. Iedere renner heeft een op hemzelf afgestelde fiets.

Jol: 'Ik heb inmiddels zeven atleten op zeven verschillende blades. Je zoekt voortdurend naar de juiste afstelling. Op het niveau van Marlou houdt dat nooit op', zegt hij.

Beeld Guus Dubbelman

Hij moet zich bij het afstellen wel aan regels houden. In de paralympische sport wordt aangenomen dat lange blades voordelig zijn, omdat daar grotere passen mee gezet kunnen worden. Daarom hanteert het Internationaal Paralympisch Comité (IPC) per atleet een maximumlengte voor blades. Als uitgangspunt voor die lengte gebruikt het IPC de geschatte lichaamslengte van de atleet met benen.

Met een rekenmethode waarbij onder meer de spanwijdte van de atleet wordt opgemeten, van het puntje van de ene middelvinger naar de ander, wordt die lengte bepaald. Van Rhijn mag op blades maximaal 1 meter 74 lang zijn. Ze is volgens Jol 1,5 centimter korter. Hij maakt haar bewust niet zo lang mogelijk, uit vrees haar natuurlijke bewegingspatroon te verstoren.

Van Rhijn vindt het belangrijk dat ze met haar blades haar paslengte kan vasthouden tijdens een race, zodat ze op het einde - haar snelste stuk - op haar best is. Daar hoort een goede start bij. Vanwege het ontbreken van enkel- en kuitspieren zijn atleten op blades trager weg bij de start dan valide sprinters.

Aan het einde van de sprint loopt de snelheid juist op door de energie die via de krachtige bovenbeen- en torsospieren worden gepompt in het carbon, een materiaal dat sterker is dan staal en lichter dan aluminium. Hoe sneller een atleet dankzij een goede start in dat ritme zit, hoe hoger de topsnelheid bij de finish.

Juist bij de start haperde het bij Van Rhijn in het afgelopen jaar. Keer op keer kwam ze in een verkeerde hoek uit het startblok. Frustrerend, vond ze dat: 'Ik was alweer omhoog, maar mijn blade zat nog in de grond.' Ze ging eerst schaven aan haar techniek. Dat werkte niet, waarna de blades tegen het licht werden gehouden. Een stijvere blade hielp ook niet. Uiteindelijk trok ze in mei naar haar Duitse bladefabrikant Ottobock om daar haar verhaal te doen.

Er werden video's geanalyseerd. Het probleem bleek in het voorste gedeelte van haar blades te zitten; de voorvoet was niet stijf genoeg. Er werden speciale sprintprotheses voor haar gemaakt. 'Het is een gepimpte versie van wat ik had', zegt ze. Sindsdien gaat het beter. Ze geeft toe dat een bladewissel zo kort voor de Paralympische Spelen niet ideaal is.

'Maar ik had liever dat het meteen goed was. Ik kom nu wel in de juiste hoek uit het startblok, dus ik kan weer aan mezelf werken', stelt ze. Haar nieuwe blades moeten Van Rhijn tijden opleveren die in de buurt komen van toptijden van valide atleten. Haar wereldrecord op de 100 meter, 12,80 seconden, is 1 seconde langzamer dan de traagste tijd in de finale van de 100 meter op de Spelen van Rio.

Beeld de Volkskrant

Van Rhijns wereldrecord op de 200 meter, 25,64 seconden, is 4 seconden trager dan de beste 200 meter-tijd van Dafne Schippers. Meedoen aan de Olympische Spelen, zoals 'Blade Runner' Oscar Pistorius in 2012 deed, is geen droom van de Purmerendse. 'Dat vind ik gewoon een raar iets en het is te veel gedoe', zegt ze. 'Ik heb van Johan Cruijff geleerd dat sport vooral leuk moet zijn. Waarom zou je het dan zo ingewikkeld maken?'

Daarmee refereert de atlete aan de controverse die de wens van Pistorius om deel te nemen aan de Spelen veroorzaakte. Atletiekfederatie IAAF vond dat de Zuid-Afrikaan oneerlijk voordeel had van zijn protheses. Omdat sprintprotheses veren, zou sprinten hem minder energie kosten en dus oneerlijk voordeel opleveren. In 2008 maakte hij zijn zaak aanhangig bij sporttribunaal CAS.

Marlou van Rhijn draagt de vlag tijdens de opening van de Paralympische Spelen. Beeld anp

De arbiters vonden dat Pistorius geen bewezen voordelen had van zijn blades en stonden hem toe deel te nemen aan reguliere sporttoernooien. De uitspraak gold alleen voor Pistorius. Van Rhijn vindt dat Pistorius met zijn zaak de paralympische sport een dienst heeft bewezen, vooral vanwege de aandacht die het opleverde.

Daar wil Van Rhijn op een andere manier op voortbouwen. 'Als ik op de 200 meter 1 seconde sneller ben dan de nummer twee kan ik keihard werken om aan de Spelen mee te mogen doen. Of ik kan mijn best doen om te zorgen dat meer meisjes dankzij mij denken: 'Hé, ik heb geen been en wil aan de Paralympische Spelen meedoen als ik later groot ben.' Dat is eerlijker en zorgt er tegelijkertijd voor dat de paralympische sport groter wordt.'

Prothese als de achterpoot van een jachtluipaard

Toen de Amerikaan Van Phillips in de jaren zeventig zijn linker onderbeen verloor bij een waterski-ongeluk, had hij een wens: hij wilde blijven sporten. Hij ontdekte dat in die tijd protheses vooral moesten lijken op een 'echt' been en in essentie dus niet veel meer waren dan stijve stokken. Er snel mee kunnen lopen was niet relevant.

Dat kon anders, bedacht Phillips en hij besloot zijn eigen prothese te ontwikkelen. Hij liet zich tijdens zijn zoektocht naar een nieuw soort prothese onder meer inspireren door de achterpoot van een jachtluipaard, het snelste landdier ter wereld. Met name het elastische van die poot en de manier waarop het dier energie effectief omzet in snelheid, interesseerde hem.

Phillips kwam in de jaren tachtig met zijn eerste sprintprothese; een verend mechanisme van carbon zonder hak. Die prothese vormt nog altijd de basis voor de blades van vandaag. Wel is de technologie doorontwikkeld. Zo zijn er in de atletiek inmiddels speciale protheses voor langeafstandlopers, verspringers en dus voor sprinters als Marlou van Rhijn.

Als prothesemaker Frank Jol mensen ontvangt in zijn praktijk in Hoorn zet hij ze het liefst zo snel mogelijk op sport/sprintprotheses. Voorzichtig rennen op blades is binnen een paar uur geleerd, zegt hij. De eerste uitdaging voor een atleet met een dubbele onderbeenamputatie zoals Van Rhijn is balans vinden.

Bij valide atleten zijn het de enkels en kuiten die veel energie opvangen tijdens het sprinten. Bij paralympische sprinters moeten de rug-, buik- en beenspieren dat doen. Ze trainen deze spieren daarom veel in het krachthonk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden