‘Je moet de Saudi’s vooral niet provoceren’

Van Trinidad tot Andorra, overalin de wereld zijn Nederlandse coaches actief. In deel 1 van een serie: Bram Braam, directeur van een voetbalschool in Saudi-Arabië....

Over je aanpassen in den vreemde gesproken. Bram Braam, geboren en getogen aan de Lindengracht in hartje Jordaan en derhalve bedreven in het plat-Mokums, kan zich na een jaar al aardig redden in het Arabisch.

‘Ik maak met die gasten in hun taal zelfs al dolletjes en dan valt het me steeds weer op dat de voetbalhumor hier niet anders is dan de voetbalhumor in Nederland.’

Het lijkt wel alsof Braam overal ter wereld kan aarden, zo lang het Nederland maar niet is. De Amsterdammer is al jaren voortvluchtig. Zijn avonturierszin voerde hem vanuit De Meer, waar hij als voetballer net te licht werd bevonden voor Ajax 1, eerst naar buitenplaatsen als Maastricht, Tilburg, Waalwijk, Wageningen, Oss en Huissen. Daarna verzette hij de bakens ietwat rigoureuzer naar Zuid-Korea, Guinee, Libanon en laatstelijk naar Saudi-Arabië, waar hij in de miljoenenstad Jedda als hoofd opleidingen de scepter zwaait over de Al Ahli Soccer Academy, een voetbalschool die gelieerd is aan de lokale club Al Ahli.

Denk niet dat dat zomaar een club is. Al Ahli is niets minder dan het speeltje van prins Khaled, de zoon van koning Abdoedallah. ‘Geld is dus het probleem niet.’

De prins, die zelf een heel aardig balletje trappen kan en het zelfs heeft geschopt tot de hoofdmacht van Al Ahli, heeft een ultramodern voetbalcomplex uit de grond gestampt. Een opleidingsinstituut van 100 bij 150 meter, een speelveld, een oefenterrein, een indoorhal, medische voorzieningen, een restaurant, een auditorium en natuurlijk een riante werkkamer voor ‘meneer de directeur uit de Jordaan’.

Geen wonder dat Braam het in Jeddah naar zijn zin heeft. Het geld is goed, de zon laat nooit verstek gaan en de aan zijn zorgen toevertrouwde voetballertjes gaan onder zijn leiding met sprongen vooruit.

Dat het leven daar wat anders is ingericht dan in Nederland, ach, daarover hoor je hem niet klagen. ‘Het gaat hier allemaal wat trager dan in Nederland en veel is onvoorspelbaar, maar ik heb tijdens mijn omzwervingen geleerd om het leven te nemen zoals het is. En dat leven is zo slecht nog niet. Altijd stralend weer, een interessante cultuur, een topbaan en een baas die er veel voor over heeft het voetbal naar een hoger niveau te tillen. Met het leven hier valt best te leven.’

Dat de stemming in het land niet altijd pro-westers is en dat de dreiging van een aanslag verre van irreëel is, zelfs dat kan Braams pret niet drukken. ‘Ik heb tijdens mijn werk in Libanon bommen horen vallen en schrik daardoor niet meer zo gauw. Maar je moet wel op je qui-vive zijn, geen rare fratsen uithalen en de Saudi’s vooral niet provoceren.’

Buiten is het misschien niet helemaal pluis, maar in de compound waar de wereldburger en zijn vrouw zijn neergestreken, heersen orde, regelmaat en rust. Het ommuurde dorp, dat dag en nacht wordt bewaakt door camera’s en wachtposten die ‘om de haverklapje je pasje willen zien’, is een ware oase in de woestijn. Voorzien van alle moderne gemakken. In Italiaanse stijl opgetrokken appartementen met zwembad, een restaurant met koks die weten wat Europeanen lekker vinden, tennisbanen, een bibliotheek en ‘overal een graadje of twintig’.

En als de verveling toch toeslaat, kan Braam op vrijdag, zijn vrije dag, altijd nog met zijn vrouw naar het strand, dat bijna om de hoek ligt. Hij in zijn zwembroek achter het stuur, zijn vrouw naast hem gewikkeld in gewaden die alles bedekken behalve de ogen. Surfen in de branding van de Rode Zee, bakken in de zon en onderwijl een goed boek lezen.

Bram Braam hoor je niet zeuren. Nou goed, heel even dan. Wat hem wat minder bevalt, is dat zijn Saudische leerlingen niet altijd even gezeglijk zijn. ‘Je kunt merken dat de kinderen worden opgevoed door nanny’s. Hun ouders bemoeien zich daar niet mee. Daar staat tegenover dat ze op het veld erg leergierig en gemotiveerd zijn. Je ziet ze dag na dag beter worden. Dat maakt alles weer goed.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden