Nieuws

Italië naar finale na strafschoppen tegen beter voetballend Spanje

In balbezit is Spanje kampioen, van de wereld, van Europa. Maar voetbal gaat om doelpunten. Italië ontsnapte in de halve finale van het EK lange tijd aan het Spaanse beleg en sloeg toe in de strafschoppenreeks.

Italië staat in de finale van het EK na de beslissende strafschop van Jorginho, die op de voorgrond bijna wordt bedolven onder teamgenoten. Beeld AFP
Italië staat in de finale van het EK na de beslissende strafschop van Jorginho, die op de voorgrond bijna wordt bedolven onder teamgenoten.Beeld AFP

Dani Olmo (over) en Morata (gestopt) misten voor de Spanjaarden, uitgerekend Morata, de invaller met de gelijkmaker, zo bekritiseerd en soms bejubeld in Spanje. Italië had slechts één misser, van Locatelli. Jorginho nam de beslissende, met zijn typerende hupje. Italië is finalist.

Italië - Spanje was een Zuid-Europese delicatesse, zoet en hartig tegelijk. Zo’n gerecht dat steeds lekkerder smaakt, zelfs met een volle buik. Spanje, met de 18 jaar jonge Pedri als bloedstollend begaafde regisseur, was sterker. Italië loerde vooral op de counter en vocht voor elke meter. De afloop viel niet te voorspellen, de verlenging was een fijn toetje van een halve finale zoals die hoort te zijn: spannend, met verschillende stijlen, met tal van wapens, sportief en technisch hoogwaardig. Met tranen na afloop, van vreugde en verdriet.

Italië kwam na een uur op voorsprong, maar de gelijkmaker van Morata was onvermijdelijk. Italië, tot dinsdag de aanvalsploeg van het EK, was meestal gedwongen tot tegenhouden, om de eenvoudige reden dat Spanje beter voetbalde. Spanje, dat zijn de koningen van het balbezit, technisch zo begaafd. Het rondspelen van de bal is verheven tot kunstvorm. Terug, breed en soms diep, vooral als Pedri aan de bal is, de jongen die zijn prachtige onbevangenheid koppelt aan klasse.

Bijna altijd goed aannemen, wegdraaien, op de juiste snelheid aanspelen, voor de man, soms wachtend. Bijna met de bal op de voet, als een stierenvechter zonder vrees voor de horens. Bij Barcelona beleefde hij een geweldig eerste seizoen, op het EK was zijn doorbraak in het landenvoetbal om te smullen. Een leerling-maestro naast de oude meester Busquets, de aanvoerder, de gids en leidsman met zijn geweldige spelinzicht. Zij namen Spanje bij de hand.

Maar Italië, taai in plaats van frivool dinsdag, kwam op voorsprong. Een uur was gespeeld toen doelman Donnarumma het spel snel hervatte. Meegeven die bal, voor een tegenaanval. Bal in gezwinde spoed naar de linkerflank, uiteindelijk via via bij Federico Chiesa, de 23-jarige dribbelaar van Juventus.

Verre hoek

Chiesa kan schieten en is met de bal bijna sneller dan zonder bal. Hij kan pingelen en blijft rennen. Vanaf links, met rechts, krulde hij de bal machtig in de verre hoek, zoals hij een week geleden prachtig scoorde tegen Oostenrijk. Toen met links, nu met rechts. Doelman Unai Simon stond als versteend op het gras van Wembley, waar woensdag de tegenstander in de finale bekend wordt: Engeland of Denemarken.

Italië kon de tijd niet volspelen. Na de 1-0 bracht bondscoach Luis Enrique toch een echte spits bij Spanje, Alvaro Morata. Juist hij scoorde, tien minuten voor tijd van de reguliere speeltijd, met links, na een fijne combinatie met de uitstekende Dani Olmo, dwars door het hart van de ploeg, waar de cipiers Bonucci en Chiellini normaliter nog geen muis doorlaten.

Op grond van voetbal verdiende Spanje de finale. Ach, alleen al die ene bal van Pedri voor rust, zo geniaal, wiskundig bemeten, tussen al die Italiaanse benen door. Maar Oyarzabal nam de bal verkeerd aan, anders had hij simpel kunnen scoren. Luis Enrique hield Morata aanvankelijk dus aan de kant, vermoedelijk omdat hij vermoedde dat die weinig zou kunnen uitrichten tegen het gewapende beton met de merknaam Bonucci-Chiellini. Hij stelde drie aanvallers op met een individuele actie, met veel vrijheid.

De Italianen kregen geen tijd om op te bouwen. Spanje dwong doelman Donnarumma of de centrale verdedigers tot lange ballen, wat meestal betekende dat Italië de bal meteen kwijt was. Bij de Italianen waren veel ogen gericht op Emerson Palmieri, de vervanger van de tegen België geblesseerd geraakte uitblinker Spinazzola. Hij kweet zich lang uitstekend van zijn taak, zonder de gratie en diepgang van zijn collega te evenaren. Maar hij was tot de rust de gevaarlijkste Italiaan.

Beide landen streden met eigen wapens, wat de wedstrijd verhief tot schoonheid. Altijd die typerende beelden van Italiaanse spelers die elkaar feliciteren met een gelukte verdedigende actie. Echt een team, strijders die ook nog mooi kunnen voetballen, al kregen ze daartoe niet al te veel gelegenheid in het met bijna 60 duizend toeschouwers gevulde Wembley. Die 1-1 was verdiend en de wedstrijd smaakte naar meer, naar een verlenging bijvoorbeeld, waarin de ploegen best nog kansen kregen, maar die vooral opmaat waren voor de strafschoppen. Die de Italianen voor de verandering wonnen, want hun reputatie was niet te best tot dinsdag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden