Italiaans wielrennen is zaak van het noorden

De Ronde van Italië bereikt vandaag haar zuidelijkste puntje. Na een tamelijk vlakke aanloop langs de prachtige Golf van Salerno gaan de renners vrijdag twaalf kilometer klimmen op de Vesuvius....

Het is pas de derde keer dat de Giro de vulkaan bezoekt en dat zegt allicht iets over de verhoudingen in het Italiaanse wielrennen. De organisatoren proberen het zuidelijke deel van het land zoveel mogelijk in het parcours te betrekken, maar het werkelijke strijdtoneel speelt zich boven Florence af. Dan zit je, in de verhouding van de spreekwoordelijke laars, toch al dicht in de buurt van de knie.

Het is niet alleen een kwestie van bergen, maar ook van economie. Talentvolle coureurs kunnen zich alleen bij een bedrijfsploeg ontwikkelen. De Italiaanse wielersport concentreert zich in een paar specifieke regio’s: Lombardije (Milaan en omstreken), Veneto (ten noorden van Verona), Emilio Romagna (rond Bologna) en Toscane. Niet toevallig zijn dat ook de kurken waarop Italië van oudsher drijft. Onder Rome heeft het wielrennen daarom nooit veel voorgesteld. Inclusief Sicilië is dat toch al gauw de helft van het land.

In het noorden van Italië kan wielrennen, als het op z’n best is, de concurrentie met voetbal aan. Op het breukvlak van de jaren tachtig en negentig waren Italiaanse renners toonaangevend – in aantal, in succes en in medische begeleiding. Coureurs verdienden in die tijd al het gauw het dubbele van wat coureurs in Nederland of België konden vangen.

Vanwege de interne verhoudingen moeten Zuid-Italiaanse renners dus naar het noorden trekken om een bestaan op te bouwen. Geldschieters zijn in hun regio even schaars als koersen. In de Italiaanse verhoudingen betekent zo’n verhuizing weinig minder dan emigratie. De noordelijke mentaliteit is een andere dan die in het zuiden.

Ze zijn dus dun gezaaid in het Italiaanse peloton, de zuiderlingen, al lijkt de globalisering hier ook merkbaar. Van de paar grote talenten komen er nu twee oorspronkelijk uit Sicilië.

Vincenzo Nibali en Giovanni Visconti emigreerden als tiener naar Toscane. Volgens Nibali zat er destijds weinig anders op. Op Sicilië worden weinig wedstrijden georganiseerd en ze zijn te klein om renners uit het noorden te trekken.

Om zijn krachten te kunnen meten, moest hij dus wel de denkbeeldige grens ter hoogte van de Abruzzen overschrijden. Zowel hij als Visconti heeft het zwaar gehad, maar de heimwee heeft hen niet teruggedreven, zoals dat bij eerdere generaties wel het geval was.

Tot zijn spijt is Vincenzo Nibali op dit moment niet van de partij in de Giro. Liquigas, zijn ploeg, wil hem in de Ronde van Frankrijk als troefkaart uitspelen. In Italië heeft Liquigas met Basso en Pellizotti al twee ijzers in het vuur.

Giovanni Visconti rijdt wel en is kopman van het kleine ISD. Als klassiekerrenner mikt hij slechts op ritwinst. Een paar manmoedige pogingen hebben tot niets geleid en de beklimming van de Vesuvius lijkt te veel gevraagd.

Bart Jungmann

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden