Analyse Tour de France

Is het veldrijden de ideale springplank naar de Tour de France?

Julian Alaphilippe, Mike Teunissen en Wout Van Aert drukken hun stempel op deze Tour. Daarbij hebben ze profijt van de vaardigheden en het piekvermogen dat ze als veldrijders ontwikkelden.

Mike Teunissen als veldrijder in het Amerikaanse Louisville in 2013. Beeld EPA

Met de wijsheid van nu is het een foto met voorspellende waarde. De afbeelding dateert uit 2012 en legt het podium van de beloften vast tijdens de Europese kampioenschappen veldrijden in Ipswich.

Op het hoogste schavot staat Mike Teunissen, twee weken geleden aan het begin van de Tour de France in Brussel de eerste Nederlandse drager van de gele trui sinds Erik Breukink in 1989. Rechts van hem Corné van Kessel, destijds goed voor het zilver. Aan de andere kant een fragiel ventje in het tricot van de Franse kampioen, met een zuinig lachje op het gelaat. Het is Julian Alaphilippe, toen 19, nu al dagen aaneen in de leiderstrui in Frankrijk. Vijfde op de EK was destijds de Belg Wout Van Aert, vorige week de winnaar van de sprint­etappe in Albi.

Alaphilippe, Teunissen en Van Aert zijn renners met een verleden als crosser die de wedstrijd in Frankrijk kleur hebben gegeven; Van Aert, die vrijdag moest opgeven na een val tijdens de tijdrit in Pau, is nog steeds actief in het veld.

Vlaamse drek

Alle drie kregen er na hun Toursuccessen vragen over. Waar de discipline nogal eens wordt afgedaan als onbeholpen geploeter in de Vlaamse drek, langs frietkramen en biertenten, is de nieuwsgierigheid gewekt: is dit dan toch een gedegen springplank voor een carrière op de weg?

Het antwoord van het trio was unisono. Het draaien en keren in het bos, het nemen van korte steile hellinkjes, het driften door het zand, het gedrang op smalle paadjes – het draagt allemaal bij aan een perfecte beheersing van de fiets en de ontwikkeling van een gevoel voor de juiste positie in een groep renners.

Zie Alaphilippe maar eens dalen, met doodsverachting en bijna spelenderwijs een verkeerde lijn in een bocht inwisselend voor de ideale variant. Zie hoe hij over de finish kwam na zijn winst in de tijdrit in Pau, een zwieper op de lijn en daarna al slippend met het achterwiel eindigend in de armen van zijn verzorgers.

Alaphilippe boekte zijn eerste successen in het veld. In 2010 werd hij op de WK in Tabor tweede, hij verloor op de streep van de Tsjech Tomás Paprstka. In 2012 en 2013 was hij Frans beloftekampioen, om een jaar later bij een satellietploeg van Quick-Step de overgang naar de weg te maken. Die eerste jaren in het veld zijn belangrijk voor zijn ontwikkeling geweest, zei hij vorige week.

Verzuring

Naast de behendigheid op de fiets heeft de veldrijder nog een belangrijk wapen tot zijn beschikking. Hij is het gewend om gedurende één uur met een hartslag tegen het omslagpunt aan te rijden, het moment waarop de verzuring optreedt, met ertussendoor versnellinkjes die nog net iets meer vragen.

Dat komt niet alleen van pas in de slotfase van klassiekers – Alaphilippe heeft er al vijf op zijn naam staan – maar ook als een ­Alpen- of Pyreneeëncol moet worden genomen, waarop de maximale inspanning dikwijls ruim binnen het uur blijft. Dat renners de volgende dag snel weer gelijkaardige kost voor de kiezen krijgen – wat zich in etappekoersen ook geregeld voordoet – zijn ze gewend. Het drukke programma voorziet soms in twee wedstrijden per weekeinde. Voordat hij uit de koers verdween, verklaarde Van Aert dat de resultaten in de Tour vooral bewijzen dat het niveau van het veldrijden heel hoog ligt.

Niet op de foto, maar wel in de uitslagen van Ipswich, 2012, staat nog een naam van een veldrijder die het intussen ver aan het schoppen is op het asfalt. Europees kampioen bij de junioren werd destijds Mathieu van der Poel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden