Wielrennen

Is het in deze Tour nu of nooit voor Wilco Kelderman? ‘Zo denk ik niet, dat geeft alleen maar extra stress

Ook klassementsrenner Wilco Kelderman is in de eerste Tourweek gevallen. Maar voor zijn doen valt de schade mee. Alleen een pijnlijke elleboog. ‘Dit weekeinde moet het gebeuren. De bergen zijn mijn ding.’

Wilco Kelderman in actie tijdens de tijdrit. Beeld Klaas Jan van der Weij
Wilco Kelderman in actie tijdens de tijdrit.Beeld Klaas Jan van der Weij

‘Het mooie aan de Tour de France, aan het hele wielrennen eigenlijk, is dat het zo onvoorspelbaar is.’ Dat zegt uitgerekend Wilco Kelderman, die zo vaak in maandenlange revalidaties aan de verkeerde kant van die onvoorspelbaarheid bivakkeerde. ‘In die drie weken Tour kan van alles gebeuren. Het is niet: van start gaan, in je eentje op tijd rijden en dat je het zelf allemaal in de hand hebt. Dat is bij schaatsen, niet bij wielrennen.’

Kelderman (30) is bezig met zijn vierde Tour de France en zijn twaalfde grote, drie weken durende ronde. Hij is dit jaar de Nederlander met de beste klassementskansen. Steven Kruijswijk, de nummer drie van vorig jaar, is ver weg gezakt na een val in de eerste week (28ste op 8.14 minuut). Bauke Mollema richt zich op dagsucces. En Tom Dumoulin ontbreekt vanwege de Olympische Spelen.

Vaak begint Kelderman met een achterstand aan zo’n meesterproef van drie weken. Dan is hij net gerevalideerd na een nare valpartij, of komt hij terug van een ziekte. Op pure wilskracht rijdt hij zo’n Giro, Vuelta of Ronde van Frankrijk meestal nog uit, al lukte dat twee jaar geleden niet in de Tour. Pas na vijftien etappes wierp hij de handdoek in de ring. De pijn in de rug na maanden blessureleed werd steeds erger en was uiteindelijk meer dan Kelderman kon verdragen. ‘Het lichaam reageert niet altijd helemaal zoals je zou willen na een moeilijke periode met blessureleed’, concludeerde hij toen teleurgesteld.

Prima ronderenner

Als alles normaal is, als Kelderman (1.85 meter) zonder problemen op zijn fiets kan zitten, dan laat hij zien dat hij een prima ronderenner is. In de Ronde van Italië van 2020 streed hij tot het laatst voor de overwinning en eindigde als derde. ‘Ik was niet slecht, ik zakte er niet doorheen, maar de anderen waren net iets beter’, is nu zijn analyse.

Ook dit jaar bleef Kelderman grote narigheid niet bespaard. In januari liep hij een hersenschudding op en brak hij een nekwervel doordat een onoplettende automobilist de halve ploeg van Bora-Hansgrohe aanreed in het laatste ritje van hun trainingskamp bij het Gardameer. Maar vorige week ging hij toch volledig hersteld, scherp en fit van start in de Ronde van Frankrijk.

Een groot deel van het peloton heeft in de eerste drie Touretappes op het wegdek gelegen en ook Kelderman ontkwam daar niet aan. Maar waar hij voorheen als een magneet de allergrootste fysieke ellende na een val aantrok, bleef de schade nu beperkt tot een pijnlijke elleboog. In de schaduw van de mannen die luidkeels hun zinnen hebben gezet op de eindzege in Parijs en daarom bij elke stap en trap een camera op zich gericht weten, nestelde Kelderman zich na de vierde etappe op de vijfde plaats in het algemeen klassement.

Daarna volgde de teleurstelling. De wond op de elleboog zat hem onverwachts flink dwars bij het afwerken van zijn specialiteit, de tijdrit woensdag. Op tv was dat niet te zien, want om onnaspeurbare redenen toonde de Franse regie alleen de start van zijn tijdrit in Changé en de finish in Laval - bij elkaar minder dan een minuut.

Scheef op z'n fiets

Kelderman bleek niet gevallen, of van fiets gewisseld door een lekke band. Hij zat gewoon beroerd op zijn tijdritfiets, waarop elke millimeter telt. Om zijn pijn te verlichten, had zijn trainer bedacht een kussentje onder de elleboog te plaatsen. ‘Maar daardoor zat ik scheef op mijn fiets.’ Een mispeer. Weg tijdrit.

Hij staat nu dertiende. De achterstand bedraagt 1.48 minuut op, nu, topfavoriet Tadej Pogacar, maar dat is te overzien voor de voorzichtig uitgesproken podiumambities van Kelderman. ‘Omdat ik weet dat de vorm er is’, zegt hij, kijkend naar de cijfers op zijn vermogensmeter. ‘Dit weekend in de bergen moet het alsnog gebeuren. De bergen zijn mijn ding.’

Wilco Kelderman van Team BORA-Hansgrohe. Beeld Klaas Jan van der Weij
Wilco Kelderman van Team BORA-Hansgrohe.Beeld Klaas Jan van der Weij

Voelt deze Tour als ‘nu of nooit’?

‘Zo denk ik niet, nu of nooit. Dat levert alleen maar extra stress en druk op. Aan de andere kant: dit zijn wel de jaren dat ik op mijn best ben. En ik ben nu kopman van de ploeg en heb de kans om voor een resultaat te gaan.’

En dat is? Top 5 in het eindklassement?

‘Ik plak er meestal geen nummertje op, want het is zó moeilijk te zeggen. Misschien haal ik wel het beste niveau van m’n leven, stijg ik boven mezelf uit, maar zijn die anderen gewoon net een stapje beter. Als je voor het klassement strijdt, ga je voor top-10, maar ik hoop natuurlijk podium. In een ronde gebeurt zoveel: valpartijen of waaiers, waardoor je net iets mist, of juist alles mee hebt en van voren zit. Of dat je verliest op het vlakke maar in de bergen heel goed bent en zesde wordt. Dan heb ik wel mijn top bereikt, maar is dat niet het nummertje dat iedereen had verwacht.’

Wordt de Tour te groot, te belangrijk gemaakt?

‘Het is de grootste wedstrijd die er is, met de meeste concurrentie. Je merkt hoe iedereen er naartoe leeft, zo middenin de zomer. De Tour is de mooiste om te winnen, zeker. De koers heeft de meeste aanzien. Maar voor mij maakt het dat niet per se de ‘leukste’ wedstrijd. De Giro is veel meer puur wielrennen; meer aanvallen, een echte slijtageslag – voor jezelf als wielrenner veel interessanter. Maar ja, de Tour is dus belangrijker.’

Heb je moeten leren om te gaan met de spanning die dat oplevert?

‘Als je jong bent weet je nog niet precies hoeveel erbij komt kijken. Wielrennen is een ontzettend harde en zware sport. Je moet er klaar voor zijn om drie weken af te zien, rustig te blijven, met de pers kunnen omgaan en niet te veel energie verspillen aan de dingen eromheen. Juist de Tour is een rollercoaster die heel veel afleidt, terwijl je als wielrenner alleen zo goed mogelijk wil presteren. Dat leer je met de jaren.’

Zorgt je kopmanschap voor extra druk?

‘Niet per se. Een kopman zit eigenlijk in een veilige omgeving: de ploeg is op mij gericht, mijn ploeggenoten helpen me en staan aan mijn kant. Tegelijk ben ik degene die een resultaat moet halen voor de ploeg. Dat moet ik zelf organiseren. Ik moet aangeven wat ik wil, de jongens aansturen. Regelen dat de een me in de vlakke etappes uit de wind houdt en de ander me bijstaat in de bergen. Daarvoor zijn leiderschapskwaliteiten nodig.’

Hoe heb je die ontwikkeld?

‘In de loop der jaren. In het begin was ik nogal… nou ja, ik ben sowieso introvert… maar was ik meer in mezelf gekeerd en wat stiller. De communicatie is door de jaren heen beter geworden van mijn kant, waardoor ik misschien ook een betere kopman ben. Nu ben ik, vind ik, gewoon duidelijk in wat ik wil, wat er moet gebeuren en hoe we ons kunnen verbeteren.’

Je hebt bovengemiddeld vaak en lang moeten revalideren in je carrière. Heeft dat bijgedragen aan die ontwikkeling?

‘Ja, toch wel. In die lange revalidatieperiodes had ik veel tijd om na te denken. Daardoor leerde ik mezelf als persoon beter kennen. Je reflecteert op dingen waar je normaal niet echt tijd voor hebt. Over wat het beste is voor mij als renner en als mens. Hoe ik me kan verbeteren. Hoe ik moet duidelijk maken wat ik voel, wat ik anders wil. Hoe makkelijker ik daarover communiceer, hoe beter ik als kopman de leiderschapsrol op me kan nemen en hoe soepeler dan de samenwerking gaat.’

Je krijgt de kritiek dat je je valpartijen aan jezelf en je geringe stuurmanskunsten hebt te wijten.

‘Ik word er moe van dat dat constant wordt aangehaald. Mensen mogen ervan vinden wat ze willen, ik werk gewoon hard. Nu hoef ik niet terug te komen van een of andere tegenslag en kan ik trainen zoals ik moet trainen. Niet aangepast. Die tegenslagen hebben me ook mentaal sterker gemaakt. Als ik het nu zwaar heb, denk ik terug aan die momenten dat in de kreukels lag. Dan denk ik aan de mensen thuis die me altijd hebben gesteund en zich hebben opgeofferd. En dat ik blij ben dat ik fit ben. Dat geeft extra motivatie.’

‘Maar door al die valpartijen kan ik nou niet zeggen dat m’n lichaam er beter van is geworden. Het is allemaal niet zo soepel als voorheen, want ik heb de nodige klappen te verduren gekregen. Maar als het goed gaat denk je daar als sporter niet aan.’

Je bent wel kopman, maar je hebt ook Peter Sagan in de ploeg, die voor ritoverwinningen en zijn achtste groene trui van het puntenklassement gaat. Ben je jaloers op ploegen, zoals Ineos, die uitsluitend geïnteresseerd zijn in de eindzege van hun kopman?

‘Eigenlijk niet. Ik ben niet per se de favoriet van de Tour de France, Ineos heeft die wel in de ploeg. En Pogacar heeft al eens de Tour gewonnen, dus hij en zijn ploeg moeten echt de koers dragen. Dat is voor mijn ploeg heel anders. Natuurlijk heb ik mijn jongens wel nodig in de bergen en op het vlakke, maar ik vind het juist goed dat de focus af en toe wordt gelegd op iemand anders. Dat we ook doelen hebben in de vlakke etappes, want anders blijf ik alleen maar met zeven renners om me heen die alleen maar met mij bezig zijn, terwijl ik er op zo’n dag misschien maar twee nodig heb.’

En uiteindelijk blijf je, misschien dit weekeinde al, in de bergen alleen over en moet je in je eentje de klus klaren. Hoe pak je dat aan?

‘Ik denk meestal als ik afzie: over een paar uur zit ik weer in de bus en is het klaar. Maar dat wil niet zeggen dat ik mezelf niet op de limiet rijd. Als ik dat niet doe, ben ik naderhand gewoon kwaad op mezelf. Dan weet je dat je niet alles eruit hebt gehaald. Dat vergeef ik mezelf ook niet. Als je gaat nadenken over de pijn die je voelt, of over het laten gaan van de renners voor je, dan ben je eigenlijk al te ver gegaan met denken. Ik ga door tot ik niet meer kan. Dan word ik misschien gelost, maar dan hoef ik mezelf niets kwalijk te nemen aan de finish.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden