Lance Armstrong op de Mont Ventoux.
Lance Armstrong op de Mont Ventoux. © EPA

Is epo wel het supermiddel dat wielrenners beter laat presteren? Leids onderzoek trekt dat in twijfel

Dopingonderzoek met verrassende conclusie

Het verboden middel epo is waarschijnlijk lang niet zo prestatiebevorderend als in de professionele wielerwereld wordt gedacht. Dit stellen Leidse wetenschappers van het Centre for Human Drug Research (CHDR) in een studie die vandaag wordt gepubliceerd in The Lancet Haematology.

Het onderzoek verschijnt aan de vooravond van de Tour de France, de start is zaterdag in Düsseldorf. Deze week nog werd de Portugees André Cardoso uit het peloton gezet wegens epo-gebruik.

Aan epo worden onterecht bijna magische krachten toegedicht, zeggen de wetenschappers. Ze testten het effect van het middel op drie manieren. Eerst verdeelden ze 48 goedgetrainde amateurwielrenners in twee groepen. De ene groep had van tevoren epo toegediend gekregen, de andere groep een nepmiddel. Beide groepen deden eerst een inspanningstest waarbij ze de opdracht kregen 'tot het gaatje te gaan' en de weerstand om de 5 minuten werd verhoogd.

Daarna volgde een duurtest waarbij de fietsers zo hard mogelijk moesten fietsen maar wel 45 minuten moesten volmaken. Tot slot werd het effect van epo gemeten in een echte tijdrit met een beklimming. De deelnemers aan de studie fietsten de Mont Ventoux op, de steile Puist van de Provence die geregeld voorkomt in het parcours van de Tour de France.

Bijgeloof

'Alleen in de eerste test, waarin de deelnemers zich helemaal tot uitputting moesten leegfietsen, zagen we een effect van epo', zegt Jules Heuberger, leider van het onderzoek. 'Maar zo gaat het in de sport nooit: in een Tour moet je je energie doseren.'

Zagen de onderzoekers dan helemaal geen effect van epo toen de wielrenners de Mont Ventoux opfietsten? Nee. Sterker, de controlegroep die alleen maar een simpele zoutwateroplossing in hun aderen ingespoten had gekregen, bereikte de eindstreep zelfs 17 seconden sneller dan de epo-groep. Geen klinisch significante uitkomst, dus houden de onderzoekers het zelf op 'geen effect'.

Wat verklaart dan dat zo veel profrenners heilig geloven in de werking? Bijgeloof speelt een hoofdrol, aldus de Leidse onderzoekers. Het is een bekend en veelonderzocht fenomeen in de wetenschap: alleen al dénken dat iets werkt, kan grote invloed hebben.

Sportpsycholoog Bram Brouwer, die in 2015 promotieonderzoek deed naar het effect van epo op wielrenners, stelt dat het Leidse onderzoek 'zonder twijfel de beste klinische studie is die op dit gebied is gepubliceerd'. Toch denkt hij niet dat hiermee het definitieve oordeel over het effect van epo op sporters is gegeven. 'De deelnemers van de studie zijn goed getraind, maar het zijn geen topatleten. Daarom kun je de studie niet zomaar extrapoleren naar professionele wielrenners.'

Heeft epo effect? Ja. Maar je moet dat effect niet overdrijven

Peter van Eenoo, dopingexpert

Reactie van Boogerd, Rasmussen, Voskamp en Kemna

Is epo wel het supermiddel dat wielrenners beter laat presteren? Aan de vooravond van de Tour de France trekken Leidse onderzoekers dat in twijfel, na een experiment met amateurwielrenners. Bekende dopingzondaars reageren verbaasd. En drie vragen over de dopinglijst. (+)

Ook de Leidse onderzoekers zelf noemen deze beperking van hun onderzoek. Een wetenschappelijk studie met profrenners is onmogelijk, omdat die geen verboden middelen mogen gebruiken.

Huisarts Berend Nikkels, gespecialiseerd in wielrennen, wijst op een andere beperking van het Leidse experiment: 'Hier werd één keer een echte tijdrit gereden. Die situatie is niet te vergelijken met een Tour de France waarin wielrenners drie weken lang een uitputtende prestatie moeten leveren.'

De Belgische wetenschapper Peter van Eenoo, een internationaal dopingexpert, concludeert: 'Heeft epo effect? Ja. Maar je moet dat effect niet overdrijven. Omstandigheden als regenachtig weer of vermoeidheid kunnen je sportprestaties belemmeren. Epo trekt dat dan echt niet recht.'

'Bij ons experiment waren de verschillen met en zonder epo nihil'

'Een hematocrietwaarde van 37 procent is wel laag', zegt Joris Rotmans, onderzoeker bij de Leidse epo-studie. 'Die waarde zagen we niet bij onze proefpersonen. Dus het valt niet uit te sluiten dat profrenners met zo'n lage standaardwaarde wel beter presteren met epo als ze stijgen naar 50 procent. In onze studie hadden de deelnemers gemiddeld een hematocriet van 43 procent bij het begin van de studie en was die aan het eind 50 procent. Een behoorlijke stijging dus, die geen effect had op de Mont Ventoux-racetijd.

'In ons experiment zagen we geen effect van epo op bloedwaarden die iets zeggen over spierschade of ontsteking die zouden wijzen op een beter herstel. Onze proefpersonen deden duurtesten in het lab en reden één zware etappe in Frankrijk op de weg. Dat is inderdaad iets anders dan een hele Tour de France rijden. Bij ons experiment waren de verschillen tussen renners met en zonder epo nihil. Het valt echter niet uit te sluiten dat er na veel langer gebruik en veel langere inspanning toch kleine verschillen ontstaan.'