Is de Koreaanse methode niet langer een garantie voor succes?

Met harde hand tot goud geslagen

Zuid-Korea rekent op de shorttrackers. Zij vormen het fundament onder de ambitie van twintig medailles, waarvan acht gouden. Kwestie van opoffering.

Een Zuid-Koreaanse shorttracker treurt in de kleedkamer van de Tareung-ijshal om een gemiste kans. Foto Jun Michael Park

Als 7-jarige werd Kwak Yoon-gy al een carrière als professioneel shorttracker voorgespiegeld. Hij had het talent, zei de coach, nu kwam het aan op hard werken. Vanaf dat moment trainde hij elke dag zeven tot negen uur op de ijsbaan in het grijze Mokdong-stadion in Seoul.

Twee jaar eerder was Kwak op doktersadvies begonnen aan een zomercursus shorttrack. Hij was geopereerd aan zijn neusholten en de dokter dacht dat het goed voor het herstel was om tijd op het ijs door te brengen. De jongen bleek op de ovaal van 111 meter vlug, behendig en niet bang voor het gedrang met de andere kinderen. Bij shorttrack staan steeds vier tot acht schaatsers tegelijk in de baan.

Zijn moeder was in de wolken. Juist dat jaar had Zuid-Korea op de Winterspelen van Albertville (1992), waar shorttrack debuteerde als officiële olympische sport, voor het eerst geschitterd. De sport was populairder dan ooit en ouders streden met elkaar om de beste trainingsplekken. Toch aarzelde Kwak. Ja, hij was er goed in, maar hij haatte de intensieve trainingen. Soms deed hij alsof hij ziek was, om maar niet het ijs op te hoeven. Zijn vader had gezegd: 'Moeten we die jongen wel zo pushen, als hij het zo haat? Maar Kwaks moeder had de beslissing al genomen.

Twintig medailles

Al bijna dertig jaar wordt het internationale shorttrackcircuit gedomineerd door Zuid-Korea. De olympische statistieken zijn imposant: van de 142 shorttrackmedailles die sinds 1992 zijn uitgereikt, ging bijna eenderde naar een Zuid-Koreaan; en 21 daarvan kleurden goud. In Pyeongchang wordt veel van de shorttrackers verwacht. Vooral zij moeten ervoor zorgen dat Zuid-Korea voldoet aan het officiële streven: twintig medailles, waarvan acht goud.

Bij de vrouwen behoren regerend wereldkampioen Choi Min-jeong en voormalig wereldkampioen Shim Suk-hee tot de favorieten op de soloafstanden: 500, 1.000 en 1.500 meter. Bij de mannen is Hwang Dae-heon een belangrijke concurrent van de Nederlander Sjinkie Knegt. Op de aflossing, het landenonderdeel over 3.000 (vrouwen) en 5.000 meter (mannen), zijn de Koreanen ook kanshebbers.

De belangrijkste reden voor het Koreaanse succes is dat talentvolle shorttrackers al vanaf zeer jonge leeftijd gedrild worden met harde en intensieve trainingen. De talenten worden gescout uit een grote groep debutanten. Alleen al de Mokdong-ijsbaan waar Kwak zijn loopbaan begon, verwelkomt jaarlijks zo'n 5.500 Koreanen op shorttrackles en 400 kinderen voor een zomercursus. Bij de bond staan momenteel 567 shorttrackers ingeschreven, onder wie 408 kinderen en tieners. Let wel: alleen de top wordt ingeschreven bij de bond.

Fanatiek

De meeste pupillen beginnen meteen met privéles, ongeacht of ze talent hebben of niet, aldus oud-bondscoach Chun Jae-su. 'Als Koreanen ergens aan beginnen, zijn ze meteen fanatiek. En dan heb ik het vooral over de ouders.'

Koreanen onderscheiden zich door een ongeëvenaarde toewijding aan de opleiding van hun kinderen. Een doorsnee kind wordt vanaf zijn 5de op bijles gezet en stopt daarmee pas na het eindexamen. Tijdens het allesbepalende universiteitsexamen aan het eind van de middelbare school, geldt er een vliegverbod boven grote steden om de scholieren niet te storen in hun concentratie.

Diezelfde toewijding leggen ouders ook voor hun sportende kinderen aan de dag. 'Het hangt natuurlijk af van de familiecultuur, maar in de meeste gezinnen heerst een competitieve sfeer. Winnen is belangrijk', zegt Chun.

Offers

Het is de middag voor Kerst en de tribune van de Tareung-schaatshal in Seoul zit vol met gespannen ouders. Op het ijs zijn de nationale jeugdkampioenschappen in volle gang. Tijdens de races is het stil in de hal, afgezien van het schrapen van de ijzers over het ijs. Af en toe klinkt een zucht van opwinding als een schaatser onderuit gaat. Kim Jeong-hee tapt voor de bezoekers koffie uit een thermoskan. Ondertussen scant ze het ijs, om te zien of haar 16-jarige zoon Hyoung-woo al aan de start is verschenen.

Kim is zo'n shorttrackmoeder die haar zoon pushte om door te gaan, net zo lang totdat hij het leuk begon te vinden. Ook toen hij last van zijn rug kreeg en wilde stoppen, zette ze door. 'In het begin besliste ik voor hem, dat is waar. Maar toen hij medailles begon te winnen, wilde hij het zelf ook. Ik deed het voor hem.'

Al jaren is dit het dagschema van Hyoung-woo: opstaan om 05.20 uur; training van 06.00 tot 08.00 uur; naar school; training van 16.00 en 20.00 uur; en daarna huiswerk. 'Hij werkt vooral aan zijn talen. Na zijn schaatscarrière wil hij diplomaat worden', zegt Kim.

Kim, die zichzelf met een knipoog 'mijn zoons manager' noemt, benadrukt dat ze zelf ook de nodige offers heeft gebracht zodat haar zoon zich nu beneden met de nationale top kan meten. Ze is altijd aanwezig, rijdt haar zoon van en naar elke training en betaalt met haar echtgenoot maandelijks honderden euro's voor de coach, baanhuur en het materiaal. Ze kan er om lachen. Eigenlijk ben ik een wondervrouw.'

De grootste prijs wordt door de pupillen zelf betaald. Vraag het aan een willekeurige tiener in de catacomben van de Tareung-schaatshal en je krijgt te horen dat de eerste jaren 'niet zo leuk' waren.

Dwingend en autoritair

Omdat shorttrack pas begin jaren tachtig in Korea werd geïntroduceerd, waren de schaatsers lange tijd technisch inferieur. Koreaanse coaches probeerden dat te compenseren met een bikkelhard regime, vertelt Chun. 'We trainden op het heetst van de dag in de zon om ons sterk te maken. Daar klopte natuurlijk niks van.'

Later werden de methoden verfijnd, maar de training bleef 'bikkelhard', aldus Chun, die veel van de huidige toppers onder zijn hoede heeft gehad. 'Hard werken en een intense focus, daar gaat het bij ons om.'

'Het was dwingend en autoritair', zegt Kwak Yoon-gy. Hij begon pas op zijn 15de schik te krijgen in de sport waarin hem een grootse profloopbaan was voorgespiegeld. 'De coach stelde doelen en je moest het net zo vaak proberen totdat je die had gehaald, ook al was je op. Soms was je geblesseerd en soms kon je gewoon niet meer, maar de coach wilde altijd meer. Topsport is normaal gesproken een gevecht met jezelf, maar in Korea is het een gevecht met je coach.'

Kwak overleefde die strijd. Hij werd in 2007 geselecteerd voor de nationale selectie. Het was het begin van een lange en succesvolle carrière. Met Korea veroverde hij op de aflossing zilver tijdens de Winterspelen van Vancouver. En in 2012 werd hij wereldkampioen op de vierkamp, de meest prestigieuze soloprijs in het shorttrack. De Nederlandse bondscoach Jeroen Otter noemde hem destijds 'de Messi van het shorttrack'.

Koreaanse methode

Maar ook al was Kwak nu de beste van de wereld, hij bleef zich verzetten tegen 'de Koreaanse methode'. In Zuid-Korea is respect voor autoriteit een belangrijke waarde. Op de ijsbaan betekende dit dat de wil van de coach wet was. 'Ze snappen het concept autonomie niet', aldus Kwak die in Pyeongchang weer deel uitmaakt van de aflossingsploeg.

Die autoritaire handelswijze van Koreaanse coaches gaat niet zelden gepaard met fysiek geweld. In 2004 zochten zes shorttracksters uit het nationale selectie de publiciteit nadat ze hun trainingskamp waren ontvlucht. 'We werden stelselmatig mishandeld', zei een van hen tegen het persbureau Yonhap. 'Ik ben vaak geslagen met een hockeystick en schaatsijzers.'

Drie weken geleden nog werd de Koreaanse bondscoach Cho Jae-beom geschorst nadat hij vedette Shim Suk-hee tijdens een training had geslagen.

Ook oud-bondscoach Chun moest weg als coach van de Amerikaanse nationale ploeg na beschuldigingen van 'fysiek en mentaal misbruik'. Na een onderzoek werd hij vrijgepleit. Later werd hij wel geschorst door de internationale schaatsunie, nadat een van zijn pupillen de schaats van een concurrent kapot had gemaakt, een voorval dat Chun werd aangerekend.

Alleen al de Mokdong-ijsbaan in Seoul verwelkomt jaarlijks zo'n 5500 Koreanen voor een shorttrackles en 400 kinderen voor een zomercursus. Foto ISU via Getty Images

Nederlandse lessen

Een bezoek aan Nederland sterkte Kwak in de gedachte dat het anders kon dan hij in Korea gewend was. Nadat hij zich voor een blessure niet had weten te plaatsen voor de Winterspelen van 2014 gebruikte hij op aanraden van de Nederlander Niels Kerstholt zijn vrije maanden om onder coach Jeroen Otter te trainen in Heerenveen. 'Het Nederlandse team deed het steeds beter en ik wilde de stijl van Otter wel eens van dichtbij meemaken', vertelt Kwak.

Het werd een onvergetelijke ervaring. 'Het was de omgekeerde wereld. Atleten in Nederland geven zelf aan waar hun grens ligt. Bovendien doen ze het voor de lol - het plezier spatte er vanaf, ook bij het harde trainen', aldus Kwak.

De kleine shorttracker (1 meter 64) is onder de indruk van het werk van Otter, de bondscoach die in Pyeongchang begint aan zijn achtste Winterspelen. 'Hij bekijkt het perspectief per atleet. Hij ziet veel. En hij is goed in communiceren. Die stijl zouden wij in Zuid-Korea van jongs af aan moeten hanteren.'

Omgekeerd leerde de Nederlandse ploeg ook van Kwak, zo vertelde Otter destijds aan het AD. 'Als wij denken dat we supersnel zijn in de training, dan is er toch altijd eentje sneller. Yoon-Gy is het levende voorbeeld dat de tempo's harder kunnen. Dat onze lijnen om de bochten aan te snijden net iets beter kunnen', aldus Otter. 'Het werkt als een katalysator. De aanwezigheid van zo'n jongen maakt je sneller beter.'

Intense focus

De laatste jaren zijn er tekenen dat de verschillen kleiner worden. In Sotsji eindigde Zuid-Korea als derde in het shorttrackklassement met vijf medailles. Bij de komende Spelen is Nederland een van de favorieten.

Is de Koreaanse methode niet langer een garantie voor succes? Kwak wil het graag geloven. 'Vroeger trainden we harder en hadden we de betere schaatsers, maar nu is het niveau ongeveer gelijkgetrokken. De topschaatsers van nu hebben plezier in het schaatsen én presteren goed.'

Coach Chun denkt nog steeds dat Koreanen door hun 'intense focus en hard werken' beter zijn dan de concurrentie. Hoewel hij als kind gruwde van de trainingen die hij moest ondergaan, is hij er achteraf blij mee, zegt hij. 'Het heeft me een sterker mens gemaakt.'

Volgens hem leren Zuid-Koreanen door de harde en intense trainingen in hun jeugd 'hoe ze in de jungle op het ijs moeten overleven'. Chun: 'Je moet altijd voorbereid zijn, ogen in je rug hebben en andermans bewegingen voelen. Je weet nooit wanneer het wilde dier toeslaat.


Kampioenen in opleiding

Lee Jun-young (16)

'Ik was 7 toen ik begon met schaatsen. Een vriendje vroeg of ik mee wilde. Eerst was het voor de lol, maar later werd het serieus. Zeker toen ik op mijn 12de bij een club kwam. Winnen is mooi, maar het plezier in de sport is belangrijker. Het leukste vind ik de snelheid en de wedstrijden. Mijn sterkste punt is mijn reactiesnelheid. Mijn droom is om bij de nationale selectie te komen en meedoen met de volgende Olympische Spelen. En daarna wil ik coach worden. Ik krijg veel hulp van mijn trainer en mijn ouders. Ze proberen me te motiveren. Ze zeggen dingen als: je moet hier doorheen om beter te worden. Maar ze leggen ook druk op me. Als ik fouten maak, schelden ze wel eens, of ze vergelijken me met anderen. Nee, dat is niet erg motiverend.'

Lee Jun-young Foto Jun Michael Park

Kim Eun-seo (16)

'Ik schaats sinds mijn 7de. Eerst was het gewoon voor de lol. Ik deed mee aan een schaatscursus bij de ijsbaan. Toen de trainer zag dat ik talent had, stelde hij mijn ouders voor dat dat ik bij een team zou gaan. Eerlijk gezegd vond ik het leuker toen het nog gewoon voor de lol was. Daarna was het vooral hard werken. Toen ik eenmaal een medaille had gehaald op de nationale kampioenschappen, ging het beter. Dit jaar werd ik eerste in de competitie. Ik train acht uur per dag, behalve op zondag. Het is lastig te combineren met school. Ik kom na de ochtendtraining altijd te laat bij de les. Mijn droom is om een medaille te winnen op de Olympische Spelen van Beijing over vier jaar. Welke kleur? Dat maakt niet uit.'

Kim Eun-Seo Foto Jun Michael Park

Lee Hyoung-woo (16)

'Ik begon op mijn 6de. Eerst vond ik het niet leuk. Ik had last van mijn rug en ik wilde stoppen, maar mijn moeder zei dat ik door moest gaan. Op mijn 11de werd ik een keer eerste, daarna werd het leuker. Ik train zeven uur per dag, behalve op zondag. Mijn prestaties worden steeds beter, dus ik ben tevreden. Mijn doel is een gouden medaille op de Winterspelen in Beijing in 2022. Dan ben ik 21, dus dat moet kunnen. De combinatie met school is lastig, maar ik mag altijd de aantekeningen van mijn vrienden gebruiken. Vroeger was ik snel gestrest, maar nu niet meer. Ik weet nu hoe ik ermee om moet gaan.'

Lee Hyoung-woo Foto Jun Michael Park