De Italiaan Giuseppe Farina (1906 - 1966) in zijn Alfa Romeo op het circuit van Silverstone in 1951, destijds even dominant als Lewis Hamilton in zijn Mercedes in 2020.

AnalyseFormule 1

Is de Formule 1 sterk genoeg voor nog eens zeventig jaar?

De Italiaan Giuseppe Farina (1906 - 1966) in zijn Alfa Romeo op het circuit van Silverstone in 1951, destijds even dominant als Lewis Hamilton in zijn Mercedes in 2020.Beeld Getty Images

Hoe gezond is de Formule 1? De raceklasse wordt zondag 70 en zou te voorspelbaar zijn. Niks nieuws. Al zeven decennia wint de beste auto en niet per definitie de spannendste coureur.

Strobalen dienden als circuitafbakeningen. Een Thaise prins racete mee en op het asfalt landden vijf jaar eerder nog bommenwerpers. In 1950 trapte de Formule 1 af op het Engelse Silverstone. Zeventig jaar later en ruim duizend races verder is de raceklasse uitgegroeid tot een miljardenindustrie. Overleeft de sport in een snel veranderende wereld ook de komende zeventig jaar?

Dit weekeinde staat de Formule 1 bij de tweede opeenvolgende race op Silverstone uitgebreid stil bij het 70-jarig jubileum. De race van zondag op het voormalig oorlogsvliegveld heeft zelfs een unieke naam: de 70th Anniversary Grand Prix. Tegen de achtergrond van al die festiviteiten sluimeren alleen twijfels over de toekomst. Versterkt door de coronacrisis, waardoor alle teams op een of andere manier getroffen worden. McLaren ontsloeg in het voorjaar bijvoorbeeld 10 procent van het team (70 banen) vanwege de grote verliezen bij het moederbedrijf.

Om de kosten te drukken, is besloten de introductie van nieuwe regels en auto’s in 2021 met een jaar uit te stellen. Het geplande budgetplafond van 132 miljoen euro wordt wel ingevoerd. ‘Maar we houden waarschijnlijk niets over’, zei teambaas Franz Tost van middenmoter Alpha Tauri vorig weekeinde tegen Ziggo Sport. ‘We racen nu zonder publiek. Dus er komt minder geld binnen dan verwacht en we moeten die nieuwe auto’s toch ontwikkelen.’

Volgens hem wordt de Formule 1 goedkoper én spannender als kleinere teams meer mogen samenwerken met grotere fabrieksteams. ‘In de MotoGP (koningsklasse van de motorsport, red.) zijn races daardoor veel leuker’, zegt Tost. ‘Mensen willen niet meer een paar auto’s zien wegrijden van de rest’, stelt hij, doelend op de heerschappij van Mercedes, Max Verstappens Red Bull en Ferrari, de drie teams die sinds 2013 alle races wonnen.

Grote verschillen tussen auto’s horen alleen bij de F1 sinds die allereerste race in 1950. Giuseppe Farina leidde op Silverstone 63 van de 70 ronden en zijn Alfa Romeo won dat jaar zes van de zeven races. Al zeven decennia wint de beste auto, en dus niet altijd de beste coureur. Met soms oersaaie seizoenen tot gevolg. 

107 GP's voor Verstappen

Max Verstappen haalt zondag op Silverstone zijn vader Jos in als Nederlander met meeste Formule 1-races achter zijn naam (107 GP’s). Kanttekening is wel dat in de tijd van Verstappen senior, die acht F1-seizoenen deelnam tussen 1994 en 2003, er minder races waren per seizoen; zo’n 17 tegenover de huidige gemiddeld 21.

De afgelopen tien jaar - gedurende de hegemonieën van Red Bull (vier titels) en Mercedes (zes titels) - kreeg de sport wel alarmsignalen over hoe toekomstbestendig dat fundament is. Tussen 2008 en 2016 verloor de Formule 1 wereldwijd zo’n 200 miljoen tv-kijkers, een derde van het totaal. Tegelijk hebben de kleinere teams steeds meer moeite om rond te komen. 

Omdat ze nooit winnen, krijgen ze namelijk amper prijzengeld. Dat is een erfenis uit de veertig jaar onder de gewiekste Britse zakenman Bernie Ecclestone. Hij maakte de sport groot, maar ook oneerlijker door de vele gelegenheidsdeals die hij sloot. Ondertussen wordt F1 nog elk jaar duurder. Het iconische Williams zette eerder dit jaar het team daarom noodgedwongen in de verkoop. 

Volgens Koen Vergeer, autosportkenner en schrijver van meerdere Formule 1-boeken, is zo’n crisissfeer niets nieuws voor de koningsklasse. ‘De sport opereert op het randje van technologie en budgetten. Het is eigenlijk constant crisis, maar de Formule 1 overleeft altijd’, zegt Vergeer. 

Over de directe toekomst van de sport maakt hij zich daarom geen zorgen. Wel moet de klasse volgens hem scherp zijn op wat er in de wereld gaande is. Met name als het gaat om de toekomst van fossiele brandstoffen. In de relatief nieuwe, volledig elektrische raceklasse Formule E zijn bijvoorbeeld meer autofabrikanten actief dan in de F1. 

‘De Formule 1 is van oudsher de droom van de geautomobiliseerde wereld, met de grootste motoren en het meeste lawaai’, zegt Vergeer. ‘Maar daar keert de wereld zich nu een beetje vanaf. Als de sport daar blind voor is, eindigt de Formule 1 als folklore. Een beetje net zoals stierenvechten, waarbij een select clubje iets uit het verleden in leven probeert te houden.’

Vergeer denkt wel dat de juiste mensen aan het roer zijn om dat te voorkomen. Hij noemt Ross Brawn, die als teambaas met drie renstallen wereldtitels won. In 2017 werd hij, na het vertrek van Ecclestone, door F1-eigenaar Liberty Media aangesteld als sportief directeur. Onder hem is het budgetplafond een feit geworden, waar tien jaar over is vergaderd. 

Ook poogt de Brit een einde te maken aan de verplichte unanimiteit bij grote regelwijzigingen, waardoor teams uit eigenbelang zaken kunnen tegenhouden. Het zijn slepende processen, weet Brawn. Vergeer: ‘Het voordeel is alleen dat hij de sport als geen ander kent. Hij zei ook eens: de Formule 1 is een olietanker. Het kost tijd om die van koers te laten veranderen.’

In de afgelopen zeventig jaar hebben tal van racekampioenschappen zonder succes gepoogd Formule 1 van de troon te stoten als summum van de autosport. Koen Vergeer ziet dat in de toekomst ook niet snel gebeuren. ‘In de 20ste eeuw is het charisma opgebouwd met snelheid, gevaar en helse machines. Dat aura heeft de sport nog steeds. Kinderen die beginnen met karten willen nog altijd het liefst Formule 1-coureur worden. Pas als ze dat niet meer willen, zitten er misschien wat deukjes in dat aura. Maar iets als Formule E blijft nog wel een tijdje het kleine neefje.’

Veiligheid

Grootste verandering in zeventig jaar Formule 1 is de veiligheid van de sport. In de jaren 60, toen gemiddeld minimaal een coureur per seizoen verongelukte, werd drievoudig wereldkampioen Jackie Stewart nog weggehoond toen hij onder meer pleitte voor het verplichten van gordels. Uiteindelijk duurde het tot 1994, toen het Braziliaanse race-icoon Ayrton Senna live op tv verongelukte, voordat de klasse de veiligheidsregels drastisch aanscherpte. De sport bleef daarna twee decennia zonder dodelijke ongelukken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden