Olympische Spelenatletiek

Is Dafne Schippers’ rug sterk genoeg voor een laatste olympisch toernooi?

Dafne Schippers (links) tijdens de FBK Games in Hengelo.  Beeld Klaas Jan van der Weij
Dafne Schippers (links) tijdens de FBK Games in Hengelo.Beeld Klaas Jan van der Weij

In tien jaar groeide Dafne Schippers (29) uit van natuurtalent tot de hardst werkende vrouw in de topatletiek. De sprintster betaalt daarvoor een hoge prijs. Haar rug is versleten. ‘Er komen enorme krachten op die rug.’

Op het oog mankeert Dafne Schippers niets. Ze slentert met kaarsrechte, gespierde rug over de atletiekbaan, statig bijna, met de ongenaakbare uitstraling van een sprintkoningin. Maar onderhuids is het mis.

Vlak boven haar broekband, bij rugwervels L4 en L5, heeft ze pijn. De tussenwervelschijf, die als een vochtig stootkussentje tussen de twee wervels zit, is versleten. Sprinten is vaak een verzoeking. Het zou een wonder zijn als Schippers komende week een olympische medaille pakt, zoals vijf jaar geleden op de 200 meter in Rio de Janeiro. Een finaleplaats op de 100 of 200 meter is volgens haar trainer Bart Bennema al een bijzondere prestatie.

Volgens Schippers is de rugkwaal het gevolg van overbelasting. Vorig jaar sprak ze voor het eerst over versleten kraakbeen. Vorige maand noemde ze het probleem in het AD ‘dubbele hernia’. Haar artsen spreken liever van het voorstadium van een hernia. Schippers: ‘Omdat ik helaas weinig vocht in de tussenwervels heb zitten, gaat die rug nooit heel flexibel meer worden. Ik weet dat ik beperkt blijf’.

Topsportkwaal

Pijn in de lage onderrug komt veel voor, zegt hoogleraar neurochirurgie Wilco Peul, onder meer verbonden aan het Leids UMC. 90 procent van de rugklachten betreft wervels L4-L5 de naastgelegen L5-S1. Hij heeft veel topsporters met dat soort problemen begeleid, onder wie Pieter van den Hoogenband en Sven Kramer. Wervelkolomspecialisten spreken van een black disc: op MRI-scans krijgt de tussenwervelschijf een donkere kleur. Peul: ‘We weten dat zware belasting kraakbeenverlies geeft.’

Dat Schippers haar lichaam zwaar heeft belast, staat buiten kijf. Uit data van World Athletics blijkt dat geen enkele topsprintster aan meer landentoernooien heeft deelgenomen (24), meer wedstrijden heeft gelopen (292), in meer disciplines (vijf: de 60, 100, 200, 4x100 meter en de zevenkamp). De 28-jarige Schippers was de afgelopen tien jaar waarschijnlijk de hardst werkende vrouw in de atletiek.

Het contrast met de veteranen die in Tokio na een lange loopbaan nog wel meedoen om de medailles is groot. Shelly-Ann Fraser-Pryce aast op haar derde gouden medaille op de 100 meter, zesvoudig olympisch kampioen Allyson Felix is een plak verwijderd van het record van olympische medaillerecord in de atletiek: 11. De 34-jarige Jamaicaanse en 35-jarige Amerikaanse komen bij lange na niet aan de getallen van Schippers (zie graphic). Usain Bolt, de beste sprinter aller tijden, deed het nog kalmer aan.

. Beeld .
.Beeld .

Had Schippers in Tokio medaillekansen gehad als minder wedstrijden had gelopen? Of zijn er andere oorzaken voor de slijtage: verkeerde krachttraining, te veel startoefeningen, reizen en jetlags, genetische pech? De atlete wenst er desgevraagd niet op in te gaan en is ook in andere interviews niet duidelijk geweest.

Een simpel antwoord is er misschien niet. Topsport is volgens veel trainers een wetenschappelijk experiment met één uitzonderlijk begaafde proefpersoon: freaks of nature worden toptalenten als Schippers bij wijze van compliment wel genoemd. Welke trainingsarbeid het lichaam kan verdragen, of juist nodig heeft, moet vaak uit de praktijk blijken. Soms wordt de grens te laat ontdekt.

Schippers is, zeker aan het begin van haar loopbaan, voorzichtig gebracht. De leidraad van haar trainer Bart Bennema: less is more. Zijn pupil, aanvankelijk een zevenkampster met een zeldzame aanleg voor de sprint, werd met een duidelijk plan naar internationale wedstrijden gestuurd. De sprinttoernooien waren bedoeld om ervaring op te doen voor de zevenkamp, om te wennen aan het het ritme van reizen en hotels, van presteren in stadions met veel publiek.

Topsprintster, topinkomen

Dat veranderde toen Schippers zich in 2014 als topsprintster aandiende en, een jaar later, de zevenkamp voorgoed verruilde voor de 60, 100 en 200 meter. Het aantal wedstrijden schoot omhoog. Ze kreeg in Nike een veeleisende sponsor, die haar contractueel verplichtte wedstrijden te lopen. Als Europees kampioen 100 en 200 meter (2014) en wereldkampioene 200 meter (2015) kon ze plotseling kon ze grote bedragen verdienen, oplopend tot 50.000 euro per race.

Verschillende belangen streden om voorrang: die van haar, van de bond, van sponsors. Ad Roskam, technisch directeur van de Atletiekunie. ‘Er is geen hiërarchie of structuur. De bond adviseert: hoe kan je zo verstandig mogelijk topsport bedrijven. Of atleten dat opvolgen is aan de atleet. Iets verbieden is lastig.’

Dafne Schippers wordt gemasseerd tijdens de trainingen.  Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Dafne Schippers wordt gemasseerd tijdens de trainingen.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

In die drukste jaren liep Schippers rond de 40 sprintraces per seizoen: 38 in 2014, 40 in 2015 en 37 in 2016. Rivalen als Fraser-Pryce en Felix schommelden in hun lange loopbanen tussen de 15 en 30, net als Bolt. Het verschil is met name terug te voeren op de 60 meter. Schippers heeft acht winters meegedraaid in het indoorcircuit: Jamaicaanse en Amerikaanse topatleten slaan dat doorgaans over.

De drukke jaren waren, opvallend genoeg, ook haar beste jaren. In 2015 en 2017 werd ze wereldkampioen 200 meter. Ze veroverde ook mondiale medailles op de 60 en 100 meter. Haar natuurlijke snelheid werd deels toegeschreven aan haar stijve onderrug. De kracht waarmee ze met haar gespierde bovenbenen tegen de harde tartanbaan sloeg, vertaalde zich in voorwaartse snelheid.

In 2016 ernstige blessure

Toch had Schippers ook toen al last van haar onderrug. Coach Bennema: ‘Er komen enorme krachten op juist dat gedeelte van haar rug tijdens starten en tijdens lopen met volle snelheid. Ook in haar goede tijd als ze een heel toernooi had geweest was ze moe, die rug. Omdat daar heel veel gebeurt.’ Sinds haar tienertijd laat Schippers zich behandelen door een orthomanueel therapeut die haar rugwervels geregeld recht zet.

In 2016 kreeg Schippers voor het eerst last van een ernstige blessure. In Rio de Janeiro, kort voor aanvang van de Olympische Spelen, schoot de pijn tijdens een versnelling in haar rechterlies. Dat kostte haar bijna de Spelen. Ze pakte uiteindelijk zilver op de 200 meter en werd vijfde op de 100 meter. In 2019, tijdens de WK in Doha, speelde het probleem opnieuw op. Toen liep het minder goed af. Ze moest zich terugtrekken voor de finale 100 meter en kon haar wereldtitel 200 meter niet verdedigen.

Is het mogelijk dat rugproblemen die liesklachten veroorzaakten? Behandelaars van Schippers willen niet ingaan op die vraag. ‘Je denk niet gelijk aan je rug als je last van je benen hebt’, zegt neurochirurg Peul. ‘Heel vaak wordt pas laat aan de rug gedacht. Kijk, als je je onderrug zwaar belast, dan belast je ook je heupen zwaar. Vanuit die heupen kun je weer liesklachten krijgen. Het heeft allemaal met elkaar te maken. Maar pijn in je lies hoort vaak bij een hoger liggende tussenwervelschijf.’

Trainer Bart Bennema ziet alleen een mogelijk relatie tussen rugklachten en lies in 2019. Dat jaar kreeg Schippers in februari last van haar rug na een val van de trap, een schijnbaar onschuldig huiselijk ongelukje. ‘Ze hield het hele jaar last en op het WK kreeg ze die lies. Dat heeft natuurlijk wel met elkaar te maken.’

Bodybuilder onder coach Reider

Een andere verklaring voor de rugproblemen hangt wel samen met de Spelen van 2016. Na dat jaar besloot Schippers van trainer te wisselen. Ze verruilde Bennema voor de Amerikaanse succestrainer Rana Reider, tegenwoordig de coach van de olympische favoriet 100 meter bij de mannen: Trayvon Bromell. Die wilde voorkomen dat ze opnieuw geblesseerd raakte aan de vooravond van een titeltoernooi. Hij liet Schippers trainen volgens de Amerikaanse methode: met veel kracht- en starttraining.

Bennema was het destijds eens met de keuze om Schippers sterker te maken. Achteraf denkt hij het meerkampprogramma waarmee zijn atlete ook sprintsucces boekte te veel is veranderd. Schippers werd zo gespierd dat ze in de supermarkt werd aangezien voor een bodybuilder. En veel starten is belastend voor de rug vanwege de hoge intensiteit van die explosieve beweging.

Sneller werd ze niet van de Amerikaanse aanpak: haar toptijden stammen uit 2015 en 2016. Bennema: ‘Het is een keus geweest die anders had gekund denk ik. Maar het was een bewuste keus. Rana besloot: we gaan het zo en zo doen.’

Overbelast tijdens trainingen

Ook atletiektrainer Henk Kraaijenhof denkt dat trainingsbelasting wellicht meer schade heeft veroorzaakt dan de hoeveelheid wedstrijden. Hij stond de Jamaicaanse Merlene Ottey langdurig bij, de sprintster met de langste loopbaan uit de geschiedenis: van 1979 tot 2012. Ottey deed als 52-jarige nog mee aan een EK atletiek (namens Slovenië). Ze liep nooit zo veel als Schippers.

Kraaijenhof: ‘De trainingsbelasting is qua kwantiteit een veelvoud van de wedstrijdbelasting. Je hebt meer trainingen per week dan wedstrijden en ze gaan het hele jaar door. Vijfmaal een 200 meter loop je in de training wel, maar niet snel in een toernooi. En je doet andere vormen van belasting voor je rug: sprongen, krachttrainingen met halters. Maar om veel wedstrijden te kunnen lopen en winnen, moet er dus wel hard getraind worden.’

De coaches Bart Bennema (met zonnebril) en Rana Reider kijken toe bij een trainingssessie van Dafne Schippers. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
De coaches Bart Bennema (met zonnebril) en Rana Reider kijken toe bij een trainingssessie van Dafne Schippers.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Kraaijenhof denkt dat een druk programma niettemin schade kan veroorzaken. Reizen, jetlags: ze zijn van invloed op het herstel. Schippers heeft wedstrijden gelopen op vijf continenten. ‘Veel trainingen en veel wedstrijden betekenen veel reisdagen. Rust en het herstel komen vaak in de knel. Spieren herstellen snel, maar kraakbeen en pezen hebben langer de tijd nodig om van piekbelastingen te herstellen. Maar ‘kraakbeenvermoeidheid’ voel je vaak niet zo goed. Het is te vergelijken met metaalmoeheid.’

Hoe de schade aan Schippers’ rug ook is ontstaan, grote fouten zijn er volgens de betrokkenen niet gemaakt. ‘Iedereen is op zoek naar hoe je een lijf heel houdt’, zegt technisch directeur Roskam van de Atletiekunie. ‘Maar het zal nooit honderd procent goed gaan. Als een carrière tien jaar duurt, begint het lichaam ergens te piepen. Dat noemen we de zwakste schakel.’

Angstreductie

Opgeven wil Schippers niet. Ze ziet nog een toekomst voor zich op de sprint, al staat ze op de mondiale seizoensranglijst laag: 54ste op de 100 meter en 38ste op de 200 meter. Ze heeft wel aan stoppen gedacht als ze dagenlang plat moest liggen vanwege rugpijn. ‘Dit is vechten tegen een fysiek iets en dat is wel pittig’, zei Schippers na de NK atletiek tegen de NOS. Ze won de 100 meter in 11,20, bijna 0,4 seconden langzamer dan haar persoonlijke record van 10,81 uit 2015. Op de 200 meter is 22,70 haar beste jaartijd, ruim een seconde trager dan haar zes jaar oude persoonlijke record van 21,63.

Bennema denkt evenmin dat de sprintjaren van Schippers voorbij zijn. Maar hij heeft zijn aanpak gewijzigd. Tot Tokio heeft ze slechts 14 wedstrijden gelopen, het laagste aantal uit haar loopbaan. Ze is niet langer de veelvraat van het wedstrijdcircuit. ‘Ik denk niet dat het einde in zicht is maar we moeten duidelijk een andere weg in slaan. Daar zijn we mee bezig.’

Neurochirurg Peul ziet ook reden tot optimisme, al heeft hij Schippers rugwervels nooit op MRI’s gezien. Sporters kunnen met goede adviezen ver komen, meent hij. ‘Angstreductie’ helpt vaak: daarbij leren sporters ondanks de pijn vertrouwen houden in hun lichaam. Uiteindelijk is een operatie te overwegen. Hij heeft Pieter van den Hoogenband en Sven Kramer geholpen. De olympisch zwemkampioen pakte nadien nog medailles, de olympisch schaatskampioen hoopt deze winter te bewijzen dat de ingreep zin heeft gehad.

Peul: ‘De meerderheid van sporters zijn er doorheen gekomen zonder operatie: roeiers, turners, hockeyers. De meeste topsporters hebben baat bij simpele ingrepen, of liever nog: goede begeleiding zonder operatie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden