Reportage EK baanwielrennen

Intimiderende dominantie van de baansprinters op EK

Drie keer goud was de inzet, drie keer goud de uitkomst. De Nederlanders met dynamiet in de dijen regeerden op de teamsprint, de individuele sprint en op de keirin. Minder dan een jaar voor de Spelen liggen de snelheidsduivels op schema.

Harrie Lavreysen (links), Denis Dmitriev (midden) en Matthijs Buchli. Beeld Klaas Jan van der Weij

Harrie Lavreysen (22) kijkt zaterdagavond op de wielerbaan van Omnisport in Apeldoorn achterom, ziet vooral een leegte gapen en besluit dan alles te geven wat er nog in zijn tot in elke spiervezel gespannen gestel schuilgaat. Hij weet, zegt hij later, dat als er nog iemand aan zijn wiel zit, hij het niet gaat redden. 

Dat overkomt hem dan ook niet, er is geen renner die ook maar bij hem in de buurt komt. Hij viert zijn eerste Europese kampioenschap op de keirin, het onderdeel waarop hij eerder in een reeks finales telkens misgreep.

Het is het daverende slotakkoord van een klinkend toernooi voor de Nederlandse mannetjesputters met dynamiet in de dijen. Op drie olympische onderdelen was er kans op goud, het was drie keer raak. Op vrijdagavond was zelfs een onderlinge afrekening noodzakelijk: Lavreysen verloor op het koningsnummer op de baan, de sprint, van Jeffrey Hoogland (26), trainingsmaat, boezemvriend en aartsrivaal tegelijk. Woensdag spurtten ze eendrachtig met starter Roy van den Berg naar het kampioenschap op de teamsprint.

De manier waarop beiden de macht grijpen is intimiderend. Lavreysen blijkt nu ook op de keirin over een waaier aan wapens te beschikken. De discipline, waarin zes renners eerst drie ronden in het kielzog van een derny afleggen alvorens ze elkaar in drie ronden bestrijden, is een spel waarin hardrijden net zo belangrijk is als afwachten en positie kiezen. 

Het nieuwe sprinten

In de halve eindstrijd houdt hij zich lang op achterin het veld. Hij ziet dat de anderen ‘met elkaar aan het kloten waren’ en besluit volledig op zijn snelheid te vertrouwen. Dat hij buitenom moet gaan, deert hem niet. In de finale geeft hij na twee ronden maar meteen vol gas. Louter aanklampen was te veel gevraagd van de concurrentie. Landgenoot Matthijs Büchli, de regerend wereldkampioen, pakt nog het brons, hij knokt zich vier rijen dik naar voren.

De broedermoord op de sprint van vrijdagavond was al net zo overtuigend geweest, zij het dat Lavreysen nu de onderliggende partij was. Op de WK in Polen was de rolverdeling nog omgekeerd. De vriendschap en de gezamenlijke trainingen waarbij ze elkaar tot het uiterste opjutten ten spijt, zodra het lycra snaarstrak de gebeeldhouwde lijven omspant en de helmen zijn opgezet, de goede betrekkingen de vrieskist in.

Hoogland won in twee heats door telkens al in een vroege fase van de drie af te leggen ronden aan te zetten. Lavreysen zag na afloop dat hij 79,6 kilometer per uur op zijn teller hard staan, zo hard reed hij nog nooit in Apeldoorn, maar het was niet eens genoeg. Het duidt op nieuwe maatstaven. 

Hoogland sprak zelfs over ‘het nieuwe sprinten’. De invloed van tactiek taant als er tegen de 80 wordt gereden. ‘Je kunt niet meer gokken op de laatste bocht. Je komt er bijna niet meer overheen. Als je stuurbewegingen moet maken om er overheen te komen, remt dat af. Tegen die tijd moet de race eigenlijk al beslist zijn.’

De nieuwe Europees Kampioen Lavreysen (rechts) wordt gefeliciteerd door Matthijs Buchli. Beeld Klaas Jan van der Weij

Matthijs Büchli

In dit geweld blijft Büchli nog wat in de schaduw. Met een zege op de keirin had de huidige wereldkampioen en de winnaar van het zilver in Rio de Janeiro kunnen onderstrepen dat hij op de Olympische Spelen in Tokio niet mag ontbreken. Selectie is onzeker: deelname mag alleen als hij ook de teamsprint rijdt. Maar op de plek van afmaker is Hoogland sneller.

Büchli wijst erop dat dit zijn eerste wedstrijd was sinds de WK in maart. ‘Het was niet super, maar ik doe wel mee om de medailles. We laten wel zien dat we steevast in de top eindigen. Harrie en ik horen erbij te zijn.’ Op aandringen van de coaches zoekt de KNWU naar een andere oplossing: door één van de vijf plekken voor de wegwedstrijd op te offeren, ontstaat er ruimte voor een extra baanrenner, met meer zicht op een medaille. De beslissing daarover valt vermoedelijk na de WK baan in Berlijn, in februari.

Hugo Haak is zaterdagavond een tevreden bondscoach. ‘We laten zien dat we na de succesvolle WK in Polen het niveau halen waar we toen gestopt zijn. De jongens zijn zelfs beter dan ik had verwacht. Ik hoop dat de andere landen hiervan schrikken.’

Brits voorbeeld

Nederland zelf kijkt ook en dan vooral naar Groot-Brittannië – soms in de meest letterlijke zin van het woord. Haak bekent dat hij in het voorbijgaan wel eens een blik in de box van de Britten werpt. Zij lijken in de vier jaar tussen de Spelen minder waarde te hechten aan EK’s en WK’s om vervolgens toch op het allerhoogste niveau toe te slaan. Zijn er soms al innovaties, andere wielen, snellere pakken? Zijn conclusie: ‘Nu is gewoon nog alles normaal.’ Maar de komst van een nieuwe baanfiets van Britse makelij staat al vast.

Haak: ‘Van Engeland weet je wat ze de afgelopen twaalf jaar hebben gedaan. Dat gaat deze cyclus weer gebeuren. Ze hebben hier al een hoog niveau laten zien en zullen ongetwijfeld de aansluiting gaan maken. Het zet ons alleen maar op scherp.’

Jan-Willem van Schip rijdt zich met twee keer zilver in kijker
Dankzij de EK baan durft Jan-Willem Schip weer te dromen, weet hij waar zijn kwaliteiten liggen op de baan en op de weg. Nu nog een ploeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden