Innovatie in de sport: bedrog of uitgekiende vooruitgang?

Een fietsmotortje mag niet, een klapschaats wel. De strijd om het hoogste is ook een gevecht met de reglementen. De topsporter wil altijd hoger, sneller en harder. De bonden bewaken de sportiviteit.

Lisette van der Geest
null Beeld anp
Beeld anp

Sportattributen of middelen die een prestatie veranderen, zijn dat innovaties of gaat het om fraude? In het geval van de Belgische Femke Van den Driessche die vorige week bij de WK veldrijden werd betrapt op een motortje in haar fiets is het simpel: dit is duidelijk verboden. Maar soms is de scheidslijn dun. En voor een bond is het lastig om regels te schrijven op eventuele toekomstige innovaties.

Waar ligt de grens tussen vooruitgang en bedrog? In de zwemsport ligt die bij de pakken, vond de internationale zwembond in 2010. Voor die tijd woedde er twee jaar lang een 'pakkenoorlog', werden records verpulverd en hielden zwemmers elkaar en vooral elkaars kleding nauwlettend in de gaten. En dat allemaal door de invoering van supersnelle hightech pakken die het drijfvermogen verhoogden en geen water meer doorlieten.

Hoe sneller hoe beter, kun je denken. Bij veel sporten draait het tenslotte om snelheid. Maar aan vernieuwing hangt een prijskaartje. Een probleem waarmee ook de grootste zeilwedstrijd ter wereld te maken kreeg. Door de toegestane vrijheid voor innovaties stegen de kosten en werd het onaantrekkelijk voor teams om zich in te schrijven voor de Volvo Ocean Race. Sinds twee jaar bestaat er een eenheidsklasse, iedereen vaart met hetzelfde type boot. Gevolg: de onderlinge strijd is nooit spannender geweest.

In de pakkenoorlog maakten zwemmers elkaar gek door steeds met nieuwe ontwerpen te verschijnen. Het aanbod veranderde continu, terwijl een hightech zwempak al snel 400 euro kostte. Sommige zwemmers versleten drie of vier stuks per jaar en ook de junioren konden in die wedloop niet achterblijven.

Na elke overwinning was de grote vraag: is deze prestatie het gevolg van het snelle pak of de kwaliteiten van de zwemmer? Veel zwemmers lachten zelfs hun eigen prestaties weg en hadden moeite hun plotselinge 'progressie' serieus te nemen. Voor het uitbreken van de pakkenoorlog waren sommige zwemmers al op het idee gekomen om drie pakken over elkaar aan te trekken, een prestatie op zich in het kleedhokje. Het loonde wel: ze bleven nog makkelijker drijven.

Bedrog of uitgekiende vooruitgang? 'Nergens in de reglementen stond beschreven dat dit niet mocht. Maar met die pakken kom je wel in een situatie zoals sport niet bedoeld is', zegt Jos de Koning, bewegingswetenschapper van de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Sportiviteit voorop

Druist een innovatie in tegen de essentie van de sport? De sportiviteit staat voorop, vindt De Koning. Dat woord heeft twee betekenissen: bewegen en eerlijkheid.

Maar wat is eerlijk en wat niet meer? Als een bewegingswetenschapper een nieuwe trainingsmethode bedenkt waarmee een sporter zijn uithoudingsvermogen kan verbeteren, dan is er geen sprake van bedrog. Een innovatieve pil die de conditie vooruit helpt, wordt daarentegen gezien als doping.

En wat te denken van een standaardbeweging die je als sporter aanpast door innovatie? De Koning stond aan de wieg van de klapschaats, een noviteit die in 1997 een revolutie in de schaatssport teweegbracht. Door de klapschaats veranderde de schaatsbeweging, de afzet werd langer door het openklappen van het ijzer. De Koning. 'Maar een schaatser levert nog steeds alle energie zelf en daar gaat het om.'

Nooit stond het pikken van meters ter discussie. Tot de internationale bond besloot een lijnregel op te stellen en schaatsers bij overtreding te diskwalificeren. Een actie die in de volksmond bekendheid kreeg als de 'dokter Bibber-regel'.

Voortschrijdend inzicht

Krijgt ook het schaatsen te maken met zijn eigen motorgate, zoals het wielrennen? Die ontwikkeling is niet realistisch op het ijs. Bij fietsen is er sprake van een ronddraaiende beweging, waardoor de aansturing van een motor helpt. Bij schaatsen is dat niet het geval.

'Maar misschien zou je de mechaniek van het klapsysteem een beetje positief kunnen beïnvloeden met elektromagneten. Elektromagneten in de wielen worden nu ook in het wielrennen genoemd als de nieuwe mechanische doping', zegt Arie Koops. Hij is de technisch directeur van de schaatsbond en bewegingswetenschapper.

Voor de goede orde: dit mag niet en voor zover bekend heeft ook nog niemand zich aan deze gewaagd. In de schaatsreglementen staat dat langebaanschaatsers geen attributen mogen gebruiken die door externe energie worden aangedreven.

Die regel is nog niet overgenomen in het reglement voor de marathonschaatsers. Dat wordt pas na dit seizoen aangepast. 'We kwamen er nog voor het nieuws van Van den Driessche achter', zegt Koops. In theorie betekent dit dat de marathonschaatsers nog twee cupwedstrijden hebben om geoorloofd met mechanische doping in de rondte te rijden.

Voor bonden draait het om voortschrijdend inzicht, zegt Koops. Een gedetailleerd verbod kan pas worden ingesteld als de innovatie tot de sport is doorgedrongen. 'De kunst voor een bond is de reglementen zo te schrijven dat je voorkomt dat er vals wordt gespeeld.'

Fairplay

Koops juicht innoveren toe. 'Ik vind het mooi dat sporters op zoek gaan naar het laatste stukje verbetering. Zolang het maar fairplay blijft.' En zolang een innovatie geen gevaar oplevert. Toen bekend werd dat schaatsijzers beter glijden als ze warm zijn, kwam er een verbod op het verwarmen van schaatsen. Koops: 'We wilden voorkomen dat mensen met gasbranders langs de baan zouden staan.'

In de zwemsport kwam er pas na de twee jaar durende 'pakkenoorlog' in 2010 een verbod. Daarvoor moesten wel de internationale zwemcoaches, onder leiding van Jacco Verhaeren, in opstand komen. De sporters keerden terug naar de ouderwetse zwembroek voor mannen en het textiele badpak voor vrouwen. Toch werden de records uit de tijd van de hightech pakken nooit geschrapt.

Er zijn altijd nog goedkopere, natuurlijke manieren om tegenstanders te verslaan. Zo is psychologische oorlogvoering een belangrijk wapen in het judo. Daar kan het zomaar zijn dat niet de sterkste wint, maar degene die het sterkste ruikt. Een week niet douchen en tandenpoetsen en de eerste winst is al binnen voor het betreden van de tatami.

'Russen ruiken naar oud zweet, zij wassen hun pakken niet. Maar de Chinezen stinken het meest. Naar oud, beschimmeld eten', zei Deborah Gravenstijn in 2012 tegen Trouw. Hoewel ze al was gestopt met judo, kon ze de geur van vroeger nog steeds ruiken.

Schaakzet via computerapp

Computers schaken nu eenmaal beter dan het menselijke brein, dacht schaakgrootmeester Gaioz Nigalidze in 2015. Dus verstopte hij een smartphone achter een wc-pot tijdens een toernooi in Dubai en schakelde tijdens toiletbezoeken de speciale app op zijn telefoon in voor raad. De Georgiër had buiten zijn oplettende tegenstander gerekend, die vond dat Nigalidze wel erg vaak het schaakbord verliet voor een plaspauze. Nigalidze werd betrapt, kreeg een schorsing van drie jaar en moest zijn grootmeestertitel inleveren. In de krant Daily Mirror spraken ze over het 'wegspoelen van een reputatie'.

null Beeld Colourbox
Beeld Colourbox

Triatlonstuur

Iedereen verklaarde Greg LeMond voor gek. Het was 1989, de Amerikaan stond tweede in het tussenklassement van de Ronde van Frankrijk en de gedoodverfde favoriet Laurent Fignon beschikte over bijna een minuut voorsprong toen LeMond met een triatlonstuur aantrad in de beslissende tijdrit naar Parijs. LeMond zag het nut van een aerodynamische houding in en deed wat onmogelijk leek. Door zijn sterke tijdrit won hij de Tour de France met 8 seconden verschil. Tot op heden is dat de kleinste marge tussen de winnaar en de nummer twee.

undefined

null Beeld afp
Beeld afp

Computerschaats

De computerschaats zou het beste van twee tijdperken combineren: dat van de vaste schaats en de periode die aanbrak met de 'klapper'. Starten lukt sneller met een vast ijzer, was de filosofie. Dus ontwikkelde een schaatsfabrikant een schaats met een ingebouwde computer die ervoor zorgde dat het ijzer tijdens de eerste vier passen vast bleef aan de schoen. In de slagen daarna veranderde de schaats in een klapschaats. Erben Wennemars schaatste er in 2001 in de zomer op, maar durfde het experiment in de winter, het wedstrijdseizoen, niet aan. 'Er is te weinig tijd om ze goed te testen en eraan te wennen', zei hij. Zijn strakke trainingsschema's boden te weinig ruimte om te testen. Hoewel de fabrikant verwachtte dat de schaats de markt zou veroveren, is dit nooit gebeurd. De computerschaats werd uiteindelijk verboden.

null Beeld anp
Beeld anp

Klapracket

De belofte: 20 procent harder serveren, meer effect in de slagen en de bal vaker binnen de lijnen slaan. Het nieuwe tennisracket dat Taco Veldstra in 2000 presenteerde, zou volgens hem net zo'n impact krijgen als de klapschaats. De naam was dus simpel: klapracket. Door een aangepast handvat aan het racket zou een tennisser zijn pols op een natuurlijke manier kunnen omklappen. Veldstra ging langs bij Richard Krajicek, zonder resultaat. 'Ik heb geen maanden de tijd om mijn techniek aan te passen', zei de voormalige Wimbledonwinnaar. Het enthousiasme in de tenniswereld komt nog wel, dacht Veldstra destijds. 'De klapschaats werd ook pas na vijftien jaar geaccepteerd.' Inmiddels is het meer dan vijftien jaar later en was er ook de afgelopen weken op de Australian Open nog steeds geen klapracket te bekennen.

null Beeld afp
Beeld afp

Klapschaats

Een schaatsfabrikant noemde de schaatswereld ooit conservatief. Lange tijd was de klapschaats een vergeten uitvinding, terwijl het ding in 1894 al was bedacht. Bijna honderd jaar later ontwikkelde bewegingswetenschapper Gerrit van Ingen Schenau het eerste prototype. Nog eens zeventien jaar duurde het voordat de eerste toppers erop durfde te rijden. De klapschaatsen brachten Tonny de Jong in 1997 onverwachts de Europese titel. Tot die tijd waagde de Nederlandse mannenselectie zich niet aan de noviteit waarbij een veer tussen ijzer en schoen de afzet langer maakt. Door het succes van de Friezin gingen alle schaatsers overstag. Records werden moeiteloos verbroken. De klapschaats is niet meer weg te denken van de ijsbaan.

null Beeld anp
Beeld anp

Spaghettiracket

Het klapracket is niet de enige noviteit in de tennissport. In 1977 bewees de Roemeen Ilie Nastase dat ook de manier van het bespannen van een racket invloed kan hebben op de prestaties. Het racket van Nastase bezat een zogenoemde 'spaghettibespanning', waarbij steeds een snaar om de andere gewikkeld was. De bal kreeg daardoor zoveel spin, dat deze in een fractie van een seconde als een soort stuiterbal omhoog kwam. In eerste instantie leidde dit tot veel hilariteit. Maar toen ongenaakbaar geachte kampioenen het aflegden tegen Nastase, besloot de internationale tennisfederatie een jaar later tot een verbod van het 'spaghettiracket'.

null Beeld Imageselect
Beeld Imageselect

Gesmokkelde meters in het golf

Een kleine hole. En een grote afstand om te overbruggen met de golfbal. Ik kan er maar beter maar zo snel mogelijk iets aan doen, dacht de Schot David Robertson in 1985 tijdens de kwalificatiewedstrijd voor de Britse Open. Dus legde hij de bal 4,5 meter dichter bij de hole. Robertson werd betrapt en voor twintig jaar geschorst. Hij kreeg ook nog een boete van 30 duizend dollar voor het smokkelen van al die meters.

null Beeld getty
Beeld getty

Lucht in de darmen blazen voor meer drijfvermogen

Dat ethiek het soms moet afleggen tegen de drang naar succes, bewees de West-Duitse zwembond in 1976. Zwemtrainers experimenteerden met mogelijkheden om het drijfvermogen van hun pupillen te vergroten en deden dat op een opmerkelijke manier. Ze pompten lucht in het achterste van de zwemmers. Het bleef, voor zover bekend, bij een mislukt experiment. Inmiddels staat de ingreep ook op de verboden lijst bij de internationale zwembond. Het kunstmatig verhogen van het drijfvermogen is niet toegestaan.

undefined

null Beeld Imageselect
Beeld Imageselect

'Verstandelijk gehandicapt' team

Bij de Paralympische Spelen van 2000 won het Spaanse basketbalteam goud. Een paar maanden na het toernooi in Sydney deed een van de twaalf teamleden een bekentenis: hij was journalist en had helemaal niet mogen spelen. Net als negen van zijn teamleden was hij namelijk niet verstandelijk gehandicapt. De olympische gehandicaptenbond in Spanje wist ervan. Sterker: ook in andere disciplines hadden 'paralympische' Spaanse atleten op dezelfde wijze gesjoemeld. Het verweer: de bond hoopte door de goede prestaties meer sponsors aan te trekken.

null Beeld Alamy
Beeld Alamy

Gemanipuleerde degen

Twee Britten vertrouwden het niet bij de Olympische Spelen van 1976. Het schermwapen van de Rus Boris Onisjenko registreerde volgens hen een aanraking zonder dat die daadwerkelijk had plaatsgevonden. De Britten eisten een onderzoek, ze kregen gelijk en Onisjenko verliet vliegensvlug het olympische terrein in Montreal. De Russische bond verklaarde na afloop niets met het bedrog te maken te hebben. Onisjenko had alleen gehandeld, luidde het verweer. Sceptici twijfelden daar ernstig aan. Waarom zou iemand met zijn staat van dienst Onisjenko was meervoudig wereld- en olympisch kampioen het wagen zijn carrière te ruïneren? Daarnaast hadden de Russen doorgaans twintig identieke degens op een rij liggen, waarvan Onisjenko er kort voor zijn wedstrijd een kreeg aangereikt. Een paar jaar na zijn publieke vernedering werd Onisjenko dood gevonden in een zwembad in Kiev. Een ongeluk of zelfmoord? Handelde hij alleen tijdens de Spelen, of was hij misschien zelfs slachtoffer? Het mysterie is nooit opgelost.

undefined

null Beeld Franck Camhi
Beeld Franck Camhi

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden