Column Peter Winnen

In zijn roze truitje verdeelde en heerste hij als een rechtvaardig despoot

Tranen in Verona. Tranen van geluk wel te verstaan. Richard Carapaz bevochtigde de hals van zijn moeder. Voor de gelegenheid was ze helemaal uit Ecuador komen vliegen. Een vuurdoop, ze had nooit eerder gevlogen. Tranen werden als diamanten over haar uitgestort.

De luxe knecht was drie weken lang beter en vooral slimmer dan zijn kopman. Ik denk dat hij dat vóór de Giro al van zichzelf wist. De coureur uit een non-wielerland leest de koers alsof het een abc’tje is. Handig manoeuvreerde hij zich naar het kopmanschap.

Bezwijken onder de druk deed hij niet. Sterker nog, in zijn roze truitje verdeelde en heerste hij als een rechtvaardig despoot. Niet alleen bepaalde hij wie waar mocht winnen, zijn prominente aanwezigheid op de beklimmingen ontnam de directe concurrentie elke hoop op ook een diamanten traan.

Van eenvoudige komaf is hij. Zijn ouders hoeden een paar koeien op 2.900 meter hoogte tegen de grens met Colombia. Het is bijna te mooi om waar te zijn: een Europees wielerverhaal uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen de zonen van stropers en mijnwerkers zich aan een ontluisterend voorland van armoe probeerden te onttrekken door op een fiets naar goudaders te graven.

Carapaz’ goudader lag in wielerland Colombia; de eerste schilfertjes vond hij daar op vrij jonge leeftijd. Zijn talent hoefde niet ontdekt te worden, hij klom beter dan de Colombiaanse klimmers. En dus werd hij niet veel later naar Spanje gehaald door de kolonisator van weleer.

Een interessante vraag: zou Richard Carapaz zich kunnen blijven ontwikkelen als ronderenner?

We zagen het eerder bij grote Colombianen: ze kwamen als kometen maar bleven daarna ‘hangen’. Ik bedoel, de Giro of de Vuelta was haalbaar, maar een eindoverwinning in het walhalla van de wielersport, de Tour de France, bleef tot dusver uit.

In de loop van de tijd zijn verschillende theorieën geponeerd. De meest gangbare is deze: zij die in hun geboorteland op grote hoogte leven verliezen langzaam maar zeker hun voordeel van met rode bloedlichaampjes doorspekt bloed. Het schijnt dat alleen een paar Tibetaanse stammen in de loop van de evolutie zich genetisch hebben aangepast aan zuurstofarmoede, en niet te vergeten, aan het atmosferisch drukverschil. Tibetanen zien we vooralsnog niet in het peloton.

Zelf neig ik naar een meer socio-economische verklaring. De Zuid-Amerikanen komen snel, maar raken financieel ook snel verzadigd. Persoonlijk welbevinden telt, maar het welbevinden van ouders en andere nauwe verwanten telt nog meer. Sport is een vehikel om de kleine kring in materieel opzicht veilig te stellen. Als dit beperkte doel bereikt is, vervalt de noodzaak.

Een Colombiaans journalist die ik laatst op bezoek had zei: ‘Ze moeten gauw van die dodelijke familieboeien af. Tenzij ze in drugs willen, haha.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden