In zijn honger naar glorie overspeelt Grol zijn hand

Henk Grol werd geen olympisch kampioen. Een andere titel stelde hij in Peking voor de komende jaren wel alvast veilig, namelijk die van publiekslieveling....

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

Judo is geen kijksport. Het is ook geen publiekssport. Toeschouwers zonder enige technische bagage zijn in een judohal hopeloos verloren. Behalve als Grol op de mat staat. Die begint met twee doelen aan de partijen: hij wil entertainen en winnen.

Soms haalt hij de volgorde van die twee door de war, zoals donderdagmiddag. De 23-jarige judoka uit Veendam noemde zichzelf, behangen met het brons in de klasse tot 100 kilogram, ‘een onbenul’. Nee, hij was niet bestolen door de scheidsrechters in de halve finale tegen de Kazach Askhat Zhitkeyev. Dat was spel geweest. Grol had zijn coach Maarten Arens wilde armgebaren zien maken. ‘Toen dacht ik, laat ik dat ook maar doen. Misschien lukt het nog.’

Zijn stijl vergelijkt hij zelf met die van Pac-Man. Grol gaat de tatami op om de concurrentie te vernietigen, om te gooien en te smijten. Toen hij eerder dit jaar Europees kampioen werd, haalde geen van zijn vijf tegenstanders het einde van de partij.

Het kan de judoka van Kenamju op de mat niet gek genoeg zijn. Het mooiste is als hij zelf voelt dat hij de energie uit het lijf van zijn concurrent kan zuigen. En hem dan toch nog even opjagen, en natuurlijk omgooien.

Het was het scenario dat hij in zijn hoofd had voor de halve finale. Halverwege stond hij tegen Zhitkeyev een wazari voor. Doorgaans is dat voor judoka’s het moment om de wedstrijd veilig uit te judoën. Grol dacht anders. Hij had zo’n dag dat hij de hele wereld aankon. ‘Dus ik dacht: ik geef hem die tweede wazari er ook nog bij.’ ’

De leerschool bleek hard. De Kazach nam de worp over en voordat Grol het zich realiseerde, lag hij op zijn rug. Het was niet eens in hem opgekomen dat hij de partij nog kon verliezen. ‘Mijn sterke punt is dat ik gemakkelijk mensen kan gooien. Maar tegelijkertijd is dat ook een risico. En dat nam ik.’

Het opportunisme van Grol is zeldzaam in het internationale judo. Hij is daarmee een waardige opvolger van dat andere Nederlandse judodier, Mark Huizinga.

Het afwachtende spel heeft de laatste jaren forse terreinwinst geboekt. Ook bij de Olympische Spelen werden de afgelopen dagen veel partijen beslist met een ‘shido’, de kleinste straf voor passiviteit. Coaches probeerden ze met wilde armgebaren vanaf de kant de tegenstander van hun pupil in grote getale aan te smeren.

Het judo heeft moeite de oude tradities en de sportiviteit overeind te houden. Na de EK in Lissabon luidde Jan Snijders, voorzitter van de scheidsrechterscommissie, de noodklok al. Mooie, technische partijen waren op een hand te tellen geweest.

In Peking voeren de Japanners het als reden aan waarom hun medailleoogst, drie goud en twee zilveren medailles, zo tegenvalt. In Athene telden ze nog acht olympische titels. De uitvinders van het judo stellen dat de aanvallers in het nadeel raken en dat mooie worpen te weinig worden beloond.

Grol had daar bij zijn olympische debuut geen last van. Hij maakte gewoon zelf ‘een domme fout’, zei bondscoach Arens. Hij is met ‘het megatalent’ in gevecht om een balans te vinden tussen opportunisme en behoedzaamheid.

Voor zijn tweede partij op olympisch niveau, tegen de Israeliër Arik Zeevi, koos Grol voor een behoudende tactiek. Hij kan het wel. ‘Maar als ik mijn dag heb, dan bruis ik, dan vind ik het zo moeilijk om bepaalde situatie rustig op te lossen. Dan wil ik gewoon laten zien hoe goed ik ben.’

De bondscoach wil niet dat zijn pupil dat handelsmerk kwijtraakt. ‘Maar hij had hier met 23 jaar olympisch kampioen kunnen worden. Morgen zal hij er ziek van zijn.’ Eigenlijk was Grol dat donderdag al. Na zijn verloren halve finale was hij liefst in de bus naar het olympisch dorp gestapt. Het duel om het brons interesseerde hem niet. ‘Ik ben een winnaar, ik kom niet voor brons.’

Vroeger verloor hij die troostwedstrijden nog weleens met opzet. ‘Toen ik dat een keer bij een wereldbeker deed, hebben ze een week lang niet met me gepraat. Dat risico wilde ik nu niet nemen.’

Grol kon zijn woede nu botvieren op Levan Zhorzholiani. Hij zette de Georgiër met speels gemak opzij. Het leverde hem het grootste applaus van de dag op.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden