In wit gewaad rennen rond Kamp Holland

Wie zei er dat Afghanen niet kunnen hardlopen? Na vijf kilometer draven over een drassig parkoers komt er warempel een tanig mannetje met ontbloot bovenlichaam enthousiast over de finish struikelen. Zijn naam: Mohammed Isar, soldaat in opleiding bij het Afghaanse leger.

Mohammed loopt op oude plastic schoenen zonder veters, schoenen die hij pas vlak voor de finish weer heeft aangedaan. ‘Op blote voeten liep het onderweg beter.’

Mohammed loopt op het eerste rondje van de Uruzgan-marathon 2009 alle buitenlanders en geharde militairen van diverse nationaliteiten op achterstand. Dat mag een prestatie van formaat worden genoemd. Nu lopen die mannen en vrouwen allemaal langere afstanden. Ze hebben een tien kilometer, een halve- of zelfs een hele marathon voor ogen, maar zo’n lokale winnaar is toch een fijne opsteker voor de organisatie.

De bedoeling was immers om Afghanen uit Tarin Kowt, het stadje nabij Kamp Holland, door een hardloopwedstrijd samen te brengen met de Nederlandse, Australische en Britse militairen die vanuit dat kamp opereren. Sport verbroedert immers.

Van een ‘echte’ wedstrijd mag je niet spreken. Op voorhand was al duidelijk dat er op dit weerbarstige land, op 1.400 meter hoogte, niet echt snel kon worden gelopen. Het parcours was simpel, een rondje aan de binnenkant van de buitenste veiligheidsring van Kamp Holland, vijf kilometer en een handvol meters. Wie voornemens is de hele marathon te lopen, moet acht keer rond, dan weer steil omhoog, dan weer flink omlaag, steeds opnieuw langs diepe sporen vol modderklonten.

Veilig op en rond de basis, want in het nog steeds onveilige Uruzgan kan geen sprake zijn van een exotische marathon langs de stoffige straatjes van Tarin Kowt, door kleurrijke bazaars, langs moskeeën en mannen met grijze baarden en gesluierde vrouwen. Zo ver is deze streek van Afghanistan, waar de Taliban met hun bermbommen en gebutste kalasjnikovs nog overal kunnen opduiken, nog niet.

Afghaanse mannen met baarden staan zondagmorgen om 6 uur plaatselijke tijd aan de start – lokale soldaten en politiemannen in opleiding in uniform of witte gewaden. Afghaanse meisjes en vrouwen zijn in geen velden of wegen te bekennen. De organisatoren hadden stilletjes nog wel op hun deelname gehoopt. Aan de start wel veel buitenlandse militairen, van soldaat tot generaal, mannen en vrouwen.

Daarnaast is er hoog bezoek uit Nederland. Gerda Verburg, minister van Landbouw, die toch in hoofdstad Kabul was om door Nederland gesteunde agrarische opleidingscentra te bezoeken, is even over. Verburg, een verdienstelijk marathonloopster, verwachtte warmte en een stoffig parcours. Maar begeleid door twee bewapende beveiligers op de mountainbike, krijgt ze regen en modder, véél regen en véél modder, voor de schoenen.

Deze Uruzgan-marathon wordt gelopen onder grauwe laaghangende wolken die alle zicht op de bergen ontnemen. Al gaande wordt het meer en meer een zware veldloop. Na de start door een schot uit een houwitser met een echte lichtgranaat – niks losse flodders – is het meteen al ploeteren door moddergroeven.

Op sommige punten gaat het heupdiep door het water dat snelstromend een grillig spoor zoekt. Eerst proberen de lopers het water nog te ontwijken, al snel is er geen ontkomen meer aan, en gaat het dwars door diepe geulen. Wachtposten kijken in hun veldgroene regencapes achter prikkeldraad en ‘hesco’s’ (stenen barrières) handenklappend toe. Slechts de sterkste lopers blijven overeind, onder hen Verburg, De minister, die toch al niet van plan was een hele marathon te lopen, doet het prima door drie rondjes af te leggen.

En dan is er nóg een Nederlander van naam die doorploetert. Schrijver Kader Abdolah, uitgenodigd om de Nederlandse militairen over zijn boek De Koran te onderhouden, blijkt een verrassend dappere draver. Liefst vier rondjes, een halve marathon, houdt hij het vol.

Het is een soort thuiskomst voor de auteur, die in een ver verleden, nog voordat hij zijn vaderland Iran moest ontvluchten, al door – het toen nog liberale – Afghanistan reisde. Uit zijn lezing, de avond voorafgaande aan de marathon: ‘Kabul was destijds een stad vol mooie vrouwen in korte rokken; ik ken die vrouwen, jullie kennen die vrouwen niet.’

Zondag even over achten, als de beste lopers twee uur en soms al bijna vijf rondjes onderweg zijn, worden de omstandigheden te extreem. De regen hangt als een grijze waas over Kamp Holland, het parkoers wordt een glijbaan. Wedstrijdleider Wim Verhoorn blaast in samenspraak met de militaire leiding de wedstrijd af.

Mohammed Isar, de trotse lokale ‘winnaar’ van de 5 kilometer, is dan al lang weer naar Tarin Kowt, met gesterkt zelfvertrouwen. ‘Volgend jaar kom ik weer, dan loop ik de hele marathon. Hoe ver is die eigenlijk?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden