Analyse Kjeld Nuis

In Thialf liet Kjeld Nuis zich niet gek maken en bleef rustig – met resultaat

Hij verknalde zijn EK, verspeelde twee titels op de WK afstanden en maakte zich druk om alles. Met twee sterke 1.000-meters en de derde plaats in het klassement toonde Kjeld Nuis beterschap.

Kjeld Nuis in actie op de 1000 meter tegen Nico Ihle van Duitsland tijdens het WK sprint schaatsen in Thialf. Beeld ANP

Kjeld Nuis had zich de afgelopen weken iets te vaak De Hulk gevoeld, vertelde hij zondag na zijn derde plaats bij de WK sprint in Heerenveen. Niet dat hij uit zijn kleren was gescheurd of groen was aangelopen, zoals de strip- en tv-figuur, maar dat hij zichzelf een tikkeltje te veel had opblazen, dat gevoel herkende hij maar al te goed.

Nuis heeft de neiging bij voorspoed al te veel vooruit te denken. Dan ziet hij zichzelf al op het podium staan te zwaaien met een grote bos bloemen, in plaats van in het hier en nu te leven. Zich te concentreren op de techniek, zijn ademhaling of het raceplan. Niet voor niets is het mantra bij zijn ploeg dat het gaat om het proces, niet om het resultaat.

In Pyeongchang paste hij het met succes toe en greep twee olympische titels. In Thialf moest hij de Japanner Tatsuya ­Shinhama en winnaar Pavel Koelizjnikov voor laten gaan. De 24-jarige Rus veroverde zijn derde wereldtitel in even zo veel deelnames aan het WK sprint.

Revanche na diskwalificatie

De afgelopen weken leek Nuis zijn ­belangrijke schaatslessen vergeten. Bij het EK sprint in Collalbo werd hij gediskwalificeerd omdat hij een blokje raakte in de bocht, waarna hij zichzelf te buiten ging bij het protesteren. Bij de wereldbeker in Hamar werd hij teleurstellend derde op de 1.000 meter en twee weken geleden raakte hij in Inzell zijn wereldtitel op de 1.000 (derde) en de 1.500 meter (vijfde) kwijt. Had hij zich toch weer te druk ­gemaakt.

In Thialf revancheerde Nuis zich. Met twee sterke 1.000 meters (1.07,80 en 1.07,86) verzekerde hij zichzelf van het brons. Maar het was hem niet eens zozeer om die podiumplek te doen. Hij was vooral tevreden met het feit dat hij dit keer zichzelf niet gek had gemaakt, maar rustig was gebleven en geen fouten had gemaakt. Opgelucht stak hij na zijn afsluitende 1.000 meter twee vuisten de lucht in.

Nuis had de eerste dag afgesloten met een derde plek in het algemeen klassement. Het was voor de eerste keer dat hij met De Hulk op de proppen kwam. Tegen de verzamelde pers zei hij: ‘Ik kan nu wel zeggen: ik ga voor het podium. Maar dan ga ik mezelf opblazen en sta ik morgen als een Hulk aan de start. Ik moet gewoon soepeltjes mijn race rijden. Dan maar een keer een saai interview. Sorry jongens.’

Eerder op de eerste dag was al gebleken dat één foutje op de sprintafstanden fataal kan zijn. Het overkwam Kai Verbij, de ­Europees kampioen sprint en wereldkampioen van 2017, die vooraf nog bij de titelfavorieten was geschaard. Na een uitstekende eerste 500 meter (34,72), waarbij hij als tweede was geëindigd, moest hij op de 1.000 meter Pavel Koelizjnikov bij de laatste wissel voorrang verlenen. Hij kwam daardoor niet verder dan 1.09,21, niet meer dan de tiende plek . Hij zakte in het tussenklassement naar de negende plaats.

Verbij kwam op de tweede dag weliswaar sterk terug, maar zijn achterstand was te ver opgelopen om nog op het podium te geraken. Hij eindigde als vijfde en kon niet anders dan concluderen dat hij zijn titelkansen zelf had verpest. ‘Ik heb ­altijd gezegd dat je met één foutje je toernooi kunt verknallen. Je wilt het niet, je hoopt het niet, maar het kan dus wel gebeuren.’

Elke slag raak

Bij Nuis daarentegen was, zoals hij dat zelf zei, ‘elke slag raak.’ En dat terwijl in de aanloop naar het toernooi van schoeisel was geruild; iets wat schaatsers zelden doen gedurende het seizoen. Niet de CBC-schoenen, waarop hij al vier jaar reed en die hem een jaar geleden olympisch goud hadden bezorgd, maar Vikings moesten hem in Heerenveen weer het goede gevoel geven.

Achteraf gezien was Nuis blij geweest met de wissel. Het was een prikkel die hij nodig had, zei hij, maar wilde de schoenenkwestie ook weer niet te belangrijk maken. Het zat in zijn hoofd goed, dat was minstens zo belangrijk als zijn voeten. ‘Ik heb er alles uitgehaald en voor elke meter gevochten. Daar gaat het om.’

Met zijn derde plek stond Nuis voor de vierde keer op rij op het podium bij een WK sprint: tweemaal brons en tweemaal zilver. Een gouden plak zal er waarschijnlijk niet inzitten. Zijn 500 meter is niet snel genoeg om het voetspoor te treden van zijn Nederlandse voorgangers: Verbij, Michel Mulder (2x), Stefan Groothuis, Erben Wennemars (2x) en Jan Bos. Bovendien vindt hij zichzelf geen typische toernooirijder. ‘Een losse afstand je eigen maken en daarop kampioen worden, dat vind ik het mooiste.’

De sprinters hebben dit seizoen nog één kans op succes. Over twee weken vindt op het razendsnelle ijs van het hoog gelegen Salt Lake City de finale van het wereldbekertoernooi plaats. Maar wat graag zou Nuis een wereldrecord rijden op een van zijn favoriete afstanden, de 1.000 of de 1.500 meter.

Het kán, zei hij zondagavond, anderhalf uur na de huldiging. Direct daarna sprak hij zichzelf vermanend toe. ‘Maar goed, daar ga ik weer. Voordat ik op de verkeerde dingen ga focussen: laat ik het vooral simpel houden. Dat is de kunst.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden