In omgekeerde richting leek zelfs deelname aan WK weer mogelijk

Alleen onder atletiekliefhebbers met een fenomenaal geheugen genoot Ate van der Burgt enige bekendheid. In de vorige eeuw, rond 1998, stond hij te boek als een belofte op de middellange afstand....

Niet dat hij veel won. Hij moest meestal zijn meerdere erkennen in zijn generatiegenoot Gert-Jan Liefers, die er het afgelopen decennium wel in slaagde aansluiting te vinden bij de wereldtop. Liefers nam tweemaal deel aan de WK (zevende in 2005) en leek ook dit jaar kansrijk, tot een blessure zijn seizoen in de war schopte.

Van der Burgt bewandelde een omgekeerde weg. Zijn ontwikkeling werd verstoord door een reeks hardnekkige blessures en ziekte (meniscus, hamstring, rug, Pfeiffer). Hij leek veroordeeld tot de vergetelheid. Maar de 29-jarige atleet, die aan de universiteit in Wageningen promoveert op bio-informatica, ontpopte zich dit seizoen tot een mogelijke WK-deelnemer.

Tweemaal bleef hij slechts een fractie van een seconde verwijderd van de limiet van 3.38,00. In het Duitse Kassel kwam hij 0,47 seconde te kort, vorige week in het Belgische Heusden bleef hij steken op 0,19 seconde. In Uden, waar het zaterdag baanrecords regende dankzij de aanleg van een snelle Mondobaan, aasde hij opnieuw op een verbetering van zijn persoonlijke record.

Van der Burgt begon voortvarend aan de race, waarvan het aanvangstempo was toegesneden op zijn kwalificatietijd. Na driekwart ronde lag hij op het schema van 3.33. Een volle ronde later koerste hij naar een eindtijd van 3.37,5 en met een ronde te gaan, lag het precies op 3.38. Een supersnelle eindsprint zou hem nog een startbewijs voor de WK in Osaka opleveren.

Het tegendeel gebeurde. Van der Burgt minderde met driekwart ronde te gaan tempo en kwam boemelend over de finish, lang na de Amerikaanse winnaar. Rankin finishte in 3.37,19, de tijd die de Nederlander min of meer in gedachten had.

‘Dit was de ideale gelegenheid’, wist Van der Burgt. ‘Ik voelde me de hele week al zo sterk. Meestal kan ik mijn krachten goed inschatten. Maar na 800 meter merkte ik al dat het niet zo soepel liep als vorige week. Bij de doorkomst na 1100 meter wist ik dat het een kansloze exercitie was. Toen heb ik besloten mijn krachten te sparen.’

Met die beslissing keek de promovendus, die finishte in 3.47,08 vooruit. Hij heeft officieel nog een week om aan de WK-limiet te voldoen. Maar hij weet dat de kans klein is dat hij de 3.38 nog haalt. Hij herstelt langzamer van zware inspanningen dan ‘een jonge God van 18 bij wie het testosteron nog door het lijf giert’.

Van de Burgt zal niet lang treuren over het missen van de WK, ook al denkt hij dat hij met iets meer geluk de limiet eerder dit seizoen had kunnen lopen. Hij is vooral blij dat zijn natuurlijke aanleg eindelijk is vertaald in snelle tijden. Vorig seizoen verbeterde hij zichzelf in drie 1500 meters van 3.52 naar 3.45 naar 3.40. Dit jaar heeft hij de lijn doorgetrokken.

‘Ik moet de teleurstelling relativeren’, zei hij. ‘Ik begon dit seizoen met een persoonlijk record van 3.40,8 en ik loop nu 3.38,17. Dat is een progressie waarvan de meeste jongens van mijn niveau alleen maar kunnen dromen.’

Van der Burgt denkt dat hij nog sneller kan, net als zijn trainer die hem een ‘3.36-loper’ noemt. Hij heeft baat bij een ongewone trainingsaanpak waarbij lange duurlopen in het bos centraal staan. ’s Winters komt hij nauwelijks op de baan. Aan snelheidswerk waagt hij zich niet, uit vrees voor blessures.

Zelfs de olympische limiet, die met 3.35,5 veel scherper is dan de lichte WK-limiet, acht hij volgend jaar niet bij voorbaat onhaalbaar. Wellicht zijn enkele aanpassingen nodig. Hij zou minder dan 32 uur per week kunnen gaan werken. Misschien is het nodig om de intensiteit van de training wat op te schroeven, met alle risico’s van dien.

Aan zijn motivatie zal het niet liggen. ‘Toen ik 18, 19 jaar was, hebben verschillende mensen mij gezegd dat ik gemakkelijk onder de 3.40 kon lopen, als ik heel zou blijven. Dit seizoen is dat gebleken. Ik vind het niet erg om een gedeelte van mijn leven te wijden aan het bereiken van dat soort tijden. De olympisch limiet is scherp: 2,7 seconden van mijn persoonlijk record afhalen is veel. Maar waar een wil is, is een weg.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden