reportage

In New York wordt de klok rond gevoetbald

In 2026 is New York een van de speelsteden van het WK. Overal rolt de bal, schieten veldjes uit de grond en draagt men shirtjes van Europese topclubs. Een tocht door een stad met een verrassend rijke voetbalcultuur.

De parel van de stad ligt in het stadsdeel Brooklyn, op een plek genaamd Pier 5. Aan de overkant van de East River is downtown Manhattan. 	 Beeld Jackie Molloy
De parel van de stad ligt in het stadsdeel Brooklyn, op een plek genaamd Pier 5. Aan de overkant van de East River is downtown Manhattan.Beeld Jackie Molloy

Met hun neuzen tegen het glas gedrukt kijken de pupillen van Metropolitan Oval, een voetbalschool in het New Yorkse stadsdeel Queens, door het raam naar de televisie die in het clubkantoortje aanstaat. De voetballertjes, 13 jaar en jonger, zijn op een houten bankje geklommen om flarden mee te krijgen van een duel in de Champions League.

Voor het laatste fluitsignaal klinkt, begint hun dinsdagmiddagtraining op de academie in de industriële wijk Maspeth. Metropolitan Oval is een monument in de ooit sluimerende, maar inmiddels bloeiende voetbalstad New York. Immigranten brachten hun favoriete spelletje mee, in de loop der jaren werd de voetbalcultuur mainstream.

Overal maken kinderen (vaak op aandringen van hun ouders) kennis met de sport, zoeken recreanten elkaar op voor partijtjes. Veldjes groeien in aantal, vergunningen zijn felbegeerd. Supporters van Europese topclubs kennen hun eigen stamkroegen en kleine kinderen lopen rond in shirtjes van Lionel Messi.

Metropolitan Oval werd in 1925 opgericht door Duitse en Hongaarse immigranten. Het enkele voetbalveld ligt ingeklemd tussen arbeiders­woningen, de tuintjes tegen de zijlijn gedrukt. Ongeveer vijfhonderd talenten in verschillende leeftijdscategorieën krijgen hun voetbaltraining bij ‘Met Oval’. De afgelopen jaren werd de academie uitgebreid met afdelingen in Long Island en Randall’s Island, een eiland tussen Queens en Manhattan.

Het voetbal in New York groeit, constateert Kevin Konijnenburg, een Nederlandse coach aan de academie. ‘Voor kinderen is het een van de grootste sporten’, zegt de Rotterdammer, voorheen jeugdtrainer bij Sparta. ‘De ouders van de pupillen die wij trainen, hebben waarschijnlijk zelf ook gevoetbald. Dat was voorheen niet het geval.’

Afgedroogd

De Amerikaanse voetballertjes worden beter, ziet Konijnenburg. Technisch bekwamer vooral. Enkele jaren geleden nam hij een groepje spelers mee naar Europa. Ze werden afgedroogd door leeftijdgenootjes van Ajax, maar hielden zich staande op een toernooi in België. ‘Het verschil is kleiner geworden.’

De grootste talenten van Metro­politan Oval vertrekken naar de jeugdopleiding van New York City FC (NYC FC), de profclub die in 2015 werd opgericht door de City Football Group. De 19-jarige Justin Haak is een van hen. Als homegrown player, een product uit eigen stad, maakte de New Yorker al zijn debuut in Yankee Stadium, waar de zusterclub van Manchester City zijn thuiswedstrijden speelt.

Haak maakte kennis met voetbal door zijn vader, een immigrant uit Tsjechië met een voorliefde voor Pavel Nedved. Zelf werd hij supporter van Chelsea, simpelweg omdat hij leerde voetballen in de gelijknamige New Yorkse wijk. Op een dag zat hij bij de lunch in het trainingscomplex van NYC FC naast zijn idool Frank Lampard, destijds spelend voor New York. Hard blijven werken, adviseerde die hem. ‘Het is moeilijk te beschrijven hoe dat voelde.’

Als jongen van de stad zag Haak hoe het voetbal aan terrein won. Op zijn basisschool in de East Village, een jaar of tien geleden, waren maar een paar klasgenootjes geïnteresseerd in de sport. Het organiseren van een partijtje vergde improvisatie. ‘Voor het dichtstbijzijnde veldje moest je de metro nemen’, zegt Haak. ‘We speelden meestal in een park waar twee bomen redelijk dicht bij elkaar stonden. Die gebruikten we als doel.’

Inmiddels heeft zijn basisschool een veldje op het schoolplein. ‘Je kunt tegenwoordig op veel meer plekken terecht, en er zijn altijd wel mensen om mee te spelen.’

Voetballen in New York kan op de mooiste locaties (mits kunstgras kan worden getolereerd). Ruimte is schaars in de stad, maar met enige vindingrijkheid spreidt de sport zijn tentakels: op dakterrassen, in parken en onder bruggen verschijnen voetbalveldjes.

Wereldkampioen

De parel van de stad ligt in het stadsdeel Brooklyn, op een plek genaamd Pier 5. Onder toezicht van de wolkenkrabbers van downtown Manhattan, aan de overkant van de East River, wordt de klok rond gevoetbald. Op de betreffende dinsdagmiddag zijn het de speelsters van St. Francis, een universiteit in Brooklyn, die er hun laatste competitiewedstrijd van het seizoen spelen. Ze komen uit op het hoogste nationale niveau in het land van de wereldkampioen. Wanneer de wedstrijd voorbij is, nemen recreanten vliegensvlug het veld in.

Een probleem in de Verenigde Staten, en dus ook New York: voetbal is (nog) niet voor iedereen toegankelijk. Het zogeheten pay to play-model wordt gehanteerd: wie wil spelen, moet betalen. De pleintjescultuur is voorbehouden aan het basketbal.

Recreanten leggen geld in voor vergunningen, terwijl ouders de portemonnee leegschudden voor de trainingen van hun kinderen. Bij Metropolitan Oval kost een voetbalopleiding 3.400 dollar per jaar, zegt Konijnenburg. ‘Veel coaches geven daarnaast privétrainingen. Van het bedrag dat je daarvoor op een dag ontvangt, kun je in Nederland een seizoen contributie betalen.’

Als het aan Paul Jeffries ligt, kan elk kind in New York in de nabije toekomst voetballen, ongeacht achtergrond en inkomen van zijn of haar ouders. Bij NYC FC is de Brit verantwoordelijk voor de maatschappelijke betrokkenheid van de voetbalclub. In samenwerking met Adidas en het kantoor van burgemeester Bill de Blasio, laat hij vijftig voetbalveldjes aanleggen in buurten met minder bedeelde gezinnen. ‘Voetbal in New York wordt steeds inclusiever’, zegt Jeffries. ‘Dat was het voorheen niet, viel me op toen ik in 2005 naar de stad kwam.’

Ongeveer tienduizenden kinderen kunnen (op papier) terecht op de veldjes, waarvan het gros al is aangelegd. ‘Dit is nog maar het begin, er zijn nog duizenden andere kinderen die willen en kunnen voetballen. We kunnen nu al niet voldoen aan de vraag naar naschoolse voetbalprogramma’s, waarmee we kinderen via de sport ook discipline en normen en waarden willen aanleren.’

Pupillen van Metropolitan Oval, een voetbalschool in Queens, verdringen zich om iets te zien van een Champions League-wedstrijd.	 Beeld Jackie Molloy
Pupillen van Metropolitan Oval, een voetbalschool in Queens, verdringen zich om iets te zien van een Champions League-wedstrijd.Beeld Jackie Molloy

Als import-New Yorker zag Jeffries, voormalig voetballer en beurshandelaar op Wall Street, een kentering in de lokale voetbalcultuur. ‘Die was eerst ondergronds, en is nu alom vertegenwoordigd.’ Volgens de Engelsman is er geen betere plek om een wereldkampioenschap te beleven dan in zijn stad, waar elke nationaliteit is vertegenwoordigd.

‘Ook het uitzenden van Premier League-wedstrijden heeft geholpen.’ Sinds 2013 heeft tv-zender NBC de rechten op de Engelse competitie, die na de Mexicaanse de hoogste kijkcijfers heeft.

Dat de Europese topcompetities nauwlettend worden gevolgd, blijkt uit het aantal voetbalshirtjes dat in de stad te zien is. Die van Barcelona zijn het populairst, merkt de Nederlandse Mickey Voll, manager in voetbalwinkel Pelé Soccer op Times Square in Manhattan. De zaak is een walhalla voor liefhebbers, geopend in een oud theater waarvan het klassieke plafond intact is gelaten.

Achter in de winkel is een kleine tribune gebouwd, met uitzicht op een enorm televisiescherm. Op doordeweekse middagen kunnen bezoekers er Champions League-wedstrijden kijken. ‘Als ik er ben, staat altijd Ajax aan’, zegt Voll, oprichter van de New Yorkse fanclub van de Amsterdammers. Het nieuwe uitshirt van de club, die in 2018 een kantoor in Manhattan opende, werd afgelopen zomer in de winkel gepresenteerd. Het was snel uitverkocht, zegt Voll.

De coronacrisis openbaarde voor hem de populariteit van het (Europese) voetbal onder New Yorkers. ‘De winkel is ingericht voor toeristen’, zegt hij, ‘want locals vermijden Times Square als de ziekte. Toen we vorig jaar weer open mochten, waren er door het reisverbod geen toeristen, maar waren het juist New Yorkers die ons bezochten.’

Sinds 2017 woont Voll in de stad waar hij van voetbal zijn werk maakte. Met zijn bedrijf All Things Football, meegenomen uit Amsterdam, organiseert hij onder meer clinics, commerciële evenementen en trainingskampen. Voll waagde een poging het Nederlandse straatvoetbal, het ‘jasjes neerleggen en spelen’, te importeren.

We namen een stukje straat, zetten twee doeltjes neer en begonnen te voetballen. Uitnodigingen zetten we op Instagram. Na een paar weken waren we nog maar met z’n tienen, onszelf meegeteld. Drie maanden later kwamen er elke keer veertig tot vijftig mensen op af. Ook daaraan merkte je dat de animo onder Amerikanen is toegenomen.’

Voetbal in de VS

In 2019, het laatste jaar voor de coronacrisis, hadden de Verenigde Staten ruim 11 miljoen voetballers, blijkt uit de jaarlijkse peiling van de Sports and Fitness Industry Association. Basketbal, honkbal en American football kennen nog altijd meer deelnemers. Het aantal voetballers in het land steeg in 2019 met 4,5 procent, na enkele jaren van afname (volgens sommigen deels omdat het Amerikaanse mannenteam zich niet wist te plaatsen voor het WK van 2018).

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden