Schaatsen Wereldbekerwedstrijden

In Nederland zijn de traditionele afstanden populair, elders leeft het langebaanschaatsen nauwelijks

De wereldbekerwedstrijden zijn voor de internationale schaatsunie ISU een ideaal laboratorium. Er wordt volop geëxperimenteerd met nieuwe onderdelen. De traditionele individuele afstanden zijn daarvan de dupe.

De Japanse vrouwenploeg snelt naar de winst bij de ploegenachtervolging. Beeld EPA

Het langebaanschaatsen verandert. Streden schaatsers altijd tegen de klok en met een schuin oog tegen hun directe tegenstander, tegenwoordig zijn de teamonderdelen steeds belangrijker. Dat proces werd afgelopen weekend bij de wereldbekerwedstrijd in het Poolse Tomaszow Mazowiecki duidelijk zichtbaar. Voor het eerst waren de ploegonderdelen in een wereldbekerweekend even talrijk als de traditionele individuele afstanden: zes om zes.

Schaatscoach Jac Orie was er niet blij mee, bleek uit de tweet die hij vrijdagmiddag vlak voor de start van de races de wereld in slingerde. ‘Wil de ISU de kip met de gouden eieren slachten? De hele schaatswereld vliegt naar Polen voor een World Cup waar het spektakelnummer, de 1.000 meter, niet op het programma staat en er slechts één 500 meter wordt verreden. Maar er staan wel de teamsprint én de team pursuit op de agenda.’

Internationaal publiek

De internationale schaatsunie ISU is al jaren op zoek naar manieren om het schaatsen interessanter te maken voor een groter (en vooral internationaler) publiek. De tien traditionele afstanden mogen dan in Nederland populair zijn, in andere landen leeft het langebaanschaatsen nauwelijks.

De wereldbekerwedstrijden vormen voor de ISU een ideaal laboratorium. De schaatsers zijn de proefkonijnen en eens in de zoveel tijd krijgen zij een andere wedstrijdvorm voorgeschoteld. Ooit was dat de 100 meter, maar die sneuvelde al snel. Dat was niet de weg naar succes, meende de ISU. Net als bij andere sportbonden gelooft men de laatste twee decennia op het hoofdkantoor in Lausanne vooral in ploegonderdelen.

Het eerste teamonderdeel dat de ISU introduceerde was de team pursuit, voor het eerst in 2002 in de wereldbeker verreden. Binnen vier jaar, in 2006, was het een olympische discipline. Hetzelfde gebeurde met de massastart. Daar werd sinds 2011 in de wereldbeker mee geoefend tot het in 2018, bij de Spelen in Pyeongchang, ook die olympische status kreeg.

Teamsprint

Ondertussen bleven die onderdelen vanzelfsprekend deel uitmaken van de wereldbekercyclus. Vorig jaar kwam er zelfs weer een discipline bij: de teamsprint. Op dit onderdeel starten voor elk land drie schaatsers, van wie na elke ronde eentje afhaakt. Zo rijdt de laatste man of vrouw de slotronde alleen.

Deze winter hanteerde de ISU vooral de schaar en knipte in het wereldbekerprogramma. De nieuwe teamonderdelen bleven, maar er ging een streep door individuele nummers. Niet dat er complete onderdelen zijn geschrapt, maar wel ingeperkt. De 500 meter, die voorheen tweemaal per wereldbekerweekend werd verreden, staat dit jaar meestal slechts één keer op het programma. De 1.000 meter sneuvelde in Tomaszow Mazowiecki en de 1.500 meter zal over drie weken in Nagano ontbreken.

Het inperken van de individuele nummers voor ploegonderdelen was Orie, zo legde hij zaterdag bij de NOS uit, een doorn in het oog. ‘Ik heb geen probleem met de teamonderdelen’, begon hij diplomatiek, ‘maar schaatsen blijft een individuele sport. Ik vind dat het doorslaat naar één kant. De kern en het mooie van het schaatsen, en ook het moeilijke, is dat je met de billen bloot moet. Je kunt je niet verschuilen.’

Eigen parochie

De coach van olympisch kampioenen Nuis, Sven Kramer en Carlijn Achtereekte, preekt voor eigen parochie. Op individuele afstanden wordt de invloed van anderen tot een minimum beperkt. Op een moeilijke kruising na is de schaatser op zichzelf en zijn eigen lichaam aangewezen. En daar heeft een trainer als Orie de meeste invloed op. Daar is hij dag na dag mee bezig.

Bovendien blijkt keer op keer dat in het versnipperde Nederlandse schaatslandschap, waarin de commerciële ploegen vaak hun eigen eilandjes zijn, de ploegonderdelen relatief moeizaam gaan. Kleinere schaatslanden kunnen met een gerichte aanpak juist op de teamonderdelen uitpakken. Zo wonnen bij de afgelopen Winterspelen Noorwegen (bij de mannen) en Japan (bij de vrouwen) de ploegenachtervolging, ondanks het feit dat zij in een veel kleinere poel van talent vissen.

Voor de ISU is het belangrijk dat ook kleinere landen een kans hebben op succes. En in andere sporten is gebleken dat een teamonderdeel een opstap kan zijn voor individueel talent. Dat heeft Nederland ook ervaren. Zo begon de opmars van de Nederlandse shorttrackers op de relay voordat er met Suzanne Schulting, Jorien ter Mors en Sjinkie Knegt individueel werd gescoord.

Nieuwe disciplines

De ISU heeft voor de komende Spelen nog geen nieuwe disciplines aangekondigd. Voorzitter Jan Dijkema vertelde in het AD, dat het aantal onderdelen tot en met de Spelen van 2026 gelijk zullen blijven. Maar of dat betekent dat de traditionele nummers blijven bestaan is daarmee niet gezegd. Een onderdeel schrappen ten faveure van de teamsprint is niet uitgesloten.

Ondertussen stiefelt de ISU verder op het pad dat is ingeslagen. Aan het eind van deze schaatswinter zal alweer een nieuw ideetje worden gelanceerd. Bij de wereldbekerfinale in Thialf, eind maart, staat de gemengde relay gepland en komen voor het eerst mannen en vrouwen op klapschaatsen tegen elkaar uit.

25ste goud voor Wüst

Ireen Wüst heeft voor de 25ste keer in de wereldbeker goud veroverd op de 1.500 meter. De regerend olympisch en wereldkampioen op dit onderdeel was in Polen de beste op de schaatsmijl met een baanrecord van 1.56,62. Vorige week zegevierde de 33-jarige Brabantse op haar favoriete afstand ook al in Minsk, toen met ongeveer dezelfde tijd (1.56,46). De Japanse Miho Takagi pakte zilver met een tijd van 1.57,17. Het brons was voor de Russin Evgeniia Lalenkova (1.57,28).

Jorien ter Mors, olympisch kampioene op de 1.500 meter in 2014, en wereldbekerhoudster Brittany Bowe gingen in de laatste rit nog vol verwachting op jacht naar de leidende tijd van Wüst. Ter Mors moest de Amerikaanse op de eerste kruising laten voorgaan, waardoor een podiumplek er voor haar niet meer in zat (dertiende in 1.58,85).

‘Twee keer op rij winnen op de 1.500 meter, dat is heel lekker en geeft zeker voldoening‘, zei Wüst die vorige week liet weten dat ze wil meedoen aan de Winterspelen van Peking 2022. Dat zou haar vijfde olympische deelname zijn. ‘Ik ben net als heel goede wijn. Hoe ouder, hoe beter.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden