Column FC EMMEN-WATCHER

In mijn voorhoofd nestelde zich een dofheid die ik daar al sinds mijn middelbare schooltijd niet meer had gevoeld

Er is door FC Emmen dit seizoen al veel geluk verspreid, en ook al aardig wat verdriet. Soms was er goed spel, soms niet. Soms waren er resultaten, vaker ook niet. Maar tussen het een en het ander, het spel en de resultaten, dat was het gekke, had ik nog geen enkel verband gezien, of een logische relatie. Terwijl ik er speciaal op heb gelet.

Zoveel punten gemist, zoals tegen De Graafschap en PEC Zwolle. Punten die wij hadden verdiend maar de ander waren toegevallen. Soms kregen we ook wel punten cadeau, zoals in Utrecht. Soms dacht ik: het is maar goed dat zij net zo slecht zijn als wij.

Uit bij Heracles (2-1) waren we door al die ervaringen waarschijnlijk een beetje in de war geweest. Met de club wist ook de watcher even niet wat hij ervan moest maken. Wat dit betrof had voetbal veel gemeen met schrijven. Je deed altijd je best, at gezond en ging vroeg naar bed, maar je was niet altijd de baas over het resultaat.

Tegen Fortuna Sittard waren we zondag alweer in de war. Vooral na afloop. Het was zo goed gegaan, we hadden zo mooi gespeeld. Twee keer kwamen we dan ook op een verdiende voorsprong van twee doelpunten, twee keer maakte Fortuna door ons gestuntel gelijk, tot de 3-3 in de 91ste minuut aan toe. Driemaal himmelhoch, driemaal zum Tode – in het laatste kwartier had de wedstrijd zich een ongeluk gekanteld.

Bij sommige wedstrijden zijn de punten van dubbele waarde. Drie voor de ranglijst, en drie ten opzichte van elkaar. In de competitie spelen zich namelijk ook enkele minicompetities af, waarin een paar ploegen onderling strijden om bijvoorbeeld Europees te mogen spelen of, zoals in ons geval, niet gelijk weer te hoeven degraderen.

Zes punten te winnen, eentje gekregen. Wie goed kon rekenen, had in de blessuretijd minstens vier dappere, roodwitte punten in rook zien opgaan.

In het laatste fluitsignaal stroomde het stadion leeg. In mijn voorhoofd nestelde zich een dofheid die ik daar al sinds mijn middelbare schooltijd niet meer had gevoeld. Ach, die dofheid. Op maandag kon de leraar nog een grote mond krijgen als we dat weekend hadden verloren. Zelf, of met FC Emmen, E&O, SC Erica. Ja, als je erop terugkeek, had in mijn schooltijd altijd wel een club verloren.

Tussen veld en kleedkamers werden weinig interviews gegeven. De voorzitter hield zich verscholen onder een stadiontrap, bleek, met dunne lippen, in de verte baalde een directeur. Nergens klonken schoenzolen trouwens beter, daar hield ik me aan vast, dan in de catacomben van een club die een klare overwinning uit de vingers is geglipt.

Acht wedstrijden gespeeld, heel veel goeds gezien, en heel veel slechts. Ik ging er iedere keer met dezelfde, dringende vraag naartoe: welke van de twee, de goede of de slechte, is de echte, ware FC Emmen?

Naar welke kant valt het kwartje, met welk van de twee zouden we het de rest van het seizoen moeten doen? Nu vrees ik dat beide echt zijn, even waar, en dat we van beide dit seizoen dan ook nog erg veel gaan zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.