Column Peter Winnen

In de vroegere Vuelta's vroegen renners boeren om eten

Ik houd zeer van historische wielerverhalen. In Trouw schreef Mart Smeets onlangs over de lotgevallen van de Nederlanders pioniers in de Vuelta. Het zijn fraaie avonturen. Hoewel mijn generatie onderhand tot het Pleistoceen van de wielrennen gerekend mag worden, stond ik verbaasd van de bizarre maar ook vermakelijke ontberingen. Vermakelijk, omdat in de verhalen duidelijk wordt van hoever de wielersport is gekomen.

Mijn favoriete passage is een door Mart uit de archieven opgediept commentaartje van wijlen Marinus Valentijn uit Sint Willebrord die in 1935 in een soort internationale ploeg deelnam:

‘Het was er die dagen zo koud en het regende zo hard, dat we constant bij boeren stopten en hen vroegen of ze ons juten zakken konden meegeven. Dat werden dan onze koersjasjes. En meteen vroegen we die lui om eten, want dat was helemaal niet geregeld.’

Een juten zak over de koerstrui, je kunt het je niet voorstellen, en toch zag ik het voor me.

De naam Marinus Valentijn zei me vaag iets. Ik googelde zijn naam en stuitte op een grofkorrelige zwart-witfoto. Eén brok gezondheid met zelfverzekerde blik poseert, zo te zien in een fotostudio, in een gebreid wollen wielershirt met schattige knoopjes op de linkerschouder voor de lens van de fotograaf. Op de witte band over de borst is het jaartal 1932 geborduurd. Ik kijk dus in de blinkende ogen van de Nederlands kampioen van dat jaar.

Ik kan beter niet naar zo’n foto kijken. Ik word er week van om het hart. Marinus Valentijn wordt, of ik het wil of niet, mijn voorouder. Sterker nog, hoe langer ik naar die foto kijk, hoe meer ik het als een gemis ervaar niet in een juten zak door Spanje te hebben gekoerst.

In het artikel van Mart wordt er door veel van de aangehaalde anciens geklaagd over het eten in Spanje, beter gezegd, over het gebrek aan eten.

Dat heb ik niet meer meegemaakt. In de jaren tachtig krabbelde Spanje op uit een politiek en economisch dal. Eten in overvloed, zelfs voor wielrenners. Alleen in de bereiding ervan viel nog veel winst te behalen door de hotelkoks. Ik liep eens een voedselvergiftiging op in de Vuelta. Pogingen die onderweg weg te spuiten mislukten faliekant. Opgave dus.

Terug in Nederland werd een monster van de anale derrie op kweek gezet. Wat bleek: de bacterie campylobacter lag op ramkoers.

Campylobacter, hoe welluidend de roepnaam ook klinkt, ik was liever gesneuveld in een juten zak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.