Column Peter Winnen

In de Vogezen worden de renners belazerd door hun eigen zintuigen

Ik schakel het televisietoestel in, ze moeten nog 113,8 kilometer. In beeld een klimmend peloton dat er geen haast mee maakt. Een kopgroep van veertien is bijna 8 minuten los. Eentje rijdt virtueel in het geel: Guilio Ciccone. Die jongen veroverde dit jaar de bergtrui in de Giro. Het ziet er naar uit dat hij deze etappe heeft uitgezocht om er ook deze rondrit een begin mee te maken. Ik wens hem veel succes. Giro én Tour blijft een problematische combinatie.

De Vogezen liggen er klammig bij. Dit is een dag waarop een podiumkandidaat een botje breekt in een van de afdalingen. Of een hart, in de finale bergop. Dit is een verraderlijke etappe, ook al is het geen hooggebergte. De eerste beklimmingen zijn altijd wennen: het hoofd wil omhoog, de benen reageren terughoudend. De benen hebben een eigen wil, een eigen programma.

Les Vosges. Niemand kon de naam mooier uitspreken dan mijn leraar Frans op de middelbare school. Hij deed het met een langgerekte ‘o’ en een afgeknotte, maar ­subtiele huigklank op het eind. Het gebergte kwam voor in een tekst waarbij een fraai fotootje was geplaatst. De Vogezentoppen waren donker beboste ­blaasjes op de huid van moeder aarde.

Er is iets aan de hand met de beklimmingen van de Vogezen. Ze ‘lopen’ niet. Dat wil zeggen, ze geven de renner het vernederende gevoel dat vooruitgang er niet inzit, zowel letterlijke als figuurlijk. In de Vogezen word je belazerd door je eigen zintuigen. Het gaat omhoog langs de flanken van de blaasjes, het lijkt allemaal niks, maar de benen voelen iets anders. Koersen door de Vogezen is een monumentale trompe-l’oeil.

Toen ik als jong amateurtje eens in de Vogezen moest wezen schrok ik me lam. Ik dacht een klimmer te zijn, en won in die veronderstelde hoedanigheid inderdaad solo een etappe naar Colmar, toch had ik de hele tijd het gevoel een begenadigd niet-klimmer te zijn.

Nog 20,7 kilometer te gaan, nog twee toppen te ronden. Franky De Gendt vindt de rest van de kopgroep een blok aan het been. Typisch een renner voor de Vogezen, De Gendt rijdt altijd door de Vogezen. Ik zie hem live parkeren, ook typisch iets voor de Vogezen. Of het ­virtuele geel van Ciccone werkelijkheid wordt zal de ­atypische Vogezenbeklimming naar de top van la ­Planche des Belles Filles uitwijzen.

Slot. Chiccone hield 6 seconden over voor het geel. Het lijkt allemaal niks. Zeker is dat deze dag elke coureur liefde en/of ontzag heeft bijgebracht voor het fantastisch gebergte dat de naam niet mag hebben.

Een prachtige dag, iedereen uitgewoond op het eind. Niet de dag van het grote verhaal, wel een dag om nooit meer van te herstellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden